donderdag, maart 24, 2011

Een goede keus

Keuzes maken is zeker niet mijn sterkste punt. Goed nieuws voor mij en mijn mede slecht-in-keuze-makers, er is nieuw onderzoek gedaan naar "krachtig kiezen" aan de Universiteit van Amsterdam. Het bleek dat het in sommige gevallen heel handig kan zijn om er een nachtje over te slapen.

Tijdens het onderzoek werden er twee verschillende groepen van proefpersonen gevormd: de 'denkers' en de 'puzzelaars'. Beide groepen kregen een keuze, waarna de eerste groep erover na mocht denken en de tweede groep zo snel mogelijk een puzzel moest maken. Hierdoor zouden deze proefpersonen minder aan de keuze denken. Hier viel iets op: bij ingewikkeldere keuzes konden de 'puzzelaars' betere beslissingen maken. De onderzoekers definieerden twee manieren van denken: bewust en onbewust. Terwijl de 'puzzelaars' aan het puzzelen waren, was het onbewuste deel van de hersenen de keuze actief aan het verwerken. Dit deel is veel krachtiger: onze zintuigen kunnen elf miljoen bits per seconde verwerken,m aar het bewuste deel kan er maar vijftig per seconde aan. Bovendien kan het bewuste deel maar over één ding tegelijk nadenken. Ze nemen vaak niet alles in zich op, waardoor ze ook veel consequenties van een keuze overslaan als het kiezen ingewikkelder wordt. Ten slotte kan het onbewuste deel beter bepalen welke eigenschappen van belang zijn. Het neemt sowieso emotionele argumenten mee, die het bewuste deel vaker overslaat.
Het 'bewuste' kiezen zou dus toepasbaar zijn voor makkelijkere keuzes, het 'onbewuste' juist voor ingewikkeldere keuzes. Een grappig onderzoek waar deze twee manieren zijn toegepast, is één bij de Bijenkorf en Ikea. De Bijenkorf werden de producten als simpel gezien, bij de Ikea als complex. Bij de Bijenkorf bleken de bewuste denkers later tevredener over hun product te zijn dan de onbewuste denken, bij de Ikea was dat andersom. Dit bevestigde dus het onderzoek over het bewuste en onbewuste denken.

Omdat dit onderzoek toepasbaar is in het echte leven, is dit een nuttig onderzoek. Je kunt nu bedenken op welke manier je het beste kunt beslissen. Er is alleen één probleem: het is heel moeilijk om onbewust een keuze te maken als het over iets belangrijks gaat. Hoe kun je jezelf dan verplichten er niet bewust over na te denken? Ik zou dat heel moeilijk vinden, het gaat dan juist om belangrijke beslissingen. Laat het me weten als het je is gelukt!

Ine in actie

JUNIOREN NAAR AMSTERDAM
Ine Gielkens, in 1979 lid van het Nederlandse vrouwenteam dat zilver won op het WK, is al een paar jaar actief met het begeleiden van het Tsjechische juniorenteam. Ook Japan heeft zij onder haar hoede genomen. Zij belt zaterdagmiddag en vertelt opgelucht dat ook het tweede Japanse paar op Schiphol is geland en dat zij uitgebreid boodschappen gaat doen om voor de hele meute junioren (een stuk of twaalf) die avond te koken. Bij de Canadezen is lichte onrust omdat de vierde man volstrekt onbereikbaar is en het niet duidelijk of hij zijn vlucht heeft gemist. Het Noorse team wandelt gezellig rond op het Leidseplein waar voormalig wereldkampioen Enri Leufkens (bij de junioren in 1987 en de Bermuda Bowl in 1993) met dochter Lotte (nu lid van et Nederlandse aspirantenteam) aanschuift op het terras van ‘het hok’. De zon schijnt, het weerbericht oogt gunstig. De Oostenrijkers zijn van plan er een mooi toernooi van te maken en besluiten, vers aangekomen in het hotel, direct tot een oefenpartij.
Zo gaan de zaken aan de vooravond van het WHJI-2011. Van Frankrijk, Italië, Zweden en Denemarken nog geen spoor maar dat de Polen komen is zeker; Nederlandse junior Jamilla Spangenberg kondigt opgewekt aan dat zij voor zondagavond een afspraak heeft met een Poolse junior.
Vandaag naar het Witte Huis voor ontvangst van sponsors, gasten en deelnemers, dan de opening en snel aan het kaarten inde Patton.

woensdag, maart 23, 2011

Allemaal logisch

Toen we zondagochtend rond 11.00 uur wilden vertrekken en in de auto nog even delibereerden waar we eigenlijk ook al weer naar toe wilden om koffie te drinken, iets met een a erin, dus al meteen bij de start achter lagen op schema, werd het toch eindelijk tijd de motor te starten. We zouden wel zien waar we terecht kwamen.


Op dat moment werd er op de ruit getikt en wie stond daar? Je mag niet drie keer, maar tig keer raden.
Ellen, natuurlijk. Had die niet gevaagd om haar vier Boekenweekgeschenken plus gratis NS-kaarten voor zondag 20 maart op te sturen?
Ja, had ze gevraagd.
En hadden we dat soms niet gedaan?
Zeker, dat hadden we prompt gedaan.
En waren die dan niet op tijd aangekomen in Nieuwerkerk?
Nou, daar wisten we niks van.
En zou het niet logisch zijn dat, als we vier boekjes + kaarten opstuurden om met zijn vieren door Nederland te toeren, dat zij dan in haar eentje naar Geleen zou komen?
Eh, ja en nee, volgens haar logica misschien wel, ja.
Juist, en of we dan maar snel het portier open maakten, kon ze tenminste mee.

Trouwens, wat hadden we in die auto zitten smoezen? Nog een geluk overigens, anders waren we weg geweest en had zij voor een gesloten deur gestaan, want ze had geen sleutel bij zich, logisch toch?
Inmiddels wisten we nog altijd die naam met een a erin niet en toerden op goed geluk. Waar naar toe eigenlijk?
Natuurlijk, dat moest Terstraeten zijn gewest, daar had Jeu ook ‘de neut’ gehaald. Vond Ellen tenminste.

Goed, dan Terstraeten maar. Helaas kon Bram dat niet vinden en werd Jeu gebeld om te vragen hoe hij in vredesnaam ooit in Terstraeten terecht was gekomen.
En weer logisch natuurlijk, Terstraeten was gewoon een straat in Nuth.
Jawel, bij het binnenrijden van Tersraeten bleek het eerste het beste huis al een toeristisch uitziend restaurant, waar zo te zien ook de toeristische treintjes vertrokken.
Viel dat even mee in klantvriendelijk Zuid-Limburg.


Maar de zaak was dicht.
Hoezo dicht, vroeg de bestuurder van een na ons gearriveerde Jaguar (of iets van dien aard), dan gaat-ie toch even open zeker? En hij wandelde vastberaden naar de -gesloten- deur. “Bent U dan de de eigenaar?”
“Nee, maar als wij komen, maken ze maar al te graag open.”
Ook alweer logisch. Maar deze keer dan toch even niet.
“Kom op pa”, mekkerde zijn vrouw/dochter/kleindochter, ”die zullen ook wel naar Gronsveld zijn.”

Jammer dus, we hadden graag het verhaal kunnen vertellen dat alles in Zuid-Limburg spontaan de hekken opent als wij eraan komen.
“O, zoeken jullie gewoon een gezellig kroegje?”, wilde pa/opa weten. “Nou dan even links aanhouden dan rechts en weer links kom je bij Sjra in Grijzegrubben, altijd open meteen na de mis.”
Inderdaad wachtte na rechts, links, rechts het gehucht Grijzegrubben, maar Sjra deze keer ook even niet.

Zo kwamen we tenslotte terecht in het stamineeke in Klimmen, waar we evenals de eerste keer allervriendelijkst werden ontvangen. En zeer exquise Limburgse dingetjes kregen voorgeschoteld, naar daartoe op gepaste wijze te hebben gevraagd. Allemaal logisch natuurlijk.
En wederom ons geluk bespraken dat we die ochtend even hadden gezocht naar die naam met een a erin.
Want anders?
Anders was het een minder prettig gratis reisje geweest.
Hoezo gratis?
Wat denk je dat die vier boeken hebben gekost? En het opsturen ervan, mooi ingepakt en pronto pronto a.u.b.
"Ja, maar voor mij was het toch gratis? Of vinden jullie dat opeens niet logisch vandaag?”

PS.
Via via weet ik nu weer de gezochte plaats met die kunstgalerij.
Weustenraad natuurlijk. Zit inderdaad een a in. Allemaal logisch.

zondag, maart 20, 2011

Gratis treinreizen met (e-)boek als kaartje



Reizigers kunnen zondag gratis met de trein mee als ze het Boekenweekgeschenk De kraai van Kader Abdolah laten zien. De actie wordt voor de tiende keer gehouden.

Vorig jaar reisden ruim 210.000 mensen gratis door heel Nederland met de trein op vertoon van het Boekenweekgeschenk.

Ben benieuwd hoe het bevalt, de start ging niet helemaal goed.

dinsdag, maart 15, 2011

Een kort Limburgje


Het is dat ik nog leerplicht heb, anders kon ik gaan waar ik wilde. Dan kon ik vorige week ook zeker even langs komen bij mijn opa in Geleen, die maar liefst 79 was geworden! Naar Geleen is het minstens 2 uur rijden, dus niet te doen voor een reguliere schooldag. En de lessen verzuimen voor deze speciale gelegenheid zou bijna een optie zijn, maar helaas komen de les nog goed van pas aangezien volgende week alweer de week van de proefwerken is.

Gelukkig was God al zo aardig om een rustdag in elke week te plannen, waar later ook zaterdag bijgelapt werd om zo een leerplichtvrij weekend te creëren. Ik moest afgelopen weekend wel laat voetballen, zodat er maar weinig van dit weekend overbleef om nog de moeite nemen om naar het verre zuiden af te reizen. Niettemin heb ik al verteld dat dit een speciale gelegenheid was, en dus vertrokken we na het avondeten alsnog om Opa persoonlijk te kunnen feliciteren.

Het was voor mij praktisch geen weekend meer in Geleen, maar alleen een stukje zondag. Dat kwam omdat ik zo lekker weggedoezeld was in de auto, dat ik meteen naar bed was gegaan omdat ik het zonde vond om mijn schaarse slaperige toestand te verspillen(meestal lig ik eerst nog een lange tijd wakker voordat ik in deze fase kom).

S’Ochtends kon ik mijn felicitatie in redelijk uitgeslapen toestand uitvoeren. Daarna was het meteen tijd voor belangrijke zaken; geen taart of andere feestelijke bezigheden, maar een lezing over de Dalai lama van de 79-jarige opa. Alsof ik nog niet genoeg intellectueel bezig geweest was, moest ik ook nog eens discussiëren over de literatuur. Gelukkig kwam dit gesprek pas nadat ik even van het voetbal mocht genieten dat door mijn zus gespeeld werd, dus ik had een lange pauze.

Helaas kwam mijn zus erachter na gespeeld te hebben dat de sleutels van haar appartement in Maastricht nog in Nieuwerkerk lag, waardoor “het korte Limburgje” wel erg kort werd. Voordat we moesten gaan had ik Opa nog even gecomplimenteerd door te zeggen dat hij nog goed functioneerde voor een man van zijn leeftijd. “En wat kan ik daarvoor kopen?”, vroeg hij min of meer terecht. Ik vertelde hem dat hij daar niet direct iets voor kon kopen, maar dat het misschien wel een goede indicatie was voor het feit dat hij nog een aantal mooie jaren voor de boeg heeft.

donderdag, maart 10, 2011

Le voyage


Bij een wintersport zit altijd een reis inbegrepen. Ingepakt in een volle auto. Deze winterport was de auto gereserveerd voor maar voor drie reizende personen. Onze Nissan had al eerdere keren vol gezeten met vijf mensen, dus dit was pure luxe voor ons drieën. Met dat idee dacht ik de hele achterbank voor mij alleen te hebben, wat in feite ook zo was, niemand zat achterin. Maar toch was het gelukt om met drie mensen ervoor te zorgen dat de achterbak vol genoeg zat, om mijn beenruimte achterin weg te nemen en daarnaast stak het snowboard ook nog is uit bij de rechterstoel waardoor je daar niet rechtop kon zitten. Het enige waar de ruimte lag, was op de achterbank zelf en net als bij voetbal moet je altijd de vrije ruimte benutten.

Ik heb zo ongeveer 90% van de tijd die ruimte benut door op de bank te gaan liggen, dus ik had geen last van de volle voetenruimte en het snowboard boven mijn hoofd. Ondanks ik al voor de reis had voorgeslapen vanaf Geleen, lukte het me nog prima om in de rijdende auto constant tukjes te doen. Als ik dan wakker werd met mijn hoofd aan de linkerkant van de bank, ging ik rechtop zitten en viel dan weer in slaap aan de rechterkant van de bank. Als ik dan wakker werd en we stonden stil op een parkeerplaats ontdeed ik mij van mijn vloeibare afvalstoffen en als we niet stil stonden, viel ik weer aan de andere kant van de bank in slaap.

Dat was dan de nacht en de vroege morgen. Normaal luister ik op wintersport trance muziek, melodieuze dance muziek. Maar door het slapen had ik die niet zoveel nodig, het oordopje zat eerder in de weg als ik lag dan ik er plezier van had. Toen ik eenmaal niet meer kon slapen door het daglicht,zag ik dat we in de file stonden. Tijd voor de Ipod. De file duurde zolang dat we de normale parkeerplaats niet haalde en uiteindelijk maar bij een rotonde stopte om onze tot aan het randje gevulde blaas leeg te urineren. Wat was dat een opluchting!

Op de file na was de reis nog geen ramp, in de file staan is niet iets vreemds voor wintersporters. Maar het erge moest toen nog komen. We moesten uiterlijk om 19:00 inchecken bij Plein Sud, ons verblijf. We hadden al wat uren in de file gestaan, maar het leek erop dat we dat gingen halen. De weg die de routeplanner aangaf om te volgen was de laatste 20 km een eenrichtingsweg, en er stond ook nog een bord bij dat aangaf dat de weg “fermé” was. Daarom namen we een eigen verzonnen alternatieve route, maar die kwam uit op een wintersportplek waar we helaas niet moesten zijn. Toen begon de tijd te dringen; als we de eenrichtingsweg ingingen zouden we nog net op tijd zijn en dus namen we de gok.

Allemaal slingerbochten, die trouwens niet de eerste waren, ik was al aardig misselijk en mijn maag raakte gespannen. De slingerende weg kwam uiteindelijk uit op een stuk verlaten piste, ongeveer na 10 km op de weg gereden te hebben. Het was toen 18:45. Het werd schemerig in de bergen en het mooie uitzicht om ons heen kon ik niet meer goed zien, ook als het licht was had ik er niet naar gekeken, want ik moest me concentreren op de weg voor de auto om niet te hoeven overgeven.

Zelf nog een alternatieve route verzinnen was niet slim, dus gingen ik en mijn vader binnen bij een bowlinghal om daar navigatieve hulp te zoeken. De man begreep naar mijn idee het probleem iets te snel en moest volgens mij zelfs een beetje lachen. Hij was wel zo vriendelijk te laten zien hoe we dan moesten rijden. “First you go to Dignes le bais, then to Colmars and then to Foux D’allos.” Ik zag op de kaart dat het een grote omweg leek, maar ik hoopte dat de kaart op grotere schaal was dan waar ik bang voor was. Hoe lang het ging duren? “About 3 hours, maybe even more”. “O my god”, Aldus mijn vader.

Om een lang en zeer misselijkmakend stuk verhaal kort te maken, daarna reden we nog eens vier uur om er te komen, helaas niet op rechte wegen dus het lukte me ook niet om de paar droge crackertjes als avondmaal binnen te houden. Met “crackertjes in het zuur” nog aan mijn sokken en broek moest ik weer vlug de auto in, hoe sneller we er waren hoe beter. Uiteindelijk reed mijn moeder de laatste kilometers en ik hielp haar zoveel mogelijk met de routeplanner, terwijl de chauffeur van de eerste 1000 kilometers op de achterbank wat rust nam. Daar aangekomen moesten we nog snel alle spullen, een hele auto vol, in één keer naar boven brengen. Toen wat uitgepakt en we voelde ons al snel thuis met een kopje thee in ons tijdelijke appartement.

Wielrennen, "gewoon een beetje fietsen"?

Na heel wat gedoe zonder fietspomp was het dan toch zover, donderdag heb ik voor de eerste keer op mijn eigen racefiets gefietst. Het ging nog niet helemaal soepel, maar ik ben binnen een redelijke tijd bij opa en oma aangekomen. Vrijdag ging het opnieuw kriebelen ben ik weer gaan fietsen. Ik besefte me dat ik het toch wel echt leuk vond, maar ik had één probleem: ik wist niets van wielrennen af. Ik kan me natuurlijk niet bij de wielrenclub DM voegen zonder iets van de sport af te weten.Tijd om me erin te verdiepen dus.
"Wielrennen is zonder twijfel de zwaarste sport, fysiek en mentaal", aldus de Quest. Je hebt grofweg twee verschillende groepen wielrenners: sprinters en klimmers De klimmers zijn klein, pezig en hebben een relatief grote longinhoud. Omdat ze erg gevaarlijk zijn voor de Tour de France, wordt het tempo in de vlakke delen van een etappe vaak al zeer hoog gehouden, zodat deze klimmers hier dan niet zo goed tegen k
unnen en zullen "afzwakken". Het tempo hoog houden is ook een manier om de voorste groep uit te dunnen, dit heet "lossen" en heeft vooral een psychologisch effect: pure intimidatie dus.
Als de Tour de France begint, hoor je weer veel mensen erover praten. Er worden tactieken besproken en ook achter de schermen gebeurt veel. De taken in een wielerploeg zijn duidelijk: je hebt één kopman, de rest houdt die koopman uit de wint, rijden hem terug naar het peloton in geval van een lekke band en dragen water en eten. Het kopwerk wordt meer verdeeld als het peloton langgerekter is. Wie openlijk vertikt om het kopwerk te doen, verpest de samenwerking in de kopgroep. De ploegen met de beste sprinters hebben het meeste profijt van een aankomst bij de finish met een compleet peloton. Daarentegen moeten ploegen zonder rappe sprinters het hebben van ontsnappingen ver voor de finish. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan: wanneer mag de sprinter weg? Op een vlakke etappe worden renners makkelijk achtervolgd en bijgehaald. Sommige renners, renners die totaal geen kans maken in het algemeen klassement, mogen wel weg. Ten slotte, als in het peloton hard gereden wordt, is elke vlucht kansloos.
Het deel achter de schermen bestaat vooral uit onderhandelingen. Het gebeurt bijvoorbeeld vaak dat een favoriet voor de gele trui met een andere renner op kop rijdt in een bergetappe, zodat beide renners wat te winnen hebben. Ze laten elkaar dan ook soms de etappe winnen. Er worden ook vaak deals gemaakt tussen ploegen over het kopwerk.
Wat zijn verder opvallende dingen als je naar wielrennen kijkt? Je kunt bijvoorbeeld kijken welke wielrenners het zwaar hebben. Als één renner in een groepje al vroeg in de etappe een langzamer beentempo heeft dan de rest, dan kan dit niet veel goeds betekenen. Verder doet een renner zijn shirt open als hij zijn warmte niet goed kwijt kan, dit is ook een teken dat het niet best met hem gaat.
Als afsluiting, wat betekenen die truien nou? Ik snapte er nooit wat van. Op zich is het niet heel moeilijk. Je hebt als eerste de gele trui, deze is voor de leider in het algemeen klassement. Degene die alle etappes bij elkaar het snelst gereden heeft, verdient deze trui. De groene trui daarentegen is de leider in het puntenklassement
. De renner die als eerste aankomt in een etappe of tussensprint krijgt de meeste punten. De witte trui is de "gele trui voor
jonge renners(lees:renners van niet ouder dan 25 jaar)". Ten slotte is de bolletjes trui voor degene die de meeste punten heeft behaald door vroeg op de top van een berg aan te komen. Hoe zwaarder de klim, hoe meer punten de renners kunnen verdienen.
Persoonlijk vond ik de Tour de France niet heel boeiend, ik keek ook nooit mee met opa als hij de tour volgde. Misschien is dat dus omdat ik er niets van snapte, dus laat ik dit jaar maar gaan kijken met mijn nieuwe wielreninzicht. Kan ik daarna lekker over het fietsen praten met oop en de mensen op de wielrenclub....

woensdag, februari 23, 2011

Andere Oma 82


Als er één iemand goed feest kan vieren is het Andere Oma wel. Met kerst was ze ook al van de partij en heeft toen eens wat anders gegeten dan aardappelen met groente en vlees. Nu was onze Oma jarig en dat al voor de tweeëntachtigste keer! Van de 82 keren ben ik er zelf niet zo vaak bij geweest als Oma zelf, maar van die keren dat ik er wel was, vierde ze het niet echt uitbundig.

Dit jaar kwamen we na het eten op bezoek om Oma persoonlijk te feliciteren en haar traktaties in ontvangst te nemen. Die waren de moeite echt waard om te komen voor alle zieken, aldus Oma zelf. Nou, daar had ze niet ongelijk in. Naast tissues en diversen kalenders, kaarten en gebreide wanten die nogal te klein waren, was er ook voor iedereen honderd euro beschikbaar om nieuwe kleren te kopen.

Daar zaten we dan in de avond bij oma thuis. Gegeten hadden we al, dus dat konden we overslaan. Meteen deden we de traktaties en daarna kregen we thee met feestelijke taart. De taart was nogal zoet, maar smaakte goed. Zo’n feest bij Andere Oma is nog eens wat anders dan de feesten van tegenwoordig. Geen harde muziek, geen danspartijen, niet veel mensen; gewoon een tafel met ons gezellige gezinnetje op een stoffig vloerkleed.

Voor mij zijn deze klassieke partijtjes iets te klassiek, dus begon ik met het tekenen op de servet. Toen Andere Oma nieuwsgierig werd, liet ik de tekeningen zien en stopte de servet onder haar eigen mokje, waarbij ze zei: ”Zulke tekeningen krijgt ook niet iedereen”.

zondag, februari 20, 2011

Een week met wallies


Er is een week om boeken te lezen of een week om te vasten. Maar deze week was voor mij een week met wallies. Een naam die misschien onbekend klinkt, maar iets wat vast al iedereen heeft meegemaakt.

Een week met buikpijn, hoofdpijn, een stel zwakke benen, soms zit het even niet mee en lig je voor een week op de bank. Zonder de dingen te kunnen doen die je zou willen doen of moet doen. Maar in plaats van die dingen te doen kun je nu nieuwe hobby’s meer tijd geven, zoals tv kijken, snotteren en de hond roepen voor aandacht. Dat waren dan tenminste voor mij vrijkomende bezigheden.

Ik had van alle ziektes en kwalen wel iets en ik voelde me niet bepaald kiplekker. Gelukkig had ik gezelschap van mijn wallies, oftewel mijn dekentjes. Ik was de hele dag moe en probeerde de slapen, maar door de pijntjes die ik had in mijn lichaam lukte het niet.

Ondanks slapen niet lukte, zijn er toch ergere dingen dan op de bank liggen. Je ligt lekker warm en relaxt, en je moeder brengt je steeds een verse pot thee om het half uur omdat mijn keel dat heel hard nodig had. Daarnaast had ik ook mijn lievelingswallie op me liggen, namelijk die ik heb gekregen van mijn lievelings-opa en oma. Misschien was ik zonder de goede zorg en zonder die wallie wel nooit beter geworden.

zondag, februari 06, 2011

pre-universitair college


Een college van een bekend persoon in jouw vak, voor jouw specialisatie. Iedereen die op de universiteit zit, heeft kans dat dit voorkomt. Ik ben nog niet studerende op een universiteit, maar ik heb wel al een seminar gevolgd. Online, zoals in de toekomst waarschijnlijk alle seminars/colleges gevolgd zullen worden. Geen les natuurkunde of wiskunde, maar een les TA.

TA, voor beleggers bekend als technische analyse, is een manier naast fundamentele analyse om jezelf een gevoel te geven dat je grip hebt op het verloop van de koers. Een gevoel zeg ik, omdat de koers in de praktijk niet voorspeld kan worden, maar een TA kan wel een indicator voor stijgen of dalen zijn.

Mijn vader had zich voor deze seminar ingeschreven, ik zou eigenlijk rond de tijd dat deze gevolgd kon worden op de voetbalvelden zijn, maar omdat ik voor de voetbaltraining eerst naar jiu-jitsu ga, had ik daar al genoeg klappen gehad om niet meer te kunnen voetballen. Een geluk bij een ongeluk dus.
Zo kon ik dus ook meekijken en hopelijk iets leren wat mij tot een betere belleger kon maken.

De seminar werd gegeven door Nico Bakker. Eerst vertelde hij iets over zichzelf, wie hij was. Dat is nogal handig, want je wil er niet achterkomen na de seminar dat je advies hebt opgevolgd van een onbekende putjesschepper uit Groningen. Het eerste wat mij opviel is dat hij zijn werk en het leven daarnaast goed verbonden had met elkaar. Hij is een coach voor beleggers en vertelt mensen altijd iets om te onthouden: de drie d’s. Eerst denken, dan doen en als laatst doorzetten. Daarnaast vertelde hij dat hij een hond had en daar flinke wandelingen mee maakte. Het verband wat ik opmerkte was, dat hij ook met die wandelingen de drie d’s gebruikte. Eerst bedenk je waar je heen wil, dan ga je het doen en als je in de harde wind loopt valt het misschien wel vies tegen, maar moet je toch doorzetten.

Het was net die ene zin over zijn hond dat de seminar ook interessant maakte voor mijn moeder, die toen ook meegekeken heeft. Helaas voor haar was de hond niet meer ter sprake gekomen, ook niet waar hij wandelde enz. Gelukkig heeft hij wel genoeg verteld over waar hij over zou moeten praten, de TA. Ik was tevreden over wat ik te weten ben gekomen en ik hoop hiermee weer goede resultaten te halen.