zaterdag, november 19, 2016

Ruit erin, ik eruit.

Ik had meerdere verhuisredenen, maar het gipsplaatje dat niet in staat was mij en een huisgenoot auditief apart te houden, was één van de belangrijkste redenen. Het huis was oorspronkelijk niet voor zes studenten bedoeld (welk huis wel, zou je je kunnen afvragen) waardoor de oorspronkelijke woonkamer in tweeën was gedeeld en de helft daarvan jaren later mijn eerste studentenkamer werd.  De consequentie van deze veredelde halve woonkamertjes was dus dat elk geluid hoorbaar was. Muziek werd automatisch uitgewisseld, dat tot een muzikaal eenrichtingsverkeer uitliep wanneer ik wél van oordopjes gebruik maakte. In bed draaien schaadde de privacy vanwege kraakbedkraakjes waardoor menig ochtend begon met de vraag: “kon jij ook niet slapen gisteren?”. Anderzijds, wanneer de verkoudheid heerste, koos mijn huisgenoot voor de ochtendverontschuldiging: “sorry voor het kuchen”. Ik zei oprecht dat hij daar natuurlijk niks aan kon doen, maar dat ik wel nog wat keelsnoepjes in de kast had liggen.

Geluidsoverlast is een serieus gezondheidsprobleem en voor mijn bachelorsdiploma trakteerde ik mijzelf op een bouwkundig geneesmiddel. Tijdens een kijkavond waarbij de verhuurder aanwezig is, moet je natuurlijk kritisch overkomen. Toen hij vroeg wat we er van vonden antwoordde ik koeltjes dat het een goede indruk wekte, maar dat ik het toch wel belangrijk vond om niet weer akoestisch een kamer te delen. Alhoewel mijn nieuwe huisgenoot en ik voornamelijk op dezelfde golflengte zitten, wilde ik het leven in harmonie graag tot de gezamenlijke ruimte beperken. De nieuwe huisbaas nodigde ons uit de gehorigheid te testen en we konden elkaar niet horen; alleen de auto’s buiten, maar “daar scheen je aan te wennen”. We waren meteen verkocht en een paar dagen later was het huis verhuurd.

Aan die auto’s wen je in principe wel, maar aan de schreeuwende gekken die ’s avonds en ’s nachts over straat gaan niet. Plus de kou; naast een gipsen tussenmuur staat vanaf nu ook enkelglas op mijn kritische blacklist. Het werd allemaal nog een graadje erger toen het raam zodanig rot was dat er een stukje raam op de voorgevel belandde. Ik sliep wederom doch tevergeefs met oordopjes in terwijl de timmerman het te druk had met ander werk en vakantie vieren.

Toen de timmerman eenmaal een gaatje had gevonden om het gapende gat in mijn raam te verhelpen, bleek dat de oude ruit die hergebruikt moest worden niet geschikt was. Na wat freeswerk bleef de kamer achter mét houtsnippers en zónder ruit. Er moest dus eerst een nieuwe ruit komen.
Uiteindelijk kwam die ruit er pas in na de huisbaas direct aangesproken te hebben, die wist blijkbaar niets van de situatie af. Gelukkig kreeg de voorkant van het huis gelijk een likje verf en werd mijn afgebroken rolgordijn gemaakt. Heel lang kan ik echter niet genieten van de volmaaktheid der reparaties. In december loopt mijn huurcontract af waardoor ik langer met een rot of ruitloos raam heb gezeten dan de tijd waarin ik hier nog mag vertoeven.


Silver lining (ondanks de verdere luxe hier): straks zal ik er warmpjeser bij zitten in mijn goedkopere en driedubbeldik beglazen appartement in Tampere. De bevestiging van mijn borgbetaling is namelijk binnen! Als het heimwee niet de kop opsteekt straks, kan het Finse feest beginnen...  

Oud & (per 1 jan)

Nieuw: http://toas.fi/asunnot/205-rauhaniemi/

dinsdag, november 01, 2016

Externe Column: Meals ain't Big Deals

Cooking a tasty, healthy and diverse dinner seems straightforward. Each grocery store offers so many different types of food which form interesting tastes and structures, while at the same time providing vital nutrients. However, I keep getting surprised by people who need official recipes in order to create a meal. I think too many people are restricted to the question if specific ingredient combinations are “allowed”, instead of predicting the taste by themselves.  As long as it isn’t officially a recipe, people stay sceptic.  Like dishes will explode or one will get food poisoned by mixing up different cuisines. Like cooking is a religion and its god punishes those who try out a meal that is not professionally approved yet.

Because there’s the crux of the matter: the moment some uncommon dish is proposed by 24kitchen or a cookbook, the unusualness is no longer defined as weird, but well found or even genius instead.  For example, Leonie ter Veld has quite a success with her book Gewoon wat een studentje s’avonds eet, which could be translated to Just a student’s diner. Apparently, there was a big demand for unusual recipes. A missed opportunity; unusual diners have always been usual for me.  

From the age of five I started experimenting by baking cakes from random dough mixtures with orange or apple juice, without any idea how much of each specific ingredient I put in. And still I hardly use recipes or conform to cultural restrictions. Although I love to browse through recipes for inspirational purposes, I most of the time just make my cooking mind up based on what’s in stock, what’s in store’s discount and variation in respect to the past few days. 

I won’t claim that traditional dishes and popular recipes will taste worse than personally conceived dinners; I appreciate them all. It’s about preferences; no big deal. But from the moment someone says some ingredient combinations are uncommon by an intonation which implies “that’s not how it is supposed to be and can’t be tasty for the same reason”, I’m really eager to go for that specific combo. And I’m even more eager to see the surprised facial response to an unusual taste which is just perfectly fine. Or, if they’ll admit: even well found or genius instead.


dinsdag, oktober 18, 2016

Serendipische Schnabbel met BN'er

Soms moet je zoeken maar soms word je zelf al gezocht. Zo komen er dingen op je pad waar je niet letterlijk op zat te wachten, maar figuurlijk gezien juist wel. Net voor het nieuwe academische seizoen debuteerde ik als saxxer met DJ voor de nieuwejaars werktuigbouwstudenten van het HBO te Rotterdam. De DJ (ex-klasgenoot) was al zeker dat hij mocht draaien en zei dat hij indien gewenst nog wel een saxofonist kon regelen. Dat zag de organisatie wel zitten. Nog geen drie weken later word ik op Facebook benaderd met de vraag of ik al eens met een DJ heb gesaxt en of ik dat leuk zou vinden. Voor de hockeyvereniging in Eindhoven. Natuurlijk zou ik betaald krijgen. Mijn antwoord was dat ik al eens met een DJ had gespeeld en dat ik het natuurlijk leuk zou vinden om voor het eerste hockeyfeest van het seizoen op te treden.

Als je er dan achter komt dat het feestje al één dag en nacht later plaats vindt, het publiek wat groter kan uitvallen dan je eerst dacht en je de DJ nog niet hebt ontmoet, borrelen er toch wat zenuwen op van binnen. Bovendien had ik de gebruikelijke partysax (de alt) nog in het westen liggen en moest ik het kunstje zien te klaren op zijn grote broer. Gelukkig kon ik de spanning van de enige voorbereidingsdag even van me afschudden met het gezelschap van een naar-het-zuiden-doortrekkende zus. Een voedzaam maal, ambachtelijk ijsje buiten de deur en wat koetjes en kalfjes maken alles meer dan draaglijk.

16 Uur later heb je de DJ ontmoet en sta je met een vervangende microfoon (eigen niet compatible) op het podiumpje. Eenmaal ingespeeld en ingedronken was de druk er wel af. In the heat of the moment blijkt er maar weinig aandacht voor je te zijn, dat vooral in het begin aangenaam is. Als de avond vordert en je noten op je sax begint te krijgen, wordt het echter frustrerend omdat het lijkt alsof niemand het boeit dat je je daar in het zweet staat te blazen. Het lijkt ook nooit goed. Alhoewel de organisatie positief verrast was en naast een opbeurend compliment dat ook betekende dat ik mijn betaalde taak naar wens had uitgevoerd.  

Bovendien ontdekte ik post-party nog iets waar ik trots op kon zijn. De zangeres die mij tussendoor afloste, bleek achteraf bekend van het zangtalentenjacht-tv-programma The Voice. Eerst beschouwde ik de feestsfeer als luchtig en niet per se professioneel, terwijl ik achteraf besefte dat het dus serious business was. Want wie kan er zeggen te hebben gespeeld als het voor én na-programma van een Bekende Nederlandse zangster? Misschien is dat wel een muzikale niche, waardoor ik snel opnieuw zal worden gevonden.


zaterdag, oktober 01, 2016

Inzending Best Beschreven Boek: Pa P & Ta P

Niet het beste resultaat, maar het beste resultaat eist meer tijd dan een minder resultaat. Qua kwalitijdsverhouding ben ik best tevreden, ondanks ik ook wel weet dat ik me in de eigen voet heb geschoten door zoveel woorden (van de max. 400) aan de introductie te spenderen, waardoor het betoogje in totaal wat haastig en incompleet overkomt. Koppigheid kent zijn prijs. De deadline was gisteren, dus feedback kan niet meer verwerkt worden. Noch alle mogelijke taalfouten.

Godfried Bomans – de avonturen van Pa Pinkelman en Tante Pollewop
Met tekeningen van Carol Voges en 24 foto’s uit de KRO-serie (gestart in 1964)
9e druk 1976, Elsevier uitgave

Als een boek van de geletterde vuilnisbelt gered moet worden, zou het raar zijn als de titel gelijk opduikt. Het moet immers een beetje weggezakt zijn; ook bij de resecerende redder zelf. Op mijn studentenkamer waren de boeken niet van het kaliber om onterechte onbekendheid te kunnen bepleiten. Maar eenmaal vanuit het thuisfront herinnerd aan Pa Pinkelman, besefte ik dat dit boek zijn rentree in de spotlights verdiende. De digitale catalogus van de Eindhovense bibliotheek wist niet waar ik het over had toen ik het boek ter opfrissing wilde inzien. En dan weet u het wel: het verhaal is in de vergetelheid geraakt. En onterecht, want het boek sluit door drie aspecten perfect aan op de hedendaagse cultuur: de (film)industrie voor alle leeftijden, geliefde schrijfstijl en laageisende levensvisie.

De eerste grote portie sarcasme die ik mezelf voorschotelde, moet dit boek zijn geweest. Ik was me daar als kind waarschijnlijk niet van bewust. Maar wel paste ik in de kinderlijke doelgroep die Bomans in eerste instantie voor ogen had. Dat hij uiteindelijk ook het innerlijke kind in een ouder publiek wist te bereiken, bewijst des te meer hoe uitgebalanceerd het boek is. Het doet denken aan het huidige tekenfilmsucces waarin woordspelingen en maatschappelijke persiflages de volwassen filmkijker ook iets extra’s geven.

Nogmaals gelezen doet dit boek sterk denken aan de recente hit van de 100-jarige man die uit het raam klom en verdween. Logischerwijs is dit al reden genoeg waarom Pa Pinkelman een wedergeboorte waard is: de luchtige en ironische stijl is niet slechts mijn persoonlijke voorkeur, maar een algemeen geliefde verhaalvorm.

Naast de expliciete pedagogische les waar het boek op berust, liet Bomans ook in de jaren zeventig al een levenswijze doorschemeren die steeds meer aandacht geniet. Mindful van moment tot moment leven komt duidelijk naar voren wanneer in het verhaal de struisvogelkoets niet van zijn plaats komt: Tante Pollewop is te dik volgens de koetsier. Ze reageert volkomen zen: “het hindert niets, of we nu staan of rijden, dat blijft toch hetzelfde, we gaan toch nooit ergens bepaald naar toe.” Daarnaast sluit Bomans af met een levenswijze les: “Het avontuur is voor de geringen, daar alleen het kleine door het grote verbaasd kan worden.” Oftewel: met de juiste instelling kan iedereen magische momenten beleven. En dat is iets waar jong en oud met dit luchtige en geestige werk van Bomans nog jaren lang aan herinnerd kan worden. 




donderdag, september 01, 2016

Mierenleed

Onze olijfboom Ollie heeft het zwaar. In de winter moest hij het achter het raam hebben van de schaarse zonuurtjes en verloor een substantieel deel van zijn geblade haarbos. Toen het buiten zonniger begon te worden kon Ollie eindelijk een langdurige warme en frisse neus halen op het terras, maar toen werd hij geplaagd door mieren. Tegelijkertijd kreeg hij ook last van zwartgepunte uitslag. Eerst was het mogelijk dat Ollie buiten een luizeninfectie had opgelopen en dat de mieren juist de rol der reddende engelen speelden. Maar aangezien zowel het aantal mieren als het aantal wondjes op Ollie toenam, leek juist het tegenovergestelde geval.

Als verjaardagsgeschenk van Lieske wordt Ollie in huis gehonoreerd en als extra water en zon niet blijken te helpen, ontstaat er toch een beetje paniek. En dan ben je als mier op een risicopatiënt als snel het zwarte schaap; alles wat Ollie tegenzit wordt op de zwarte eenheden geprojecteerd. Ondanks dat probeerde ik de herrieschoppertjes op een miervriendelijke manier bij Ollie vandaan te houden: Ollie op een verhoging en omgekeerd plakband om zijn stam waar zich een mierensnelweg had gevormd. Helaas wisten de mieren niet van ophouden en begon het tijdperk van doodstampen en platdrukken. 

Ondanks dat mierenpower letterlijk hun sterkste kracht is, kan het in contact met mensen ook hun grootse lijdensweg betekenen. Want hoe hard je ook drukt, een mier sterft zelden zonder eerst nog paniekerig op de minst gekwetste pootjes rond te rennen of tevergeefs ermee in de lucht te trappelen.
Dan kun je denken: mooi zo, moeten ze maar met hun tengels van andermans planten afblijven. Maar hoeveel kun je een mier kwalijk nemen? Kwalijk nemen kan het best als het berust op het bewust verkeerd handelen van een (in dit geval slechts nog even) levend wezen.  Misschien hangt de aardbol ook wel in iemands achtertuin terwijl wij die naar de maan helpen. Daar willen wij ook liever niet onbewust voor lijden, toch? Daarnaast schrikt zo’n half lopend mierenlijkje de groep blijkbaar niet af, want de eerstvolgende neemt gewoon zijn taakjes over.


Hetzelfde heb ik bij muggen, van die vervelende bromvliegen en ander klein spul. Tuurlijk maak ik ze dood. Ik heb er immers ook last van. Met grote ergernis nog wel, want van wegwuiven willen ze niets weten; waarschuwingen zijn hun onbekend. En in tegenstelling tot bij het kwalijk nemen, verergert die onschuldige onbewustheid de ergernis alleen maar. Toch zoek ik wel zo snel mogelijk een mepapparaat om de klus te klaren, als ik zie dat er nog hoopvol en paniekerig leven in het beestje zit. 
Ollie (rechts) tijdens revalidatiekuur na vakantie

zondag, augustus 28, 2016

Hondsdrolheid

 Het was vroeg, oké. Hij is al een jaartje ouder, oké. Maar wat voor poets Bommel me dit keer had gebakken, viel niet zomaar te verklaren. Om zeven uur werd ik, na een korte nachtrust, opmerkelijk fris wakker. Misschien wilde ik wel kijken hoe het met Bommel ging aangezien hij diezelfde nacht in mijn droom half-stikkend vanonder een bed wakker schrok. Ik zou in ieder geval met hem gaan wandelen.

Gelukkig was er in het echt niks aan de hand. Met zijn luchtwegen dan; hij strompelde net als de afgelopen dagen nog steeds hinkend uit zijn mand. Maar hij had er zin in. Dus maakten we een lange ochtendwandeling. Gedeeltelijk verschuldigd omdat ik hem bijna dood liet schrikken in mijn eigen nachtelijke geestespel, maar ook zodat we gezondsheidsbevoordelijk onze pootjes en beentjes konden strekken.

Wandelen doen we echter niet alleen voor het wandelen zelf. Eenmaal buiten hebben we altijd een opdracht. Één team, één taak. En dat is Bommel ontlasten. Soms slaagt hij daar zelf niet in. Dan laat hij merken dat hij hoge nood heeft, maar eenmaal buiten blijkt dat tegen te vallen. Nu was het dus erg vroeg en gebeurde er wederom weinig. Hij was op het veld wel nog even achter de bosjes verdwenen. Je weet maar nooit; misschien was onze missie “under cover” toch nog heimelijk geslaagd.

Waar wij uitlaters ons vooral op de activiteiten buitenshuis richten, concentreert Bommel zich vooral op de activiteit die binnenshuis na het wandelen plaatsvindt. Ik was eigenlijk niet van plan hem gelijk te voederen, het was immers nog vroeg. En Bommels aanpak om het voordeel van de twijfel te krijgen was niet erg tactisch. Terwijl hij bij zijn bak klaar stond, ging zijn staart omhoog en vervulde hij zijn eerder verzaakte taak op illegaal terrein. En niet zo’n beetje ook. Ik stuurde hem nog snel naar buiten, maar tevergeefs. De vers gedraaide kiloknaller op de vloer was een feit.


Met een oude pizzadoos als stoffer en een romatomatenbakje  als blik (nu eenmaal  ároma-), veegde ik verward de drollen van de vloer. Kon ik Bommel dit kwalijk nemen? Hij had geen reden om dit opzettelijk te doen, niet nadat hij net drie kwartier met zijn lievelingsbaasje had gelopen. Maar hij moest toch wel inzien dat dit wel heel verdacht overkwam? 

Mocht niks van dit alles in zijn seniele kop spelen, dan zouden zorgen om lichamelijke kwaaltjes zoals een hinkepoot of stikneigingen verwaarloosbaar zijn. Heel even leek het inderdaad allemaal foute boel te zijn. Maar eenmaal weer gefocust op zijn voerbak stelde hij me gerust. Er speelde maar één ding in zijn hoofd en dat was eten. En dat kon maar één ding betekenen: hij is gelukkig nog steeds helemaal de oude. 




donderdag, augustus 25, 2016

Zo maar uit de krant


En ja, zo maar in de lokale krant. Kende ik alle tips? Nee, maar tip 3 is voor
mij altijd al geldig gebleken. Niet alleen romans/poëzie, maar vooral
reisboeken en biografieën. En wat tip 4 betreft zal niemand tekort komen,
hoop ik.





woensdag, augustus 24, 2016

Externe Satire: Strategische student schrijft reisverslag van te voren om burn-out te voorkomen

Ralf Vertrocken (23) zal net als enkele medestudenten aankomend academisch jaar gedeeltelijk aan een buitenlandse universiteit studeren. Hij onderscheidt zich echter van zijn medestudenten door al voor vertrek met een compleet reisverslag op tafel te komen. “Een goed begin is het halve werk, en van uitstel komt afstel.”
Waar Ralf komend semester naar Peking zal vertrekken, bevond hij zich na het behalen van zijn vwo-diploma al eens in het zuidoosten van Azië. Toentertijd hield hij ook een reisblog bij, maar dat liep slecht af. “Tijdens het backpacken kostte het schrijven regelmatig wat cruciale nachtuurtjes. Meestal kon ik de dag erna vrijwel opnieuw beginnen omdat het van belabberde kwaliteit was.” Ralf kon het schrijven noch zijn avontuurlijke activiteiten minderen en keerde uiteindelijk met een burn-out terug van zijn reisvakantie.
Het nieuwe reisverslag van Ralf zal op de dag van vertrek online beschikbaar worden gemaakt. Volgers van Ralfs reizen kunnen elke week op de reissite waarbenjij.nu een blog-update vinden, maar voor het gemak zal het complete verslag ook te downloaden zijn in PDF-formaat.






Link van origineel: http://www.deslash.nl/archief/strategische-student-schrijft-reisverslag-van-te-voren-om-burn-out-te-voorkomen/

zondag, augustus 21, 2016

Feno- en/of Genotypische Intro-invloed

De introweek van de TU/e is weer voorbij. Kersverse studenten breken het onderlinge ijs met hun toekomstige studiegenoten onder actieve en feestelijke omstandigheden. Daarnaast leren ze ook de universiteit en stad kennen. Introweken schijnen altijd een succes te zijn. Weinig slaap, veel onvergetelijke momenten die het vroege stadium van het studentenleven tekenen. Aangezien ik me pas midden in de introductieweek van mijn eerste jaargang inschreef, had ik deze helaas gemist. Zo werd de overgang naar dit het studententijdperkje zonder eerste contacten nog spannender. Maar nu eenmaal vier jaar later, kan ik bevestigen dat het goed gekomen is.

De intro is mij echter niet helemaal vreemd. In het tweede jaar was ik eventjes betrokken bij de sportactiviteit namens onze sportcommissie. En ik was van de partij op het partijtje van onze studievereniging. Ondanks ik bij de commissie afhaakte, hield ik het  meefeesten wel nog een jaartje vol. Vorig jaar piekte ik daarentegen met mijn intro-activiteit, zijnde een intro-ouder.
Als intro-ouder begeleid je met je mede-ouder een groep vers studiebloed. Samen ben je verantwoordelijk voor de informele studiestart die je introkiddo’s zich naar verwachting positief bij zal blijven. Nou had ik mijn eigen introweek niet meegemaakt en kon ik me er weinig bij voorstellen, dus het voelde een beetje als mijn eigen introweek.  Alleen moest ik nu een groep verlegen eerstejaars enthousiast krijgen, met activiteiten waar ik zelf als nieuwkomer noch aankomend masterstudent warm voor liep. Toch deed ik mijn uiterste best om bij te dragen aan wat ik zelf vier jaar geleden misliep.

Tijdens de intro leert een aankomend student ook zijn studievereniging goed kennen. Er wordt gehoopt en verwacht dat enkele nieuwe leden actief zullen bijdragen aan het commissiewerk en in de pauzes gezellig samen hun bammetjes met kaas tostiëren. Persoonlijk ben ik na een onvolledig jaar sportcommissie vrijwel alleen actief geweest bij de leukere activiteiten (voornamelijk drankgelegenheden). En hoewel mijn mede-ouder bij meerdere commissies betrokken is geweest, blijken onze kinderen een extreme variant om niet bij de studievereniging te verschijnen van mij geërfd te hebben. Nog nooit zijn we ze tegengekomen op een borrel. Zelfs met de traditie om als introgroep samen te dineren voor het eerstvolgende verenigingsfeest, werd unaniem gebroken...


Een unieke wanprestatie, gezien vanuit het gezichtspunt van de studievereniging. Ikzelf durf te geloven dat onze kinderen het toch naar hun zin hadden gehad, zoals ze zelf ook aangaven. Dat niemand actief bij de vereniging is geworden, is uitzonderlijk, maar niet per se slecht. Het waren gewoon niet van die verenigingsmensen. Wel hadden we drie zeer serieuze sporters onder onze hoede. En onze Roemeense dochter schreef nog in het verenigingsmagazine hoe geweldig ze haar buitenlandse avontuur vond. Sporten en schrijven dus. Van wie zouden ze dat nou hebben?



Thema: gangsters
gangsters (maar dan vrolijk)