woensdag, oktober 09, 2013

Een kern van logica

Het is misschien verleidelijk; eerst naar de oplossing kijken voordat je zelf begint aan een moeilijke opgave. Er zit een kern van logica in, maar toch is de reden om geen antwoorden te leveren, niet helemaal logisch. Want aangezien het stimuleert om eerst zelf tot het antwoord te komen en daardoor beter te leren, krijg je nooit de bevestiging of dat lang werken tot het juiste resultaat heeft geleid. En dus kun je er nooit van leren.
Bij Logic and set theory is het een kwestie van hard leren om het vak te halen. Het is niet veel leeswerk, maar vooral oefenwerk. Het vak makkelijk halen zit er niet in, en het vak is daar berucht om. Zelfs onder de programmeerstudenten van Software Science. Daarom zou het juist fijn zijn dat voor zo’n oefenvak antwoorden beschikbaar zouden zijn.

Eigenlijk is het net Calculus, dat is ook een kwestie van oefenen. Maar dan moeilijker, omdat niemand logica 6 jaar lang op de middelbare school heeft gevolgd. Nu gaat het op zich aardig met LST(Logic and Set Theory), ondanks ik niet naar alle colleges ga. Maar wat ik nu wél doe, is oefenen. Met de antwoorden die we in de werkles(zo mooi genoemd de lab sessions) krijgen, ga ik aan de slag en vergelijk ook de antwoorden die ik van anderen toegemaild krijg. Het is dus echt overleven, zeker omdat de wekelijkse toetsen exponentieel moeilijker werden.


Bij de laatste toets was het zelfs het geval dat ik de vraag van de meeste punten, fout dacht te hebben. Maar wat bleek? Ik vond het antwoord dat ik opschreef zo logisch en niet specifiek, dat ik dacht dat het daarom fout gerekend zou worden. Maar het was dus gewoon goed. Best logisch eigenlijk, loon naar werken. Nu maar hopen dat mijn eindcijfer ook vanzelfsprekend zal zijn.

maandag, oktober 07, 2013

donderdag, oktober 03, 2013

Piep zei de muis

Zoals men kan ruiken bij het betreden van mijn kamer waar ik een paar uurtjes heb gezeten, is de atmosfeer niet bepaald fris en fruitig. Woensdagvond was ik vrij, zat al even op mijn kamer en besloot om de tuindeur open te zetten voor wat frisse lucht. Terwijl ik met iemand zat te skypen zag ik tweemaal uit mijn ooghoek iets bewegen op de grond. Ik verwachtte een vlieg, maar keek de derde keer tegen een bruine snuit met kraaloogjes aan.

We got ourselves a mouse. Alleen hoe schattig en tam het beestje ook leek, huisdieren waren niet toegestaan in ons huis. Daarnaast zat ik ook niet te wachten op het opruimen van ontlasting, of het verzorgen van de jonkies indien de muis al zwanger op zoek was naar een broedplaats. Ik deed de deur dicht voor het geval de hele roedel langs zou komen, maar daarna weer open omdat ik de muis bij het raam zag zitten. Hopelijk zou het probleem zich dan vanzelf oplossen.

Toen ik de muis om twee uur ‘s nachts nog hoorde, gooide ik alles naar buiten waar de muis hopelijk inzat. Een gitaarhoes, papieren- en slaapzakzak.. Maar na een tijdje geslapen te hebben bleek t nachtdiertje nog steeds binnen te zijn, of het was de deur die zo uit zichzelf piepte. Uiteindelijk bleek de muis onder en achter de kast te kunnen, want daar vandaan verschenen de kraaloogjes weer. Ik verschoof de kast zo stil mogelijk om drie uur ‘s nachts, en wachtte af met swiffer en blik. Een paar keer viel de muis van het blik af en rende weer terug. Uiteindelijk kreeg ik hem in de emmer, en bleek het gelukkig een veldmuis te zijn en daarom incapabel om te springen.


Zo kon ik het geschrokken dier eindelijk weer levend in zijn eigen wereld terugzetten. En hoe erg ik ook meeleefde met de muis, andersom was er geen sprake van empathie. Want hoewel ik de halve nacht voor hem bezig ben geweest, kon er geen bedankje van af.

 

zaterdag, september 21, 2013

Finkers voor het slapen gaan

De cursus omgaan met teleurstellingen gaat wederom niet door. Zo luidt de titel van het boek geschreven door cabaretière Herman Finkers. Als het goed is, gaat er dan bij iedereen die degelijk Nederlands kan een humoristisch belletje rinkelen. Aansprekend genoeg om de brutale jongen vol kattenkwaad in mij naar boven te halen, nam ik het boek van mijn opa mee naar de zolder, aka de dakkamer. Om te kijken of de inhoud aansloot op de titel.

En zo lees ik nu elke keer als ik daar logeer, een paar bladzijden droge humor. Het bevalt goed, want waar menig boek na tien bladzijden ongelezen blijft liggen, ben ik hiermee een consistente lezer. Lachen moet ik elke keer wel weer, dus voor iedereen die overdag niet veel te lachen heeft; probeer Finkers eens. Want een dag niet gefinkerd, een dag niet geleefd.

Hoewel het lezen eigenlijk ter ontspanning dient, dwalen mijn gedachten vaak af met de vraag: waarom is dit nou grappig? Wat is humor? Etc. Dit abstracte fenomeen van de psychologie wil ik maar al te graag vertalen naar concrete theorieën. Aan de andere kant: wil ik dat eigenlijk wel allemaal weten? Misschien is de lol er dan wel van af.

“Niets ter wereld wordt meer bewonderd en minder begrepen dan humor”
-         -  J. A. Holtrop

“Humor lost geen vraagstukken op, maar helpt er over heen”
-          - Julien de Valckenaere

“Humor en geduld zijn de kamelen waarmee je door alle woestijnen kunt gaan”
-          - Phil Bosmans

“Autoritaire mensen verraden zich altijd door een gebrek aan humor”
-          - Johannes Victor Teunissen

“Het is het prikkelen van het denkvermogen dat humor teweegbrengt”

-          - Inayat Khan
  



Steriele Schoonouders

maandag, september 16, 2013

Een gouden hand en een vleugje taktiek

Bij poker gaat het uiteindelijk om de beste kaarten; de kaarten die statistisch gezien vanaf het begin het minst haalbaar zijn. Die winnen. Maar voordat het daarop aan komt, gaat er een heel proces aan vooraf. Niet heel ingewikkeld qua basis, maar er is genoeg om een bosje tactiek op los te laten. Zowel wiskundige tactiek gebaseerd op kansen, als psychologische tactiek. Want poker is niet kaarten bespelen met mensen, maar mensen bespelen met kaarten.

Aan het spel waar de term pokerface zijn naam aan te danken heeft, vond ik zelf eerst niet veel aan. Dat gezicht van mij had geen schijntje pokerface, maar voelde meer als een open boek als ik anderen aankeek tijdens poker. Daarom wees ik de uitnodigingen van mijn oud-klasgenoot voortaan altijd af, om de vijf euro inzet te sparen. Hij lustte er wel pap van, en probeerde zo vaak mogelijk toernootjes te organiseren. Op internet stond hij 1200 euro in de plus. Toen ik dat hoorde, geloofde ik dat er meer was dan geluk en een goede pokerface.

In de vakantie zag ik hem vaak en toen hij een toernooi met 12 man voorstelde, werd mijn doel van de avond: safe spelen, zodat ik lang genoeg in leven bleef om mijn eigen inzet weer terug te krijgen. En mocht het weer fout gaan, dan ging ik all-in op een gezellig avond.
Ik wist nog niet precies welke startkaarten uitermate waardevol zijn, en dat in combinatie met mijn voorzichtige spel maakte het lastig voor mijn tegenstanders die veel online ervaring en prijsgeld hadden om mij te peilen. Ik wist zowaar (20 euro) te winnen.

Als ik won van spelers die online wel eens minimaal 80 euro binnen slepen, kon ik dat misschien ook wel. Tot zover geen online cashes, omdat ik het live toernooi deels won door mijn tegenstanders te observeren, en psychologische spelletjes weinig zin hebben in het begin van grote toernooien. Nu weet ik beter.


Aangezien de pokerpotentie in de familie, lijkt het vanzelfsprekend dat één van mijn volgende live toernooien het Gielkens Poker Cup toernooi wordt. Het is slechts een kwestie van tijd. Zeker met Doyle Brunson in de familie.

maandag, september 09, 2013

De uitklappers & tokketikkers

Elke dag is het raak. Het doffe, maar door herhaling vervelend wordende geluid van kussens is binnen onverwachts goed te horen. De pluisjes en al het andere wat de kussens de afgelopen nacht gevangen hebben, zweeft en suist door onze tuin. Het onmiskenbare teken dat de buren zijn opgestaan.

En als ook de kleedjes en handdoeken zijn uitgeklopt, is de tijd rijp voor andere klusjes. Of de muur zit ondertussen vol met gaten, of ze boren in de lucht, want vaak is het luide gekrijs van het boorapparaat te horen. Gaatje hier gaatje daar dus. Dat in combinatie met al die spijkers die in de muur getikt worden, vraag je je toch eens af: welke schilderijen zullen die mensen toch allemaal aan de muur hebben hangen?


De regelmatige twee keer per week stofzuigen zijn ook gegarandeerd te merken. Zelfde tijd, zelfde zender. Over routine kun je ze niks bijleren, en van variatie lijken ze niks te willen weten. Slecht geluidsisolerende muren en geroutineerde bezige bijtjes zorgen ervoor dat het zelden stil is op de gouwe 21, twee-onder-een-kap met de gouwe 19. Zelf ben ik niet anders gewend, want in Eindhoven is het veel erger. Alleen zou dat beter betiteld kunnen zijn met “jankende honden en braakklanken in de zeer vroege ochtend”. 

woensdag, augustus 28, 2013

vrijdag, augustus 23, 2013

Lachen & vreemde pepermuntjes

Vanaf 15 augustus kan ik weer gratis reizen met de trein. En ondanks reizen een middel is en de bestemming het doel, kan dit middel op zich al een hele gebeurtenis zijn. Zeker als je lange reizen maakt.
Dit keer zat ik alleen, vooraan in de coupé met vier normale stoelen en vier uitklapstoelen. Deze “gebeurtenis” zou niet meer voorstellen dan een beetje naar buiten staren, muziek luisteren en whatsappen. Totdat ik bijna in slaap viel en er vier dames op leeftijd zich tegoed deden aan de vrije plaatsen om mij heen. Het was bijna 1 uur smiddags, maar blijkbaar loopt de tijd achter in het vrolijke-oude-vrouwenland, want ik werd begroet met een goedemorgen. “Mogguh”, antwoorde ik beleefd en probeerde weer verder in slaap te vallen. Een ander van het stel vroeg of zij me wakker hadden gemaakt. Ik zat ondertussen al met mijn ogen dicht en met muziek in mijn oren, dus ik merkte niet dat ze iets tegen mij zei. Ik opende mijn ogen en vanuit de hoeken ontdekte ik dat ik bekeken werd.
De zelfde vrouw schreeuwde nu half. “Wij hebben jou toch niet wakker gemaakt hè?!”. Ik ontplugde een oortje en zei dat ik al wakker was, vriendelijk lachend. Daarna was ik waarschijnlijk nog steeds het onderwerp van één van hun tig gesprekken die ze door elkaar heen voerde, maar met mijn geluidsisolerende oordopjes in, kon ik ze niet verstaan.
Ik besefte dat denken dat ik verder kon rusten, een hopeloze gedachte was. Ik pauzeerde de muziek en werd toeschouwer van de tig gesprekken. Het bleken (elektrische-)fietsfanaten te zijn op weg naar Den Haag. Ik herkende Den Haagse straatnamen, want och, ik ken zo mijn steden. Waarschijnlijk teleurgesteld omdat ik hun gesprekken niet vergezelde, waren ze aan de praat geraakt met een omaatje van weer een hogere leeftijdscategorie. En die houden wel van koetjes en kalfjes. Ondanks mijn inbreng niet meer was dan een geïnteresseerde blik of een begripvolle lach, kreeg ik wel pepermuntjes aangeboden. En bij mij stonden de Wilhemina’s erom bekend dat ze dik waren, maar deze waren juist extra dun, dus “ik mocht er wel twee nemen hoor, of zelfs drie”.

Voordat de oma en ik bij Rotterdam centraal uitstapte, maakte zij nog even duidelijk aan de groep dat het zo belangrijk was om elke dag een keer te lachen. Geen idee hoe oud het mensje was, maar ze zag er oud genoeg uit om wederom waarde en aandacht te schenken aan deze bekende uitspraak. Lachen zal ik.

vrijdag, augustus 16, 2013

Phantom Limburger

Lekker, zomervakantie. Maar toch hou je altijd een to do list. Een lijst met kleine dingen, zoals de hond uitlaten of de tandarts bellen. Maar ook belangrijkere dingen, zoals een schrijfopdracht die niet zo goed was uitgepakt verbeteren om zo het vak alsnog te halen. Helaas zit daar niemand op te wachten in de vakantie, dus bleef het lang op de to do list staan.

Omdat morgen de uiterlijke inleverdatum was van het artikel, besloot ik van vandaag een TO DOnderdag te maken. Even het stof van de lijst afhalen waar de schrijfopdracht stond en ik kon aan de slag. Ik las nu voor het eerst grondig het hele artikel inclusief het werk van mijn groepsgenoten, en begreep wel waarom ze ons geen voldoende konden geven. Het kon erger, maar het kon ook wel enige verbeteringen gebruiken.

Onze schrijfopdracht ging over phantom limbs; de sensaties die iemand kan hebben dat een lichaamsdeel er nog steeds is nadat het lichaam het heeft verloren. Meestal is die sensatie pijnlijk, en pijnlijk genoeg dat mensen er depressief van raken. Het gevoel wordt beschreven als de pijn die je voelt als je je elleboog ergens tegenaan stoot, maar dan langer dan bij de gezonde variant.

De opdracht was voor vier personen bedoelt, maar nu hoop ik dat het als een éénpersoonsopdracht wordt beoordeeld. Want helaas was ik de enige die er genoeg belang bij had om het vak dit jaar nog te halen, dat concludeerde in dat ik alleen de opdracht moest verbeteren.  


Mijn mobiel vulde achter phantom, limb automatisch naar Limburger aan. Phantom Limburger, waar slaat dat nou weer op?! Maar nadat ik de letters urger weer vrolijk had ge-backspaced, bedacht ik me dat het wel ergens op sloeg. Een jongen waarmee ik samenwerkte, had wel meegewerkt aan de opdracht in het begin, maar had slordig werk geleverd waarvan de bron vermist was. Ik mocht dat nu mooi verbeteren, want hijzelf werkte niet meer mee. Dus hij was er eerst wel, en toen hij niet meer beschikbaar was, kreeg ik er last van. En toevallig is deze jongen een Limburger.. De mobieltjes van tegenwoordig; je zou je zowaar dom gaan voelen.