donderdag, maart 12, 2015

Muzikaal hartenjagen

Op Facebook doe je alles voor een like, op YouTube voor de soortgelijke "thumbs up" en op Twitter hoop je dat je tweet geniaal genoeg is voor een "retweet". Er zijn verschillende media om populair te doen, en dus ook om je muziek te verspreiden. Maar waar Facebook eigenlijk meer voor foto's is bedoeld en YouTube en Twitter respectievelijk voor video's en korte teksten, is Soundcloud hét bedoelde medium voor muziek; en daar gaat het om hartjes verzamelen.

Het is eigenlijk allemaal één pot nat; duimpjes en hartjes, het gaat erom dat er waardering getoond wordt. Natuurlijk probeert elke web developer er zijn eigen twist aan te geven, maar voor de gebruiker maakt het niet uit hoe dat gebeurt. Of wel? Misschien is iemand eerder geneigd om alleen zijn duim op te steken dan met zijn hart en ziel aan het nummer gelinkt te zijn. Op Youtube staat het hartje voor een favoriet, de top van de likes. Die gaan natuurlijk minder snel de deur uit dan de huis-tuin- en keukenlike. In ieder geval zijn er geen gradaties in likehartjes op Soundcloud, dus naast die intrepretatie van hart/ziel of favorieten, is het even speciaal als een doorgaanse duim op Youtube.

Even over de site. Op Soundcloud is de zogenaamde waveform van de muziek te zien waardoor je ziet waar de verschillende stukken van het nummer zitten, zoals het refrein of een stille opbouw. Daarnaast speelt de muziek lekker door terwijl je klikt, scrolt en switcht tussen verschillende pagina's. Naast het liken, is er ook de mogelijkheid muziek op je eigen pagina te posten, het muzikale retweeten dus. De site lijkt dan wel het meest geschikt voor muziek, maar helaas zit er een limiet aan het gratis uploaden daarvan en mist er de mogelijkheid muziek te linken aan soortgelijke nummers. Jezelf populair maken is op die manier niet mogelijk. 

Op Youtube gaan de views (of eigenlijk de listens) harder. Daar ben ik weliswaar eerder mee begonnen maar adverterem is daar ook makkelijker doordat je in je reactie op een andere "video" een link van je eigen werk kunt droppen. Door het gebrek daaraan is Soundcloud misschien minder spamgevoelig, maar de beginnende muzikant krijgt nog minder aandacht dan het sowieso al kreeg. En zover ik weet heeft Youtube ook geen uploadlimiet. 

En dan Facebook. Facebook is het ergste van de drie. Of het minst goede. Als ik enthousiast een nieuwe creatie via Facebook deel, wordt er bijna nooit op gereagegeerd, dan wel niet geliked. Dat ligt gelukkig niet per se aan míjn muziek; alle muziek die via Facebook gedeeld wordt, vangt maar zelden enkele duimen. Dat is wel balen, want juist op Facebook heb ik de meeste "volgers" en van je vrienden zou je het moeten hebben.

Ik hoop dat Soundcloud nog een succes wordt voor Snamco, ook al is zijn uploadtegoed alweer op. Ik ben laatst voor de tweede keer gevraagd om sax te providen voor een andere artiest. Dat is wel weer mooi, geen kwantitatieve maar kwalitatieve opbrengsten in vergelijking met het Youtubefront. Het is alleen nog de vraag wat betreft saxopnames uitdelen waar de grens ligt tussen gratis reclame kunnen maken en een betaalde dienst leveren of een wetmatig contract opstellen voor potentiële volgende opbrengsten. 

Het muzikale leven blijft keuzes maken. Ook op Soundcloud. Of het nou beter werkt dan Youtube is nog maar de vraag, misschien op de lange termijn wel. Ik blijf in ieder geval op alle fronten zo actief mogelijk. Het beste recept voor muzikaal succes is waarschijnlijk net zoals bij investeringen: verspreid je kansen.  




dinsdag, februari 24, 2015

Kosten van de staat?

“Heb jij nog iets bijzonders meegemaakt? Laat het weten! Bellen is op kosten van de staat.” In een onschuldig radioprogramma van de publieke omroep zullen de kosten niet hoog oplopen en is er verder geen probleem als iemand zo nodig zijn hart wil luchten via de radiogolffrequenties. Maar geldt dat ook voor de zorgverlening? In de zorg gaat het meestal om grote bedragen en vinden we het misschien wel belangrijker om mee te beslissen hoe het geld uit de collectieve spaarpot verdwijnt.

Kijk even het volgende filmpje:




Stel dat deze jongen zich tegen een boom parkeert, willen we daar dan de kosten van betalen? Waarschijnlijk niet. Tenzij je hem persoonlijk kent en weet wat “een leuke kerel het eigenlijk is”. Iedereen is automatisch betrokken bij de zorg omdat een basisverzekering verplicht is. Stel dat hij in leven gehouden moet worden of duur opgeknapt moet worden in het ziekenhuis, zien we waarschijnlijk liever dat de middelen daarvoor voor andere personen gebruikt worden. Het liefst laat je hem gewoon liggen, hij had je kinderen wel dood kunnen rijden. Of kunnen we dat niet maken?

Stel dat we dat wel konden; waar zou dan de grens komen te liggen? Dat iemand blijkbaar niet om zijn eigen en andermans veiligheid geeft, is subjectief bepaald. Zulke subjectieve beoordelingen zijn wel te meten, maar dat zou iedereen moeten stemmen of iets dergelijks. Dit zou dan per persoonlijke kwestie moeten gebeuren, want familie stemt wel voor zorgverlening aan hun eigen kroos, maar niet voor dat tuig van anderen. Bovendien zou dit van te voren al allemaal vastgelegd moeten zijn; in noodgevallen is er geen tijd voor een landelijke poll “Moet Jantje x zorgverlening krijgen of niet?”.

Onhaalbaar dus. Zeker omdat bijna niemand genoeg over een ander weet. Wat als we wisten dat deze wegmaniak in zijn verdere vrije tijd een opvangcentrum voor verwaarloosde dieren had, of altijd de troep van anderen op straat in de prullenbrak gooide? Onwaarschijnlijk, maar stel? Dan moeten we weer opnieuw stemmen. En is het rigor mortis-proces onder de boom begonnen.

Het is lastig gevoelsmatig een goede grens te vinden, laat staan een objectieve. Bovendien betaalt deze jongen ook zelf mee aan de zorg. Dus heeft hij recht op zijn deel. Hij zou in een risicogroep met hogere premies gezet kunnen worden, maar hij zal zich daar natuurlijk niet vrijwillig voor opgeven en niet elke gek zal gek genoeg zijn om mee te doen aan programma’s zoals “gek op de weg”, zodat ze het vakje voor risicogroep kunnen aanvinken.


Mogen we überhaupt wel de zorgverleningsdistributie betwisten of moeten we gewoon solidair zijn en blind meebetalen aan de fratsen van o.a. recreatieve wegmisbruikers? Het voelt misschien niet goed, maar het scheelt wel een hoop onhaalbaar werk en beantwoorden van vragen waar we eigenlijk geen antwoord op hebben.

donderdag, februari 12, 2015

Weet jij wie??

Maar ik weet er wel een.

vrijdag, februari 06, 2015

Rondje OEL

Waar de ketjapdampen eerst nog van de garagevloer opstegen, is het nu al wat opgefrist in huize OEL. Een boek lezen bij de verwarming zat er niet in zonder opgeroepen te kunnen worden om mee te helpen. Het laagste niveau van de kamer is voorzien van  een tafel bestaande uit een deur en twee schachten, alle drie gevonden in diezelfde ketjapgarage. Nadat de deur flink gepoetst in de kamer plaatsnam, werd die omringd door rode en witte kantinestoelen, geïmporteerd uit hartje Rotterdam.

De inrichting is verder alleen de oude meuk die er al stond met een houten tafel geïmporteerd uit Nieuwerkerk aan den IJssel. De oude meukbank ligt trouwens oheerlijk, beter dan mijn bed in ieder geval. Dat liggen zou nog lekkerder kunnen met een geactiveerde open haard en een stukkie taart. Daar heeft mijn bed dan toch een streepje voor. Iets wat in het huis nog echt mist om het optimale behaaglijksgevoel te creëren, is een gevulde koelkast. Of überhaupt een koelkast.

Na een tijdje in het onderk-oelde huis te zijn geweest, hebben we de lokale bakkerij bezocht. Niet voor de gezelligheid maar voor de noodzaak. We hadden een hongerklop waar John nog een puntje aan kan zuigen. De laatste nonnevot uit de etalage was overigens wel louter voor de gezelligheid. Die moest helaas koud genuttigd worden, want de opwarmapparatuur was nog niet gebruiksvriendelijk door de aanwezigheid van onherkenbare zwartigheden.

Uiteindelijk werd het huis voor het eerst vergast en de deurtafel vergaderontgroend. Het ging het huis goed af, zelfs de wc bleek na enkele instructies te vinden. De eerste overnachting is ondertussen ook al achter de rug, volgens mij mogelijk gemaakt door de nu Ohese lakens uit Lauenstein geïmporteerd. Hoe ver weg ook, je ziet toch dat Ine de lakens overal kan blijven uitdelen. Op het gebied van entertainment is het huis al een stereoset rijker, waar een tv nog moet volgen. En had ik de k-oelkast al genoemd? Een goeld gevulde graag.





woensdag, februari 04, 2015

Weekje overwinteren in Mallorca met DM

Voor de wielervereniging heb ik een stukje geschreven over mijn week fietsen in Spanje. Het is geschreven voor en over de leden van Dutch Mountains, dus het is misschien niet zo leuk om te lezen of moeilijk te volgen.

Maar voor Ine en John die kunnen zien hoe fijn de warmere plek zal zijn waar ze naartoe trekken, voor de rest die een fiets wil zien waar je wél een licentie mee kan krijgen op Geleen, voor mam om selfies te zien die zonder selfiestok zijn gemaakt, of gewoon voor de rest die wil zien dat ik ook hard aan het trainen ben, heb ik het verhaaltje ook online gezet op mijn WaarBenJij-account:

http://lieskecoumans.waarbenjij.nu/reisverslag/4802542/weekje-overwinteren-in-mallorca-met-dm


woensdag, januari 28, 2015

De creatievolutieve industrie

Bij creativiteit gaat het om associëren, linken leggen waar niemand dat nog gedaan heeft. Je onderscheiden van de concurrentie door middel van “iets unieks” is nu hot topic in de productie- en marketingwereld, ook wel de creatieve industrie genoemd. Gelukkig hebben wij als mensen het cognitieve vermogen om innovaties te bekokstoven en zitten we niet vast aan onze beperkte programmatuur van een computer of aan een primitief instinct van een slak. Daarmee zijn we dus gezegend. Toch is de mens niet uniek wat het creativiteitsvermogen betreft.

In de natuur is creativiteit een resultaat van toeval en daardoor ook van kansberekening. Een witte muis moet een kans hebben om jongen te krijgen. Die generatie moet een kans hebben om toevallig bruiner pigment te produceren door een genetische mutatie, moet toevallig overleven en bovendien nageslacht krijgen dat de nieuwe pigmenteigenschap weer overneemt. Ondanks zo’n bruine muis beter gecamoufleerd is en daardoor over het algemeen betere overlevingskansen heeft, kan het ook zijn dat hij desondanks een pechvogel is, die tijdens het kaaszoeken in het nest van zijn jager de heer des huizes tegen het lijf loopt. Dat is zonde, want de bruine vacht zou de muizen op de lange termijn veel voordeel brengen.

Alles moet dus wel precies op z’n plek vallen in de evolutie. Dat kost aardig wat tijd. Het is een kwestie van de juiste nucleotiden die op het juiste moment in de juiste omgeving muteren. Stel dat er langgeleden een man was met vleugelgenen, dan zouden we daar nu transportief profijt van kunnen hebben. Maar de arme stakker vloog gelijk tegen een boom aan, en van zo’n oen wilde natuurlijk geen enkele vrouw kinderen krijgen. Een betere eigenschap hoeft dus niet per se te overleven zodra hij de mutatiefase voorbij is.

Maar even terug naar de muizen. Nou blijkt dat die donkere vacht niet alleen beter is voor de beschutting, maar ook voor warmtebehoud. Die associatie had niet iedereen meteen gezien. Dit getuigt dus van creativiteit in de evolutie.

Een ander voorbeeld: ontlasting. We hebben er allemaal wel eens last van. Maar door de evolutie zijn sommige dieren die lastige afvalstoffen gaan gebruiken om zo hoog mogelijk tegen een boom hun territorium af te zetten. Geniaal toch? Wij, jaren en jaren later gebruiken nu straatnamen en huisnummers die we toch nooit kunnen onthouden, in plaats van zo creatief te zijn om onze lichting voor de deur te lozen en te zeggen: ‘ruik maar hoe je d’r komt.’

Met Moeder Natuur gaat het misschien allemaal wat langzamer dan dat een slimmerik na een avondje broeden opeens al ‘Eureka’ roept. En we hebben niet allemaal de luxe van het eeuwige leven om die tijd uit te zitten. Toch is die creativiteit gebaseerd op toeval en tijd fascinerend. Zo kunnen we ons leven ook verbeteren zonder de hulp van menig mastermind. Wie dus niet zo creatief is, moet gewoon heel lang wachten. 





woensdag, januari 21, 2015

Brend

En ja, er waren gelukkig nog kaarten voor de wielerwedstrijd in Glanerbrook. Volgens Lieske was ‘t voor de deelnemers geen echt plezier, want Marij van de Dutch Mountains won toch altijd. O.K. een beetje oefenen voor de anderen, dat wel. Dus of ik Marij in elk geval wilde feliciteren, met de groeten van haar. En nee, zelf zou ze ook wel een ander keer meedoen, want iedereen was welkom, mits je een licentie had.
Of ik die ook kreeg?
Ze dacht van wel, maar mijn fiets waarschijnlijk niet, dus dan maar niet.

Maar wij gingen niet voor Marij. we gingen voor Brend, die zou haar wel even uit de wielen rijden. Helaas lukte dat niet, want geen Marij te bekennen. Voor alle zekerheid bij de baancommissaris nagevraagd en nee, vandaag zelfs helemaal geen vrouwen.

Nou, dan zoals gepland alle geld op Brend gezet. En hem via de omroepinstallatie aangemoedigd: “Zet ‘m op Brend, we willen je zien winnen.”
En dat deed-ie, hij werd althans winnaar van het peloton. Helaas waren er toen al drie koplopers binnen. Maar goed, een vierde plaats, nét achter ‘t brons, daar kun je mee thuis komen.

Nu ontkomt een echte crack natuurlijk niet aan een interview. “En Brend, hoe was ‘t vandaag?”
“In ’t begin niet zo best, ik had nog last van mijn knie operatie en mijn pols, maar daarna werd ‘t beter, vooral toen het publiek me begon aan te moedigen.”
“Kun je dan niet zorgen dat die in het vervolg eerder komen?”

Sorry Brend, volgende week zijn we naar de zoveelste Nieuwjaars receptie. Dus als je voor de bloemen gaat, geef die dan maar aan Nikki.

 
 


 
 

  


 .
   

 

dinsdag, januari 20, 2015

Coucleum

Als opgerolde Bommel uit zijn mand moet om een plas en poep te doen, lopen de rillingen over mijn lijf. Van die zachte, broedende wollen deken naar de kou. Zonder jasje zonder dasje, alleen met een metalen halsband om die in de onverwarmde bijkeuken heeft gehangen. Ik hoop dat Bommels vacht warmer is dan mijn langste kapsel en baar bij elkaar. In Lauenstein moest hij nog door de sneeuw banjeren, maar zelfs nu het in Nieuwerkerk relatief warm is, voel ik alsnog medelijden.

Het kan toch niet dat als ik het zelfs nog koud heb met winterkleding aan, dat hij nog kan genieten van zijn wandelingetjes rond het vriespunt? Mijn wintersportjas steekt aan alle kanten uit, ideaal om de kou te trotseren. Toch voel ik de wind via onmogelijke hoeken binnenstromen. Na enkele minuten zijn mijn vingers rood en na een fietstochtje krijg ik de sleutel nauwelijks uit het slot. Sterker nog, binnenshuis voelen mijn handen soms al alsof ik net een minuutje nutteloos in de vriezer heb lopen graaien. Ik ben een echte koukleum.

Toch heb ik er niet altijd last van. Op het voetbalveld in de kou beginnen is ook geen pretje, maar eenmaal bezig is de interne kachel eindelijk up and running. Dan is de korte broek niet langer gevreesd maar juist geprezen. Tot je uit het veld gehaald wordt, dan is het een hel op de bank. Graaiend naar alle jacks, jassen en trainingsbroeken van de voormalige wissels om je lichaam te bedekken terwijl je hoopt dat er een veldspeler onwel wordt.

Dat essentiële bewegen, dat weet Beumel waarschijnlijk ook. Die sprongetjes voordat de riem om gaat; hij kent het geheim van de warming-up. En de noodzaak natuurlijk. Hij neemt de kou voor lief om zijn ontlastingen te lozen en daarnaast te snuffelen aan die van anderen.


Misschien is het dus maar onbewust zelfmedelijden, dat ik mezelf inbeeld op blote voeten naar buiten te moeten gaan. Door de ijzige modder van het veld, over de kille tegels van het laantje om de hoek. Gelukkig schijnt Bommel er geen last van te hebben. En dat gun ik hem van harte.



zondag, januari 11, 2015

té beleefd: overgegeneraliseerde ja graag en nee bedankt

Je zou denken dat beleefd zijn geen grenzen kent en dat netheid overal gepast is. Niettemin moet je daar ook mee oppassen.
Maar daarvoor moet je die beleefdheid wel eerst aangeleerd krijgen.

Vroeger, toen ik misschien net tien jaar oud was, logeerde ik wel eens bij kennissen in Leeuwarden. Ik keek daar altijd lang van te voren naar uit, want het was daar goed toeven. Het was een enorm herenhuis (en dat leek nog enormer omdat ik enorm klein was), met trappen die tussenstukjes hadden om te pauzeren en de mogelijkheid boden een beschuitje te eten. In de woonkamer stonden vier computers op een tafel tegen de muur aan. Daar zaten we dan tot 's avonds laat op te spelen. De twee jongens daar hadden altijd wel een nieuw spel geïnstalleerd waar we ons dag en (een klein beetje van de) nacht mee konden vermaken. Hun moeder deed in de latere jaren de verwarming uit als ze naar bed ging, om ons zo te motiveren de warme dekens boven de koude woonkamer te verkiezen. 
Wanneer we 's ochtends opstonden en plaats namen aan de welbekende computertafel, kwam Klaas, de vader van de jongens, ons vragen wat we op ons brood wilden. Lekkere witte tijgerboterhammen met kaas, worst of hagelsag. Ik weet niet of ik me toen al van deze luxe bewust was of dat ik het alleen niet zo uitte, want op een dag vroeg Klaas of ik ook hagelsag op mijn bammetje wilde, en ik sprak de volgende twee oneerbiedige woorden: ja hoor. Klaas maakte duidelijk dat hij met alle liefde mijn boterhammen voor mij wilde smeren en beleggen, maar dat ik wel wat blijer en beleefder kon zijn. Volgens hem was het óf ja graag, óf nee bedankt.

Ik was zo geschrokken van mijn onbedoelde onbeleefdheid, dat ik vanaf toen af aan deze beleefdsheidles overal ging toepassen. En dat klinkt soms dus een beetje vreemd:
'Wil je mij het zout aangeven?'
'Ja graag.'
'Vind jij ook dat zij zo mooi kan zingen?'
'Ja, graag.'
'Kan ik nu even snel douchen?'
'Ja, graag zelfs!'

Ook het andere beleefde antwoord kan verkeerd uitpakken door een cynisch tintje. Zo liep ik eens door het centrum van Eindhoven toen een zwerver me aansprak:
'Heeft u misschien nog geld voor iets te eten?'
'Nee bedankt!'
Ook in het huishouden kun je beleefd en dankbaar weigeren.
'Wil jij de vuilnisbak even buiten zetten?'
'Nee bedankt.'
Of als iemand je sportnieuwskennis komt peilen.
'Heb je Ajax dit weekend zien winnen?'
'Nee dankje!'