woensdag, februari 21, 2018

Externe blog: Eerste stappen gemaakt voor mobiliteit en duurzaamheid in Buitenveldert

Hier de link naar mijn eerste blog geschreven als stagiair voor Waag Society!
http://waag.org/nl/blog/aan-de-slag-met-buurtbewoners-buitenveldert 
Ik moest om met naam genoemd te worden, wel een eigen profiel hebben op de website.
Die is er nu dus ook: http://waag.org/nl/users/hub-coumans




zaterdag, januari 13, 2018

De Continuiteit van de Correspondentiebrieven


Corresponderen zit in de genen. Al dan niet direct door het genotype, dan wel door het fenotype met het aangeleerde gedrag jezelf te ontwikkelen. In dit geval om scherp te kunnen formuleren en er wellicht nog iets aan over te houden. Mijn moeder werd (met centjes?) gestimuleerd om o.a. de koningin aan te schrijven. Ze schrijft nog steeds het één en ander aan en vaak met succes (alhoewel voor zakelijkere doeleinden dan een snotlap van hare majesteit). Op mijn beurt werd ik getriggerd door de mogelijke opbrengst van zulke brieven: het leverde gratis geconverseerde kersen en zakken chips op. Zo is het er met de snacklepel ingegoten.

Waar mijn moeder de Zakdoek van Adel achter zich liet, wisselde ik op mijn beurt de snacks in voor hogere idealen. Klachten, opmerkingen, vragen, een poging tot gedachte-uitwisseling en geestverrijking over en weer.. Je leert dat de correspondentiepartner belangrijker is voor de uitkomst dan de daadwerkelijke brief. Vroeger was het spontaner, persoonlijker. Mijn moeder ontving nog wel eens een sympathiek antwoord met een sportief compromis als er iets niet in de haak bleek. Nu begint elk antwoord standaard met een verontschuldiging en medeleven, cynisch in contrast met het vaak teleurstellende, misplaatste bericht eronder dat mede kant en klaar gekopieerd wordt voor gecategoriseerde gevallen.  

Desalniettemin geef ik het aanschrijven niet op. Laatst had ik nog succes bij Dopper, de populaire plastic-flesjes-fabrikant die zich om milieu en gezondheid bekommert. Zoals ik al zei, hangt het resultaat van de andere partij af en ga ik ervan uit dat een onattente klacht het klusje ook geklaard had. Echter gaat het om het aangeleerde gedrag scherp te kunnen formuleren, waar de focus des te meer ligt nu antwoorden vaak semiautomatisch gegenereerd blijken.

Naast klantenservices schreef ik afgelopen kwartaal ook naar evolutiepsychologen om de reisverlangens van menig mens te verklaren. En reageerde ik op het zelfontwikkelingsboekje “Je bent wie je wordt” van &samhoud, een consultancy bedrijf dat prijzen heeft gewonnen voor de prettige werksfeer binnenshuis. De prijs voor prettige communicatie buitenshuis hebben ze niet en dat verbaast me allerminst. Ondanks ze zelf de lezer uitnodigen op hun filosofische aanpak te reageren, kreeg ik geen bericht terug. Niet eens een onpersoonlijk semi-geautomatiseerd bedankje.

 Wederom een reden om je op je eigen proces te concentreren. Het klinkt meditatief: richt je op het proces, niet de uitkomst. Als er weer een mail naar tevredenheid de deur uit is, heeft dit inderdaad wel wat zelf-therapeutisch. Toch zou het leuk zijn ook een representatieve respons te krijgen. Of desnoods een zak chips.   



maandag, december 11, 2017

Getweakte post-Adam gedichten


Als mijn aantekeningen kloppen, schreef ik dit gedicht in de trein terugkomend van de voorlezing voor de gedichtenwedstrijd in Amsterdam. "Ontremmingskracht" was daar ook één van.
Dit zijn de gedichten na aanpassingen om het ritme te verbeteren:



Liefde op het eerste vergezicht
Net die ene
Perfect in mijn straatje
Die nam de bene
Zo zonder praatje


Met een wandeling voor de boeg
Afgedropen uit de kroeg
Is geen gepieker mij genoeg
Denkend aan m’n ingebeeld gezwoeg

Hoe ik je benader
Vertrouwen gereed
M’n vingertoppen in de aanslag
Vragen hoe je heet






Boos maakt Blij

Klop klop
Zero zin in het openen van die deur
Kop op
Laat me binnen in dat humeur!

Rot op!
Vrolijke donder,
Je enthousiasme maakt me bang.
Het is een wonder,
Dat ik nog niet hang.

Want wat scheelt er
Aan een portie gezeur
Een brug te ver

Een voortreffelijk humeur
Gebaseerd op verdriet
Een liefdevolle affectieparasiet

Laat me toch grillen
Laat me toch zeiken
Laat me toch willen
Willen vergeten
Met wie ik me moet vergelijken

Jij bent fraai
Ik ben down
Ik doodsaai
Jij de clown

Stop over te halen
Ik stel je niet teleur
Laat me lekker balen
Geeft jou meer kleur
Wees blij met m'n kwalen
Misbruik mijn humeur
Ontplooi uit mijn falen
Zal jij meer van stralen

woensdag, november 29, 2017

...en dan hoeveel plaatjes is een woord meer tekenend?


Ambachtelijk. Karig. Mystiek. Gemeen. Pitoresk. Akelig. Gemoedsrust. Bedrog. Proper. Frivool. Introvert. Onderbuikgevoel. Virtuoos. Initiatief. Mededogen. Passie. Onvoorwaardelijk. Puur. Gerechtigheid. Ontzag. Respect. Gezellig. Et cetera. Deze reeks kan uiteraard verbeterd worden door kort maar krachtig of juist langer en imposanter het idee op een pakkende manier duidelijk te maken. Het gaat er in ieder geval om genuanceerde gevoelens op te roepen. Bijna vier jaar geleden pleitte ik voor de ingrijpendheid van plaatjes, waar het ook het gezegde aan te danken heeft. Nu is hier een loftekst voor de woorden zelf.

Het zijn de gevoelswoorden die het hem doen. Waar de visuele kunst universeel is, lijkt de taalkundige er één voor relatieve intimi. Een schilderij kan zo de hele wereld over, maar een boek moet toch echt eerst langs de vertaler wil het van waarde zijn voor anderstalig publiek. Daarin heeft het visuele dus een voordeel: een analfabeet kan zich de ogen uitkijken in het Louvre en alle verkeersborden staan los van taalkundige vereiste (op de tekst eronder na; is rappel Frans voor een rare appel? Ik snap wel dat je daarvoor moet oppassen op de snelweg). Maar investeren in de letterkunst kan begrip en affectie scheppen dat niemand met zijn of haar kwastje even bolwerkt, als het überhaupt al mogelijk is.

Nu schrijf ik in het Nederlands. Maar natuurlijk heeft elke taal weer zijn voor- en nadelen met een uniek vocabulaire en structuur. Ondanks ik daarnaast redelijk veel in het Engels heb geschreven en gesproken haal ik bij lange na niet die feeling van genuanceerdheid of knipogende taaltovenarij als met mijn moedertaal (los van het feit dat één taal al eindeloosheid te bieden heeft). Dat ik qua Engels nog ver onder deze maat zit, word ik pijnlijk aan herinnerd op elke pagina van “The World according to Garp”.

Twee voorbeelden van verschillend verschillenkaliber zijn het woordje hygge en de complete taal Sanskriet.  Hygge is een Deens woord dat “lastig uit te leggen” is: die uitspraak geeft aan dat er meer gevoel achter een woord kan zitten dan een plaatje of zelfs een aantal andere woorden. Hygge is zoiets als gezelligheid, maar dan anders. Het is waar mindfulness, vredigheid en “doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg” bij elkaar komen.  Wil je er dan toch een plaatje aan koppelen, dan zouden een haardvuur, paar wollen sokken en een warme drank niet kunnen ontbreken volgens Google afbeeldingen. Het sociale aspect is groot, maar niet vereist.
Sanskriet daarentegen is eigenlijk een bijzonder geval omtrent taal en gevoel: het schijnt de meest exacte taal te zijn die er bestaat, in zoverre dat de nieuwe generaties supercomputers in de toekomst met deze taal zouden gaan functioneren. Het schijnt informatie op de kortste manier in een zin te kunnen stoppen op een ondubbelzinnige manier. Ik weet er het fijne niet van, maar die onwetendheid  van een compleet nieuwe taalkundige dimensie wekt dan wel weer een bepaald gevoel van machtigheid en mogelijkheid op.

Alles draait om balans. Het zou zonde zijn ons niet meer op één van de verschillende manieren over de wereld en elkaar te kunnen verwonderen door te beweren dat dan wel het plaatje of het woord een winnaar is. De waardering voor het potentieel per kunst- of communicatievorm is afhankelijk van de ander. Probeer “proper” maar eens te pictionary’en binnen de bepaalde tijd. Of probeer anderzijds eens een “peer” distinctief te omschrijven zonder het taalkundig met een appel te vergelijken.

En voor wie zich betreurt over het eigen vermogen om zich visueel of taalkundig uít te drukken, is er altijd nog het vermogen om zich ín te beelden. Begin maar eens met een cursus Chinees of Fins. En bedenk je dan dat er honderden miljoentallen mensen met diezelfde stomverbaasde blik naar deze 600 woorden zouden kijken waar jij je zo even wél een beeld bij hebt kunnen vormen. Dat besefsgevoel is toch onbeschrijfelijk? 

"hygge"
Sanskriet: toch ook over gevoel

zondag, november 26, 2017

Gezond of Gelukkig Gemodelleerd Leven?


Sinds mijn TU/e-tijd zijn er vrijdagen geweest waarop ik een beetje dizzy wakker werd. En schuldig.  De dag ervoor had ik bier gedronken, soms ook wat sterkers. Slecht is het, zo leerde ik al in de brugklas van afschrikkende presentaties over hersenschade. Maar toch was het dan een leuke en memorabele avond, die ik niet had willen inruilen voor de gezondere en verstandigere avond door te zijn gaan trainen of in ieder geval het alcoholgehalte op 0,0 ‰ te houden.
Door die gemixte gevoelens zou ik wel een holistisch model willen maken wat betreft geluk op de lange termijn waarmee je vragen kunt beantwoorden zoals: doet een biertje meer goed aan ontspanning, plezier, genot dan de ongezonde consequenties van geheugenverlies, leverbeschadiging en calorieën?

Ik volgende een vakkenlijn genaamd Quality of Life, waarin de meetmanieren werden besproken betreffende de toegevoegde waarde van gezondheids- en welzijnsinterventies. Dit om te bepalen welke overwegende gezondheidsbemiddelingen het geld waard zijn. Een voorbijkomend voorbeeld was dat het verspreiden van fietsen een positievere invloed heeft in Nederland dan in de Sahara. De context is dus belangrijk. Daarnaast is het lastig te bepalen wat nou precies de gewenste eenheid is om welzijn uit te kunnen drukken. Het blijkt bijvoorbeeld dat lichamelijk gehandicapten na 5 maanden weer op hetzelfde subjectieve geluksniveau zitten. Hebben zij dan nog steeds behoefte aan voorrang als het om fysieke of mentale hulpmiddelen gaat?

Het contextaspect wordt al beter omvangen in een andere tak waarin ik een vak heb gevolgd: The Quantified Self. Hierin gaat het om gezondheid en gedrag zo persoonlijk mogelijk in kaart te brengen. Apparatuur en telefoonapplicaties zijn ontwikkeld om je door de dag heen aan je persoonlijke progressie en doelen te helpen herinneren door het meten van je fysiologie en bezigheden.
Self quantification komt al een stapje dichter in de buurt van een persoonlijk passendere manier om inzicht te krijgen en potentiele vooruitgang concreet te maken. Toch blijven de meeste doelstellingen gebaseerd op grootschalig onderzoek wat goed en slecht is, waarbij vooruitgang alsnog voor iedereen als hetzelfde vastgesteld wordt. Stel dat onderzoeksresultaten uiteindelijk een holistisch model mogelijk maken, zal het nog steeds over gezondheid en levensverwachting gaan en niet veel zeggen over geluk. Ook nu al zal elke gezondsheidspromotende app een biertje zien als iets dat vermeden moet worden voor de beste vooruitgang of gezondheidsstatus.

Daarbij komt dan nog de waarheid van de wetenschap kijken. De beweringen die de wereld worden ingeluid kunnen slechts gebaseerd zijn op een statistisch testje waar bij toeval een bruikbaar getal uit kan rollen. Onze Daniel Lakens is hier een hedendaagse criticus van. Persoonlijk heb ik duit in zijn zakje gedaan door hem te wijzen op het IgNobel prijs winnende onderzoek waarin hersenactiviteit bij een rotte vis wordt geconstateerd. Onderzoeksmethodes zijn bij vlagen minder intuïtief verantwoord dan het onderbuikgevoel. Dit verklaart ook waarom er zoveel tegenstrijdige berichten zijn over welke voedingsmiddelen wel of niet gezond zijn.  
Bovendien is het maar de vraag of objectieve kennis ook subjectief van waarde is; het alom bekende voorbeeld hiervan is het placebo effect. En er is nog een meta-effect wanneer een eventueel holistische levenssmodel gerealiseerd is. Het eten van een zak chips kan de ongezondheid overtreffen als het goede gevoel erbij ervoor zorgt dat een belangrijke taak wordt uitgevoerd. Maar het bewust zijn van de ongezondheid kan de smaak bederven en daardoor dat goede gevoel de kop in drukken. Dit moet weer in het model worden meegenomen, en hoe iemand tegen zo’n model aankijkt ook. Het is zowel theoretisch als praktisch een oneindigheid van intergerelateerde effecten.  

Natuurlijk zijn er bepaalde bruikbare inzichten die de wetenschap ons over ons welzijn kan zeggen, maar die komen dan ook vaker uit verschillende onderzoeken terug en zijn globaler omschreven. Zo is lichamelijke beweging goed voor lichaam en geest en verhoogt roken de kans op longkanker en een slechte adem. Maar ergens klinkt het ook wel logisch op eigen “onderzoek” te gaan en minder afhankelijk te zijn van de onzekere kennis die misschien helemaal niet zo exact is als het wordt aangenomen. 
Zo heb ik persoonlijk een tijd lang erg last van mijn darmen gehad terwijl ik me keurig aan het advies hield: ik bewoog veel, dronk me te barsten uit de waterkraan en at alleen maar vezelrijke voedingsmiddelen. Toen ik begon water door koffie te vervangen en minder lichamelijke oefeningen tussendoor te doen, voelde mijn buik veel rustiger. En juist als ik bij uitzondering een patatje at in plaats van een volkoren product met groentes, was mijn endeldarmoutput van betere kwaliteit.


De vraag blijft of het überhaupt wel het streven moet zijn alles precies te willen meten en weten. In de afwegingen van de gezondheidszorg is het criteria gefocust op de levensverwachting. Moeten we die instelling ook in ons dagelijks leven overnemen? Zoals Boris Pasternak het omschreef: “Man is born to live, not to prepare to live. Maar met de kennis van de plasticiteit in het geluksgevoel blijft het lastig te bepalen waar dan wel voor te streven. Kennis ter notie nemen is nooit verkeerd, maar een persoonlijke validatie kan nooit kwaad. Waarschijnlijk, hopelijk, zullen we toch altijd een beetje in onwetendheid blijven over de coëfficiëntenwaarden die aan de consequenties van ons doen en denken hangen, zodat we ons leven kunnen blijven kleuren met keuzes. De juiste dan wel de verkeerde, beide zijn uniek voor de smaakjes der ervaringen. Zonder regen geen zonneschijn. Zonder onwetendheid geen vrijheid.


vrijdag, november 10, 2017

Externe Column: Cybo Dino Disaster


Met het thema "disasters" en de uitdaging om over het onderwerp en iets studiegerelateerds te schrijven, kwam ik uit op het verhaal dat enigszins met de singularity te maken heeft. Technologie ontwikkelt zich exponentieel en zal uiteindelijk zo snel groeien dat het zichzelf verder zal laten groeien waarbij de menselijke input in het niet valt.

Of dit nou echt een ramp is, leg ik voor aan de lezer. Als mens streven we immers zelf naar efficiëntie en verbeteringen van ons eigen kunnen. Het is altijd al een voortbestaansvoordeel geweest om technologie in te zetten voor een betere versie van onszelf, maar een betere versie dán onszelf gaat uiteindelijk nog langer mee in de evolutie.

Dit is echter de logica dat wat het langst kan blijven, daadwerkelijk ook het langst zal blijven. Hier komen geen snode plannen van een hogere kracht bij kijken, maar de angst hiervoor is op zijn beurt weer een menselijk mechanisme om de eigen soort te beschermen.

Op het eind wil ik meegeven dat het allemaal niet zo eng is als het klinkt, omdat we vrijwillig en geleidelijk zelfs dankbaar meewerken aan "de overname" van de technologie.



Het is lastig met het maximum aantal tekens een punt te maken dat voorzien is van genoeg redenatie, gekenmerkt door de volgestouwde paragrafen. Ik ben overigens wel goed in het digitale zonnetje gezet; waarschijnlijk had de redactie mijn kamerkou voorzien. Of is dit een voorbeeld van mijn betere versie na mijn eerste zonnebank?




De complete en leesbare tekst vind je hier: https://issuu.com/intermania/docs/online_editie_oktober_2017/19


donderdag, november 09, 2017

Loodgietvisserij op de koude kermis


Een kamer huren is net als tweedehands spullen kopen op Marktplaats: you get what you pay for. En het risico wordt er niet kleiner op wanneer je toezegt zonder de kamer te hebben gezien, zelfs niet op foto’s. De afspraak om te tekenen maakte ik nota bene telefonisch vanaf het Beekse vliegveld, klaar voor vertrek naar Spanje. De schade leek uiteindelijk mee te vallen met een kras op de ruit en een lakse ex-huurder die zijn stoppelbaard op de wasbak had laten liggen. En de vloer was natuurlijk pleite. Maar verder niet gek voor een anti-kraakkamer.

 Het uiterlijk van de wasbak bleek een indicatie voor de innerlijke toestand. Water wilde niet meer wegstromen, of in ieder geval niet zo vloeiend als water dat zo goed kan. Toen het erom bleek te spannen of de zwaartekracht het nog langer van de verstopping zou winnen, heb ik toch maar aan de bel getrokken. Of ik de dag erna voor 12 uur ‘s middags tijd had. Vervolgens werd er al om 8 uur ’s ochtends aan míjn bel getrokken.

Er kwam een ingenieus apparaat mee naar binnen dat een showtje beloofde. Helaas graaide de loodgieter eenmaal onder het wasbakdak slechts een schroevendraaier en tang uit zijn overal. De volgende keer zou ik het zelf kunnen doen. Hij viste een halve haring uit de leiding (of een andere langwerpige, schubachtige zilveren substantie) en een chinees setje bestek: stokjes dus. Hoe de houten vissticks ooit door het wasbakputje zijn gekomen blijft een raadsel, maar zoals bij het laten van een boer geldt: beter eruit dan erin. En dat wierp zijn vruchten af, want nu kan ik tenminste fijn mijn eigen uit de kluiten gewassen stoppels doorspoelen zonder het doorsijpelschouwspel te moeten aanzien.

De service beviel me wel. Toch probeerde ik de niet-werkende verwarming eerst zelf aan de praat te krijgen; ik wilde niet weer dat een vakman voor mijn neus een klusje klaarde wat ik zelf had kunnen doen. Luxe maakt niet per se lui. Mijn inspanningen bleken de radiator echter koud te laten, dus toch maar weer de expert erbij gehaald. Er kwam zowel iemand van de verhuur zelf omdat ik ook had geklaagd over de geluiden die de leidingen maakten als iemand die daadwerkelijk iets kon bereiken. De eerste man was er om te vertellen dat er niks aan te doen was; het mechanisme was verouderd en vernieuwen zou een te dure investering zijn voor een slooppand. De tweede man was van het cv-ketel bedrijf en zei wederom dat de radiator aan vervanging toe was, maar ik kon hem de moeite besparen van het doorgeven en aanvragen van nieuwe onderdelen. Uiteindelijk kreeg hij het binnenwerk van het koppelstuk los getikt (de enige low-budget oplossing) zoals ik dat ook al had geprobeerd. Ik had echter geen tang tot mijn beschikking en had hetzelfde proberen klaar te krijgen met een notenkraker, schoenhak, tv-ophangplaat en blote handen.


Ik prees hem tot held van de dag. Maar ik juichte te vroeg. Ja, het koppelstuk achter de warmtekraan werd daadwerkelijk warm. Maar daar was dan ook alles mee gezegd. De radiator zelf biedt de warmtestroming noch iedere kamerbinnenkomer een warm welkom. Waarschijnlijk is de luchtdruk te hoog om het warme water toe te laten (en dit soort radiotoren heeft geen luchtafvoeropening). Vol verwachting keek ik uit naar de knusse warmtedeken en typische verwamingsgeur, maar die wordt me dus reukloos door de neus gedrukt. Ik dacht dat het tijdperk van binnen met jas en handschoenen aan passé was. Zo kom ik niet van, maar op een koude kermis thuis. Het kost dan wat minder, maar aan het eind van de maand zit je er niet warmpjes bij op zo’n antikraakkamer. Gelukkig zijn de vrolijke vloer en plantvriendelijkheid hartverwarmend, maar met een echte koumans is het zonnetje in huis nu ver te zoeken.


dinsdag, oktober 10, 2017

Het Tetris-effect: dingen die door je hoofd spelen


De klank van stapelende fiches, gedeelde kaarten, waarvan zichtbaar de schoppen aas en een ruiten tien in cartoonistische stijl. De button bij de buurman. Het flitst allemaal tussendoor terwijl ik met gesloten ogen aan de dag van morgen denk. Niet dat poker op de planning staat, maar ongeacht of ik eraan wil denken, vliegen fragmenten van de digitale tafel voorbij wanneer ik er een tijdje mee bezig ben geweest. Met gamen gebeurde hetzelfde; overal zie ik acties uit het spel tussen mijn andere gedachten doorbreken. Eerst dacht ik dat dit verschijnsel bij verslavingsgevoelige activiteiten opdook, maar hetzelfde gebeurde onder andere bij klaverjassen, programmeren en biljarten.

Toen bleek het ook nog echt een ding te zijn: het zogenaamde Tetris-effect.
 Vanzelfsprekend werd het effect ontdekt toen proefpersonen urenlang blokjes op hun plek lieten vallen (het spelen van Tetris). Die zagen ze vervolgens vliegen tijdens de halfslaap in de avond. Het fenomeen wordt in het artikel toegekend aan alle activiteiten buiten gamen om zolang er maar recentelijke uren in zitten en ook aan alle dagelijkse associaties met de activiteit. Bijvoorbeeld wanneer iemand bij de wegwijsbordjes op de TU/e campus moest denken aan die uit World of Warcraft. Maar waar ligt dan de grens? Als ik na het bewerken van een saxofoonstukkie het nummer en mijn eigen saxspel nog door mijn hoofd blijft spoken na het tientallen achter elkaar afspelen, is dat dan ook het Tetris-effect of gewoon hetzelfde als dat een nummer van de radio in je hoofd blijft zitten? Of kun je anderzijds zeggen dat iedereen intern geplaagd door de nummer 1 hit van de Top 40 lijdt aan het blokjeseffect?


De “instant replay”, als benoemd in het artikel, herken ik van het rusteloze en beeldvolle inslapen. Het opnieuw afspelen van een spelsituatie. Daarnaast heb ik ook de out-of-the-box associaties meegemaakt wanneer ik twee lijnen door mijn hoofd had spoken met dezelfde hoek van in- en uitval, na een dagje biljarten. Qua bredere, zelfs filosofische associaties zie ik soms ook het leven in als een groteske sommatie van waarschijnlijkheden, speelstijlen van anderen en maar een bepaalde mate van controle, de levensvisie die poker zichtbaar maakt zoals ook de professionals laten weten. Hoe je het ook noemt, Tetris-effect of een multidisciplinair-geïnspireerde visie, het kan van grote invloed zijn. En ondanks de rusteloosheid die het te weeg kan brengen zie ik het hele breinfestijn maar als iets positiefs; het kan niet anders dan dat al die hersenactiviteit de vaardigheid in kwestie verbeterd. Slaap schoont het geheugen op en legt nieuwe links aan. Wat best handig kan zijn als je onderbewustzijn zo even de ontbrekende codeerregel voor je programmeerwerk wegtikt. 



woensdag, september 06, 2017

Last Resort: Spookstudentenhuis "De Druppel"


Elke eerstejaars student die op kamers wil gaan wonen, moet door de zure appel heen bijten.  Het is een periode van zelfverkopende berichtjes sturen en hopen op een kijkavond in een studentenhuis waar je met een deel van de concurrentie aan tafel komt te zitten. Natuurlijk met uitzondering van de decadentstudent die zich een zelfstandige studio kan veroorloven.

Ouderejaars hebben het voordeel via via voorrecht op een vrijkomende kamer te krijgen, of te kunnen beginnen buiten het hoogseizoen tussen het slagen en studeren van de middelbare scholieren in. Anderzijds hebben zij in Eindhoven ook wachttijd kunnen opbouwen bij Vestide, de organisatie die studentenkamers verstrekt op basis van wachttijd na inschrijving.

Omdat ik niet direct wist waar ik zou afstuderen (met hoop op een nieuw buitenlands semester), wilde ik voor sport, werk en contacturen met mogelijke afstudeerbegeleiders toch nog even in Eindhoven vertoeven. Maar daarmee viel ik met mijn neus in het hoogseizoen van het jonge bloed. Kijkavonden zag ik niet meer zitten en keek daarom op Marktplaats, maar daar was op een overpriced klein kamertje na met een on(ver)antwoordende verhuurder niks te vinden. Mijn ex-huisgenoot hielp me aan Vestide herinneren, hoewel ik dacht weinig wachttijd te hebben aangezien ik minder dan een jaar geleden nog in Eindhoven had gewoond.

Het bleek echter de gouden tip. Niet alleen had ik mijn 60 maanden wachttijd behouden, maar waren er ook tijdelijke kamers met antikraakprijs beschikbaar in het studentenhuis "De Druppel". Waar een settelende student zichzelf liever in een kamer met toekomst nest, was dit met mijn onduidelijke afstudeertoekomst ideaal. Zo kan ik toch nog tot en met december sporten en werken. En op mezelf wonen.

Dat zelfstandig wonen is letterlijker dan in een doorgaans studentenhuis. Ik heb een mini-aanrecht van hooguit 50cmx50cm en een eigen douche plus toilet. Maar in de gedeelde keuken, die eruit ziet als een bonte bedoeling van studentenartisticiteit, ben ik tot nu toe alleen pas een jongen tegen gekomen die de dag erop voorgoed vertrok. Ook in de keldergang, wasruimte, het fietsenhok en dakterras zijn overal sporen te zien van een geleefd huis in het verleden. De doodse sfeer heeft iets rustgevends. Het is alsof het pand zich er al bij heeft neergelegd te moeten worden opgeknapt of gesloopt.


Aan de geluiden te horen is er meer leven in de brouwerijen op de verdiepingen boven en onder de mijne. Misschien zit daar nog de oude garde. De kamers om mij heen zijn wel bezet, maar vooral door eerstejaars die blij zijn met wat ze konden krijgen (dus zoveel wachttijd had ik waarschijnlijk niet nodig gehad om deze kamer te bemachtigen). En die zitten misschien nog veel thuis bij paps en mams. Het is namelijk pas de tweede dag van het academisch jaar. Tot de hel los brandt in de gedeelde keuken, geniet ik nog even van het moment dat ik de rotzooi in eigen hand heb. Socializen kan altijd nog. 

zitruimte aan de keuken