Hier de link naar mijn eerste blog geschreven als stagiair voor Waag Society!
http://waag.org/nl/blog/aan-de-slag-met-buurtbewoners-buitenveldert
Ik moest om met naam genoemd te worden, wel een eigen profiel hebben op de website.
Die is er nu dus ook: http://waag.org/nl/users/hub-coumans
woensdag, februari 21, 2018
zaterdag, februari 03, 2018
zaterdag, januari 13, 2018
De Continuiteit van de Correspondentiebrieven
Corresponderen zit in de genen. Al dan niet direct door het genotype, dan wel door het fenotype met het aangeleerde gedrag jezelf te ontwikkelen. In dit geval om scherp te kunnen formuleren en er wellicht nog iets aan over te houden. Mijn moeder werd (met centjes?) gestimuleerd om o.a. de koningin aan te schrijven. Ze schrijft nog steeds het één en ander aan en vaak met succes (alhoewel voor zakelijkere doeleinden dan een snotlap van hare majesteit). Op mijn beurt werd ik getriggerd door de mogelijke opbrengst van zulke brieven: het leverde gratis geconverseerde kersen en zakken chips op. Zo is het er met de snacklepel ingegoten.
Waar mijn moeder de
Zakdoek van Adel achter zich liet, wisselde ik op mijn beurt de snacks in voor
hogere idealen. Klachten, opmerkingen, vragen, een poging tot gedachte-uitwisseling
en geestverrijking over en weer.. Je leert dat de correspondentiepartner
belangrijker is voor de uitkomst dan de daadwerkelijke brief. Vroeger was het
spontaner, persoonlijker. Mijn moeder ontving nog wel eens een sympathiek
antwoord met een sportief compromis als er iets niet in de haak bleek. Nu
begint elk antwoord standaard met een verontschuldiging en medeleven, cynisch
in contrast met het vaak teleurstellende, misplaatste bericht eronder dat mede kant
en klaar gekopieerd wordt voor gecategoriseerde gevallen.
Desalniettemin geef ik
het aanschrijven niet op. Laatst had ik nog succes bij Dopper, de populaire plastic-flesjes-fabrikant
die zich om milieu en gezondheid bekommert. Zoals ik al zei, hangt het
resultaat van de andere partij af en ga ik ervan uit dat een onattente klacht het
klusje ook geklaard had. Echter gaat het om het aangeleerde gedrag scherp te
kunnen formuleren, waar de focus des te meer ligt nu antwoorden vaak semiautomatisch
gegenereerd blijken.
Naast klantenservices
schreef ik afgelopen kwartaal ook naar evolutiepsychologen om de reisverlangens
van menig mens te verklaren. En reageerde ik op het zelfontwikkelingsboekje “Je
bent wie je wordt” van &samhoud, een consultancy bedrijf dat prijzen heeft
gewonnen voor de prettige werksfeer binnenshuis. De prijs voor prettige
communicatie buitenshuis hebben ze niet en dat verbaast me allerminst. Ondanks
ze zelf de lezer uitnodigen op hun filosofische aanpak te reageren, kreeg ik
geen bericht terug. Niet eens een onpersoonlijk semi-geautomatiseerd bedankje.
Wederom een reden om je op je eigen proces te
concentreren. Het klinkt meditatief: richt je op het proces, niet de uitkomst. Als
er weer een mail naar tevredenheid de deur uit is, heeft dit inderdaad wel wat
zelf-therapeutisch. Toch zou het leuk zijn ook een representatieve respons te
krijgen. Of desnoods een zak chips.
maandag, december 11, 2017
Getweakte post-Adam gedichten
Als mijn aantekeningen kloppen, schreef ik dit gedicht in de trein terugkomend van de voorlezing voor de gedichtenwedstrijd in Amsterdam. "Ontremmingskracht" was daar ook één van.
Dit zijn de gedichten na aanpassingen om het ritme te verbeteren:
Liefde op het eerste vergezicht
Met een wandeling voor de boeg
Afgedropen uit de kroeg
Is geen gepieker mij genoeg
Denkend aan m’n ingebeeld gezwoeg
Hoe ik je benader
Vertrouwen gereed
M’n vingertoppen in de aanslag
Vragen hoe je heet
Afgedropen uit de kroeg
Is geen gepieker mij genoeg
Denkend aan m’n ingebeeld gezwoeg
Hoe ik je benader
Vertrouwen gereed
M’n vingertoppen in de aanslag
Vragen hoe je heet
Boos maakt Blij
Klop klopZero zin in het openen van die deur
Kop op
Laat me binnen in dat humeur!
Rot op!
Vrolijke donder,
Je enthousiasme maakt me bang.
Het is een wonder,
Dat ik nog niet hang.
Want wat scheelt er
Aan een portie gezeur
Een brug te ver
Een voortreffelijk humeur
Gebaseerd op verdriet
Een liefdevolle affectieparasiet
Laat me toch grillen
Laat me toch zeiken
Laat me toch willen
Willen vergeten
Met wie ik me moet vergelijken
Jij bent fraai
Ik ben down
Ik doodsaai
Jij de clown
Stop over te halen
Ik stel je niet teleur
Laat me lekker balen
Geeft jou meer kleur
Wees blij met m'n kwalen
Misbruik mijn humeur
Ontplooi uit mijn falen
Zal jij meer van stralen
woensdag, november 29, 2017
...en dan hoeveel plaatjes is een woord meer tekenend?
Ambachtelijk. Karig.
Mystiek. Gemeen. Pitoresk. Akelig. Gemoedsrust. Bedrog. Proper. Frivool. Introvert. Onderbuikgevoel. Virtuoos. Initiatief. Mededogen. Passie. Onvoorwaardelijk. Puur. Gerechtigheid. Ontzag. Respect.
Gezellig. Et cetera. Deze reeks kan uiteraard verbeterd worden door kort maar
krachtig of juist langer en imposanter het idee op een pakkende manier
duidelijk te maken. Het gaat er in ieder geval om genuanceerde gevoelens op te
roepen. Bijna vier jaar geleden pleitte
ik voor de ingrijpendheid van plaatjes, waar het ook het gezegde aan te
danken heeft. Nu is hier een loftekst voor de woorden zelf.
Het zijn de
gevoelswoorden die het hem doen. Waar de visuele kunst universeel is, lijkt de
taalkundige er één voor relatieve intimi. Een schilderij kan zo de hele wereld
over, maar een boek moet toch echt eerst langs de vertaler wil het van waarde
zijn voor anderstalig publiek. Daarin heeft het visuele dus een voordeel: een analfabeet
kan zich de ogen uitkijken in het Louvre en alle verkeersborden staan los van
taalkundige vereiste (op de tekst eronder na; is rappel Frans voor een rare
appel? Ik snap wel dat je daarvoor moet oppassen op de snelweg). Maar
investeren in de letterkunst kan begrip en affectie scheppen dat niemand met
zijn of haar kwastje even bolwerkt, als het überhaupt al mogelijk is.
Nu schrijf ik in het
Nederlands. Maar natuurlijk heeft elke taal weer zijn voor- en nadelen met een
uniek vocabulaire en structuur. Ondanks ik daarnaast redelijk veel in het
Engels heb geschreven en gesproken haal ik bij lange na niet die feeling van
genuanceerdheid of knipogende taaltovenarij als met mijn moedertaal (los van
het feit dat één taal al eindeloosheid te bieden heeft). Dat ik qua Engels nog
ver onder deze maat zit, word ik pijnlijk aan herinnerd op elke pagina van “The
World according to Garp”.
Twee voorbeelden van
verschillend verschillenkaliber zijn het woordje hygge en de complete taal Sanskriet. Hygge is een Deens woord dat “lastig uit te
leggen” is: die uitspraak geeft aan dat er meer gevoel achter een woord kan zitten
dan een plaatje of zelfs een aantal andere woorden. Hygge is zoiets als gezelligheid,
maar dan anders. Het is waar mindfulness, vredigheid en “doe maar gewoon, dan
doe je al gek genoeg” bij elkaar komen. Wil
je er dan toch een plaatje aan koppelen, dan zouden een haardvuur, paar wollen
sokken en een warme drank niet kunnen ontbreken volgens Google afbeeldingen.
Het sociale aspect is groot, maar niet vereist.
Sanskriet daarentegen is eigenlijk een bijzonder geval omtrent taal en gevoel: het schijnt de meest exacte taal te zijn die er bestaat, in zoverre dat de nieuwe generaties supercomputers in de toekomst met deze taal zouden gaan functioneren. Het schijnt informatie op de kortste manier in een zin te kunnen stoppen op een ondubbelzinnige manier. Ik weet er het fijne niet van, maar die onwetendheid van een compleet nieuwe taalkundige dimensie wekt dan wel weer een bepaald gevoel van machtigheid en mogelijkheid op.
Sanskriet daarentegen is eigenlijk een bijzonder geval omtrent taal en gevoel: het schijnt de meest exacte taal te zijn die er bestaat, in zoverre dat de nieuwe generaties supercomputers in de toekomst met deze taal zouden gaan functioneren. Het schijnt informatie op de kortste manier in een zin te kunnen stoppen op een ondubbelzinnige manier. Ik weet er het fijne niet van, maar die onwetendheid van een compleet nieuwe taalkundige dimensie wekt dan wel weer een bepaald gevoel van machtigheid en mogelijkheid op.
Alles draait om balans. Het
zou zonde zijn ons niet meer op één van de verschillende manieren over de
wereld en elkaar te kunnen verwonderen door te beweren dat dan wel het plaatje
of het woord een winnaar is. De waardering voor het potentieel per kunst- of communicatievorm
is afhankelijk van de ander. Probeer “proper” maar eens te pictionary’en binnen
de bepaalde tijd. Of probeer anderzijds eens een “peer” distinctief te
omschrijven zonder het taalkundig met een appel te vergelijken.
En voor wie zich betreurt
over het eigen vermogen om zich visueel of taalkundig uít te drukken, is er
altijd nog het vermogen om zich ín te beelden. Begin maar eens met een cursus Chinees
of Fins. En bedenk je dan dat er honderden miljoentallen mensen met diezelfde
stomverbaasde blik naar deze 600 woorden zouden kijken waar jij je zo even wél
een beeld bij hebt kunnen vormen. Dat besefsgevoel is toch onbeschrijfelijk?
![]() |
| "hygge" |
![]() |
| Sanskriet: toch ook over gevoel |
zondag, november 26, 2017
Gezond of Gelukkig Gemodelleerd Leven?
Sinds mijn
TU/e-tijd zijn er vrijdagen geweest waarop ik een beetje dizzy wakker werd. En
schuldig. De dag ervoor had ik bier
gedronken, soms ook wat sterkers. Slecht is het, zo leerde ik al in de brugklas
van afschrikkende presentaties over hersenschade. Maar toch was het dan een
leuke en memorabele avond, die ik niet had willen inruilen voor de gezondere en
verstandigere avond door te zijn gaan trainen of in ieder geval het
alcoholgehalte op 0,0 ‰ te houden.
Door die gemixte
gevoelens zou ik wel een holistisch model willen maken wat betreft geluk op de
lange termijn waarmee je vragen kunt beantwoorden zoals: doet een biertje meer
goed aan ontspanning, plezier, genot dan de ongezonde consequenties van
geheugenverlies, leverbeschadiging en calorieën?
Ik volgende een vakkenlijn genaamd Quality of Life, waarin de meetmanieren werden besproken betreffende de toegevoegde waarde van gezondheids- en welzijnsinterventies. Dit om te bepalen welke overwegende gezondheidsbemiddelingen het geld waard zijn. Een voorbijkomend voorbeeld was dat het verspreiden van fietsen een positievere invloed heeft in Nederland dan in de Sahara. De context is dus belangrijk. Daarnaast is het lastig te bepalen wat nou precies de gewenste eenheid is om welzijn uit te kunnen drukken. Het blijkt bijvoorbeeld dat lichamelijk gehandicapten na 5 maanden weer op hetzelfde subjectieve geluksniveau zitten. Hebben zij dan nog steeds behoefte aan voorrang als het om fysieke of mentale hulpmiddelen gaat?
Ik volgende een vakkenlijn genaamd Quality of Life, waarin de meetmanieren werden besproken betreffende de toegevoegde waarde van gezondheids- en welzijnsinterventies. Dit om te bepalen welke overwegende gezondheidsbemiddelingen het geld waard zijn. Een voorbijkomend voorbeeld was dat het verspreiden van fietsen een positievere invloed heeft in Nederland dan in de Sahara. De context is dus belangrijk. Daarnaast is het lastig te bepalen wat nou precies de gewenste eenheid is om welzijn uit te kunnen drukken. Het blijkt bijvoorbeeld dat lichamelijk gehandicapten na 5 maanden weer op hetzelfde subjectieve geluksniveau zitten. Hebben zij dan nog steeds behoefte aan voorrang als het om fysieke of mentale hulpmiddelen gaat?
Het contextaspect
wordt al beter omvangen in een andere tak waarin ik een vak heb gevolgd: The Quantified
Self. Hierin gaat het om gezondheid en gedrag zo persoonlijk mogelijk in kaart
te brengen. Apparatuur en telefoonapplicaties zijn ontwikkeld om je door de dag
heen aan je persoonlijke progressie en doelen te helpen herinneren door het
meten van je fysiologie en bezigheden.
Self
quantification komt al een stapje dichter in de buurt van een persoonlijk
passendere manier om inzicht te krijgen en potentiele vooruitgang concreet te
maken. Toch blijven de meeste doelstellingen gebaseerd op grootschalig onderzoek
wat goed en slecht is, waarbij vooruitgang alsnog voor iedereen als hetzelfde
vastgesteld wordt. Stel dat onderzoeksresultaten uiteindelijk een holistisch model
mogelijk maken, zal het nog steeds over gezondheid en levensverwachting gaan en
niet veel zeggen over geluk. Ook nu al zal elke gezondsheidspromotende app een
biertje zien als iets dat vermeden moet worden voor de beste vooruitgang of
gezondheidsstatus.
Daarbij komt dan
nog de waarheid van de wetenschap kijken. De beweringen die de wereld worden
ingeluid kunnen slechts gebaseerd zijn op een statistisch testje waar bij
toeval een bruikbaar getal uit kan rollen. Onze Daniel
Lakens is hier een hedendaagse criticus van. Persoonlijk heb ik duit in
zijn zakje gedaan door hem te wijzen op het IgNobel
prijs winnende onderzoek waarin hersenactiviteit bij een rotte vis wordt
geconstateerd. Onderzoeksmethodes zijn bij vlagen minder intuïtief verantwoord
dan het onderbuikgevoel. Dit verklaart ook waarom er zoveel tegenstrijdige
berichten zijn over welke voedingsmiddelen wel of niet gezond zijn.
Bovendien is het maar de vraag of objectieve
kennis ook subjectief van waarde is; het alom bekende voorbeeld hiervan is het
placebo effect. En er is nog een meta-effect wanneer een eventueel holistische levenssmodel
gerealiseerd is. Het eten van een zak chips kan de ongezondheid overtreffen als
het goede gevoel erbij ervoor zorgt dat een belangrijke taak wordt uitgevoerd.
Maar het bewust zijn van de ongezondheid kan de smaak bederven en daardoor dat
goede gevoel de kop in drukken. Dit moet weer in het model worden meegenomen,
en hoe iemand tegen zo’n model aankijkt ook. Het is zowel theoretisch als
praktisch een oneindigheid van intergerelateerde effecten.
Natuurlijk zijn
er bepaalde bruikbare inzichten die de wetenschap ons over ons welzijn kan
zeggen, maar die komen dan ook vaker uit verschillende onderzoeken terug en
zijn globaler omschreven. Zo is lichamelijke beweging goed voor lichaam en
geest en verhoogt roken de kans op longkanker en een slechte adem. Maar ergens
klinkt het ook wel logisch op eigen “onderzoek” te gaan en minder afhankelijk
te zijn van de onzekere kennis die misschien helemaal niet zo exact is als het wordt
aangenomen.
Zo heb ik persoonlijk een tijd lang erg last van mijn darmen gehad terwijl
ik me keurig aan het advies hield: ik bewoog veel, dronk me te barsten uit de
waterkraan en at alleen maar vezelrijke voedingsmiddelen. Toen ik begon water
door koffie te vervangen en minder lichamelijke oefeningen tussendoor te doen, voelde
mijn buik veel rustiger. En juist als ik bij uitzondering een patatje at in
plaats van een volkoren product met groentes, was mijn endeldarmoutput van
betere kwaliteit.
De vraag blijft of
het überhaupt wel het streven moet zijn alles precies te willen meten en weten.
In de afwegingen van de gezondheidszorg is het criteria gefocust op de
levensverwachting. Moeten we die instelling ook in ons dagelijks leven overnemen?
Zoals Boris Pasternak het omschreef: “Man is born to live, not to
prepare to live. Maar met de kennis
van de plasticiteit in het geluksgevoel blijft het lastig te bepalen waar dan
wel voor te streven. Kennis ter notie nemen is nooit verkeerd, maar een
persoonlijke validatie kan nooit kwaad. Waarschijnlijk, hopelijk, zullen we
toch altijd een beetje in onwetendheid blijven over de coëfficiëntenwaarden die
aan de consequenties van ons doen en denken hangen, zodat we ons leven kunnen
blijven kleuren met keuzes. De juiste dan wel de verkeerde, beide zijn uniek
voor de smaakjes der ervaringen. Zonder regen geen zonneschijn. Zonder
onwetendheid geen vrijheid.
vrijdag, november 10, 2017
Externe Column: Cybo Dino Disaster
Met het thema "disasters" en de uitdaging om over het onderwerp en iets studiegerelateerds te schrijven, kwam ik uit op het verhaal dat enigszins met de singularity te maken heeft. Technologie ontwikkelt zich exponentieel en zal uiteindelijk zo snel groeien dat het zichzelf verder zal laten groeien waarbij de menselijke input in het niet valt.
Of dit nou echt een ramp is, leg ik voor aan de lezer. Als mens streven we immers zelf naar efficiëntie en verbeteringen van ons eigen kunnen. Het is altijd al een voortbestaansvoordeel geweest om technologie in te zetten voor een betere versie van onszelf, maar een betere versie dán onszelf gaat uiteindelijk nog langer mee in de evolutie.
Dit is echter de logica dat wat het langst kan blijven, daadwerkelijk ook het langst zal blijven. Hier komen geen snode plannen van een hogere kracht bij kijken, maar de angst hiervoor is op zijn beurt weer een menselijk mechanisme om de eigen soort te beschermen.
Op het eind wil ik meegeven dat het allemaal niet zo eng is als het klinkt, omdat we vrijwillig en geleidelijk zelfs dankbaar meewerken aan "de overname" van de technologie.
Het is lastig met het maximum aantal tekens een punt te maken dat voorzien is van genoeg redenatie, gekenmerkt door de volgestouwde paragrafen. Ik ben overigens wel goed in het digitale zonnetje gezet; waarschijnlijk had de redactie mijn kamerkou voorzien. Of is dit een voorbeeld van mijn betere versie na mijn eerste zonnebank?

De complete en leesbare tekst vind je hier: https://issuu.com/intermania/docs/online_editie_oktober_2017/19
donderdag, november 09, 2017
Loodgietvisserij op de koude kermis
Een kamer huren
is net als tweedehands spullen kopen op Marktplaats: you get what you pay for.
En het risico wordt er niet kleiner op wanneer je toezegt zonder de kamer te
hebben gezien, zelfs niet op foto’s. De afspraak om te tekenen maakte ik nota
bene telefonisch vanaf het Beekse vliegveld, klaar voor vertrek naar Spanje. De
schade leek uiteindelijk mee te vallen met een kras op de ruit en een lakse
ex-huurder die zijn stoppelbaard op de wasbak had laten liggen. En de vloer was
natuurlijk pleite. Maar verder niet gek voor een anti-kraakkamer.
Het uiterlijk van de wasbak bleek een
indicatie voor de innerlijke toestand. Water wilde niet meer wegstromen, of in
ieder geval niet zo vloeiend als water dat zo goed kan. Toen het erom bleek te
spannen of de zwaartekracht het nog langer van de verstopping zou winnen, heb
ik toch maar aan de bel getrokken. Of ik de dag erna voor 12 uur ‘s middags
tijd had. Vervolgens werd er al om 8 uur ’s ochtends aan míjn bel getrokken.
Er kwam een
ingenieus apparaat mee naar binnen dat een showtje beloofde. Helaas graaide de
loodgieter eenmaal onder het wasbakdak slechts een schroevendraaier en tang uit
zijn overal. De volgende keer zou ik het zelf kunnen doen. Hij viste een halve
haring uit de leiding (of een andere langwerpige, schubachtige zilveren
substantie) en een chinees setje bestek: stokjes dus. Hoe de houten vissticks
ooit door het wasbakputje zijn gekomen blijft een raadsel, maar zoals bij het
laten van een boer geldt: beter eruit dan erin. En dat wierp zijn vruchten af,
want nu kan ik tenminste fijn mijn eigen uit de kluiten gewassen stoppels
doorspoelen zonder het doorsijpelschouwspel te moeten aanzien.
De service beviel
me wel. Toch probeerde ik de niet-werkende verwarming eerst zelf aan de praat
te krijgen; ik wilde niet weer dat een vakman voor mijn neus een klusje klaarde
wat ik zelf had kunnen doen. Luxe maakt niet per se lui. Mijn inspanningen
bleken de radiator echter koud te laten, dus toch maar weer de expert erbij
gehaald. Er kwam zowel iemand van de verhuur zelf omdat ik ook had geklaagd
over de geluiden die de leidingen maakten als iemand die daadwerkelijk iets kon
bereiken. De eerste man was er om te vertellen dat er niks aan te doen was; het
mechanisme was verouderd en vernieuwen zou een te dure investering zijn voor
een slooppand. De tweede man was van het cv-ketel bedrijf en zei wederom dat de
radiator aan vervanging toe was, maar ik kon hem de moeite besparen van het
doorgeven en aanvragen van nieuwe onderdelen. Uiteindelijk kreeg hij het
binnenwerk van het koppelstuk los getikt (de enige low-budget oplossing) zoals
ik dat ook al had geprobeerd. Ik had echter geen tang tot mijn beschikking en had
hetzelfde proberen klaar te krijgen met een notenkraker, schoenhak, tv-ophangplaat
en blote handen.
Ik prees hem tot
held van de dag. Maar ik juichte te vroeg. Ja, het koppelstuk achter de
warmtekraan werd daadwerkelijk warm. Maar daar was dan ook alles mee gezegd. De
radiator zelf biedt de warmtestroming noch iedere kamerbinnenkomer een warm
welkom. Waarschijnlijk is de luchtdruk te hoog om het warme water toe te laten
(en dit soort radiotoren heeft geen luchtafvoeropening). Vol verwachting keek
ik uit naar de knusse warmtedeken en typische verwamingsgeur, maar die wordt me
dus reukloos door de neus gedrukt. Ik dacht dat het tijdperk van binnen met jas
en handschoenen aan passé was. Zo kom ik niet van, maar op een koude kermis
thuis. Het kost dan wat minder, maar aan het eind van de maand zit je er niet
warmpjes bij op zo’n antikraakkamer. Gelukkig zijn de vrolijke vloer en
plantvriendelijkheid hartverwarmend, maar met een echte koumans is het zonnetje
in huis nu ver te zoeken.
dinsdag, oktober 10, 2017
Het Tetris-effect: dingen die door je hoofd spelen
De klank van stapelende fiches, gedeelde kaarten, waarvan zichtbaar de schoppen aas en een ruiten tien in cartoonistische stijl. De button bij de buurman. Het flitst allemaal tussendoor terwijl ik met gesloten ogen aan de dag van morgen denk. Niet dat poker op de planning staat, maar ongeacht of ik eraan wil denken, vliegen fragmenten van de digitale tafel voorbij wanneer ik er een tijdje mee bezig ben geweest. Met gamen gebeurde hetzelfde; overal zie ik acties uit het spel tussen mijn andere gedachten doorbreken. Eerst dacht ik dat dit verschijnsel bij verslavingsgevoelige activiteiten opdook, maar hetzelfde gebeurde onder andere bij klaverjassen, programmeren en biljarten.
Toen bleek het
ook nog echt een ding te zijn: het zogenaamde Tetris-effect.
Vanzelfsprekend werd het effect ontdekt toen proefpersonen urenlang blokjes op hun plek lieten vallen (het spelen van Tetris). Die zagen ze vervolgens vliegen tijdens de halfslaap in de avond. Het fenomeen wordt in het artikel toegekend aan alle activiteiten buiten gamen om zolang er maar recentelijke uren in zitten en ook aan alle dagelijkse associaties met de activiteit. Bijvoorbeeld wanneer iemand bij de wegwijsbordjes op de TU/e campus moest denken aan die uit World of Warcraft. Maar waar ligt dan de grens? Als ik na het bewerken van een saxofoonstukkie het nummer en mijn eigen saxspel nog door mijn hoofd blijft spoken na het tientallen achter elkaar afspelen, is dat dan ook het Tetris-effect of gewoon hetzelfde als dat een nummer van de radio in je hoofd blijft zitten? Of kun je anderzijds zeggen dat iedereen intern geplaagd door de nummer 1 hit van de Top 40 lijdt aan het blokjeseffect?
Vanzelfsprekend werd het effect ontdekt toen proefpersonen urenlang blokjes op hun plek lieten vallen (het spelen van Tetris). Die zagen ze vervolgens vliegen tijdens de halfslaap in de avond. Het fenomeen wordt in het artikel toegekend aan alle activiteiten buiten gamen om zolang er maar recentelijke uren in zitten en ook aan alle dagelijkse associaties met de activiteit. Bijvoorbeeld wanneer iemand bij de wegwijsbordjes op de TU/e campus moest denken aan die uit World of Warcraft. Maar waar ligt dan de grens? Als ik na het bewerken van een saxofoonstukkie het nummer en mijn eigen saxspel nog door mijn hoofd blijft spoken na het tientallen achter elkaar afspelen, is dat dan ook het Tetris-effect of gewoon hetzelfde als dat een nummer van de radio in je hoofd blijft zitten? Of kun je anderzijds zeggen dat iedereen intern geplaagd door de nummer 1 hit van de Top 40 lijdt aan het blokjeseffect?
De “instant
replay”, als benoemd in het artikel, herken ik van het rusteloze en beeldvolle
inslapen. Het opnieuw afspelen van een spelsituatie. Daarnaast heb ik ook de
out-of-the-box associaties meegemaakt wanneer ik twee lijnen door mijn hoofd
had spoken met dezelfde hoek van in- en uitval, na een dagje biljarten. Qua
bredere, zelfs filosofische associaties zie ik soms ook het leven in als een
groteske sommatie van waarschijnlijkheden, speelstijlen van anderen en maar een
bepaalde mate van controle, de levensvisie die poker zichtbaar maakt zoals ook
de professionals laten weten. Hoe je het ook noemt, Tetris-effect of een
multidisciplinair-geïnspireerde visie, het kan van grote invloed zijn. En
ondanks de rusteloosheid die het te weeg kan brengen zie ik het hele
breinfestijn maar als iets positiefs; het kan niet anders dan dat al die
hersenactiviteit de vaardigheid in kwestie verbeterd. Slaap schoont het
geheugen op en legt nieuwe links aan. Wat best handig kan zijn als je
onderbewustzijn zo even de ontbrekende codeerregel voor je programmeerwerk
wegtikt.
woensdag, september 06, 2017
Last Resort: Spookstudentenhuis "De Druppel"
Elke eerstejaars student die op kamers wil gaan wonen, moet door de zure appel heen bijten. Het is een periode van zelfverkopende berichtjes sturen en hopen op een kijkavond in een studentenhuis waar je met een deel van de concurrentie aan tafel komt te zitten. Natuurlijk met uitzondering van de decadentstudent die zich een zelfstandige studio kan veroorloven.
Ouderejaars
hebben het voordeel via via voorrecht op een vrijkomende kamer te krijgen, of te
kunnen beginnen buiten het hoogseizoen tussen het slagen en studeren van de
middelbare scholieren in. Anderzijds hebben zij in Eindhoven ook wachttijd
kunnen opbouwen bij Vestide, de organisatie die studentenkamers verstrekt op
basis van wachttijd na inschrijving.
Omdat ik niet
direct wist waar ik zou afstuderen (met hoop op een nieuw buitenlands
semester), wilde ik voor sport, werk en contacturen met mogelijke
afstudeerbegeleiders toch nog even in Eindhoven vertoeven. Maar daarmee viel ik
met mijn neus in het hoogseizoen van het jonge bloed. Kijkavonden zag ik niet meer
zitten en keek daarom op Marktplaats, maar daar was op een overpriced klein
kamertje na met een on(ver)antwoordende verhuurder niks te vinden. Mijn ex-huisgenoot
hielp me aan Vestide herinneren, hoewel ik dacht weinig wachttijd te hebben
aangezien ik minder dan een jaar geleden nog in Eindhoven had gewoond.
Het bleek echter
de gouden tip. Niet alleen had ik mijn 60 maanden wachttijd behouden, maar
waren er ook tijdelijke kamers met antikraakprijs beschikbaar in het studentenhuis "De Druppel". Waar een
settelende student zichzelf liever in een kamer met toekomst nest, was dit met
mijn onduidelijke afstudeertoekomst ideaal. Zo kan ik toch nog tot en met
december sporten en werken. En op mezelf wonen.
Dat zelfstandig
wonen is letterlijker dan in een doorgaans studentenhuis. Ik heb een
mini-aanrecht van hooguit 50cmx50cm en een eigen douche plus toilet. Maar in de
gedeelde keuken, die eruit ziet als een bonte bedoeling van
studentenartisticiteit, ben ik tot nu toe alleen pas een jongen tegen gekomen
die de dag erop voorgoed vertrok. Ook in de keldergang, wasruimte, het
fietsenhok en dakterras zijn overal sporen te zien van een geleefd huis in het verleden. De
doodse sfeer heeft iets rustgevends. Het is alsof het pand zich er al bij heeft
neergelegd te moeten worden opgeknapt of gesloopt.
Aan de geluiden
te horen is er meer leven in de brouwerijen op de verdiepingen boven en onder
de mijne. Misschien zit daar nog de oude garde. De kamers om mij heen zijn wel
bezet, maar vooral door eerstejaars die blij zijn met wat ze konden krijgen
(dus zoveel wachttijd had ik waarschijnlijk niet nodig gehad om deze kamer te
bemachtigen). En die zitten misschien nog veel thuis bij paps en mams. Het is
namelijk pas de tweede dag van het academisch jaar. Tot de hel los brandt in de
gedeelde keuken, geniet ik nog even van het moment dat ik de rotzooi in eigen
hand heb. Socializen kan altijd nog.
![]() |
| zitruimte aan de keuken |
Abonneren op:
Posts (Atom)
















