maandag, februari 22, 2016

Een Robot, Maar Natuurlijk!


De mens probeert zelf de touwtjes van Moeder Natuur in handen te nemen met behulp van technologische ontwikkelingen. Bijvoorbeeld door het bestrijden van ziektes, DNAanpassingen maken in flora en fauna of het 3D-printen van protheses. Maar ook door onze gelimiteerde capaciteiten te compenseren met computers voor complexe calculaties en vliegtuigen voor het vlugste vervoer. Of anderzijds door de technologie te gebruiken voor verspreidend vermaak na de introductie van televisie, radio en internet. Kortom, de humane controle op ons eigen bestaan is uiterst invloedrijk.

Ontwikkelingen die ons leven in de huidige context verbeteren, hoeven echter niet per se uit de fabriek of het lab te komen. Het kan ook low-tech, zoals dat al onbewust gebeurde voordat de mens ooit het eerste staaltje technologie in handen heeft gehad; door de old-school evolutie. Alleen kent de natuurlijke evolutie geen Moore's law die een exponentiële groei aanduidt. Integendeel, de survivallende fittest is een resultaat van toevallige, langzame en kleinschalige mutaties. 

Toch heeft dat slome en lukrake proces af en toe nog een streepje op ons voor, zoals dat laatst ook bleek op de hoogwaardige Harvard-universiteit. Daar werd het ontwerp voor een ultiemekruiprobot gebaseerd op de natuurlijke kakkerlak. Met hun flexibele schilden zullen de innovatieve kakkerlakrobots ingezet worden om lastige plekken te bereiken, bijvoorbeeld tussen het post-ramp-puin, waar de huidige generatie robots daar te statisch voor is. Dus hoe invloedrijk we als intelligentere wezens ook mogen zijn, soms heeft een goed idee gewoon de tijd nodig waarvan Moeder Natuur de ideale bron is. Met bewezen genialiteit gebaseerd op eeuwenoude ervaring. 






zondag, januari 31, 2016

Opvraag aan bovenuitspringende columns, if any

Tot 1 april kan elke schrijver tussen de 15 en 25 iets insturen voor de Write Now! schrijfwedstrijd.
Ik was van plan gedichten in te sturen en het verhaaltje dat ik ooit schreef: Eigen slachtoffer.

Maar in totaal mag ik maar 2000 woorden insturen en de inhoud is vrij. Dus ik dacht, mochten er bepaalde columns iemand zeer positief bijgebleven zijn, dat het misschien leuker is om een paar columns in te sturen in plaats van een langere lap tekst. Ik hoor het graag! Anders schrijf ik waarschijnlijk nog iets nieuws.

(Tip voor Oop: pak gelijk de columnbeoordelingen mee.)

Links op de site is een archief te vinden, klik op de zwarte pijltjes om uit/in te klappen,
zo kun je meerdere maanden open hebben en laadt de pagina niet opnieuw.

vrijdag, januari 29, 2016

Externe column: To fixie or not to fixie

Two-wheeled trade-offs

Although ‘transportation’ sounds mainly as a mere functional activity, it can also contribute to your appearance and looks. Everyone understands the difference between traveling by a big Rolls Royce or by a rusty granny’s bike.
When it comes down to hipsters and alternative folks, growing a beard and wearing alternative tripping flower-printed clothes might seem to be enough to get that cool appearance. But it’s not.

The ultimate mean of transportation that properly fits their looks and lifestyle is the fixed geared bike; aka the fixie.  And then I’m not talking about the racing bicycles most of the (wannabe) hipsters travel by. Although it seems cool, it’s not the real deal if the pedals are not directly linked to the chain (hence, the key property of a fixie).

Fixies are beloved for their simplicity, natural mechanics and authenticity. Before they became popular, they were used by urban postmen in America. The advantage of the direct link of the pedals to the chain is that you don’t need brakes. With some skills, you don’t even need to dismount for traffic lights because you just wait in a sur place(standing still in balance).


An important drawback of these brakeless bikes is that they aren’t particularly safe, especially not if you use them like the American messengers did: crisscrossing through the crowded traffic to deliver mail and packages as fast as possible. But to be honest; neither is speeding with 260 km/h in your Ferrari. So, when it comes to transportation it is not surprising that safety is being traded off against appearance, not to mention swag.


The ultimate hipster mean of transportation has another requirement. Even if one owns a fixed gear bike, it is still not socially accepted by the fixie-community if the bike is some ready-to-use bike shipped from of China. A genuine fixie should be built and tweaked by the owner himself.


I made one myself too. Not to become a real hipster, but I thought the simplest type of bike was the most convenient to use (to be honest, also because my dad is a huge fan). Anyway, since I know what a fixie is supposed to be like, I somewhat despise the wannabees on the road with their geared or single-speed racing bikes. Maybe just because I’m jealous of the fact they can shift gears and don’t have to pedal all the time.



I must admit I don’t use my fixie that often. In this country, without mudguards, kickstand and a regular ring lock, it turned out not to be that convenient at all. Not to mention the continuous fear that the precious rims might get damaged or stolen. So besides safety and swag, there is another trade-off factor: convenience. And most of the time I take my slackened image for granted, leaving my fixie at home to just ride my dull rickety grandpa’s bike. 


Anderen niet (gedichtenwedstrijdgedicht)

Met het volgende gedicht ben ik in de voorselectie gekomen van de gedichtenwedstrijd van het Bijbels Museum.

Geen zorgen, het is fictief en is tot stand gekomen door het thema "afgunst".

Anderen niet
Anderen mogen, ik niet
Anderen genieten, ik niet
Anderen vervullen, ik niet.

Anderen kunnen grenzeloos, ik kan slechts
stilstaan bij andermans vooruitgang 
mijn quasi-blijdschap steeds opnieuw verminken
janken om de destructieve perfectiedwang
mijn eigen bloed wel drinken.

Ik haat, anderen niet
Ik lijd, anderen niet
Ik verneder, anderen niet
Ik heb spijt, verdoe tijd.

Ik ben niet goed, laat staan op mijn best
een grauwe uitgedroogde klodder
naast inspirerende regenboogpaletten;
ik kom beroerd uit de verf in contrast met de rest.

Ik verafschuw, anderen niet
Ik verafschuw anderen niet
Anderen niet. Ik verafschuw ik.

donderdag, januari 21, 2016

Periodieke paradigma's

Geïnspireerd ging ik het nieuwe jaar in door het woord dat op een collegeslide voorbij kwam: paradigm. Of zoals we het als Nederlanders onder elkaar noemen: paradigma. Een visie, een kijk op iets. Een denkkader. Lekker abstract, lekker vrij interpreteerbaar. Mijn omschrijving komt ook voort vanuit een bepaald paradigma, dat slaat op een veel bredere toepasbaarheid dan waar het oorspronkelijk linguïstisch voor dient.

Paradigma’s beslaan voor mij op beoordelingssystemen, halfvolle glazen en normen en waarden. Natuurlijk is dat niet waarvoor ik het woord in de les voorbij zag komen. Dat ging over een nieuw onderzoeksparadigma waarmee men kon testen of een plastic arm kon worden ervaren als toebehorend aan het eigen lichaam. Maar die wetenschapsfilosofie terzijde; paradigma’s zijn overal. Ze beïnvloeden het denken en doen en omdat de meesten van ons denken en doen, zitten die achterliggende visies dus ook overal verscholen.

Het nog mooiere van paradigma’s is hun flexibiliteit. Paradigma’s zitten in onze bovenkamers, zo tastbaar als de elektrische signalen zelf die neuronen elkaar daarboven toesturen. En eenmaal van hun flexibiliteit bewust, nam ik een blik terug in de tijd en ontdekte verschillende periodieke paradigma’s. Vaker dan eens compleet in de ban van poker, andertijds vooral bezig met views scoren op Youtube. Tijdens schoolperiodes bezig om vrije tijd te realiseren, tijdens vakanties bezig om die vrije tijd zo memorabel mogelijk in te vullen. Een verfrissende kijk op vroegere kijkramen; meta-paradigmatisatie.

Dan nog even toegepast: mijn nieuwe uitdaging is om elke vorm van boosheid bij problemen als een gebrek aan creativiteit te zien. Als je immers de juiste paradigm-shifts kunt maken, is er altijd wel een denkkader waarbij je geen last van het probleem zou hebben. Of omdat je een oplossing kent, of die oplossing opzoekt (of niet eens opmerkt). Je zou het ook constructief denken kunnen noemen.

Als je van boosheid naar creativiteit kunt shiften, zou dat ook kunnen vanuit een angstig naar een humoristisch perspectief. Of van onzekerheid naar avonturistisch. Denk er maar eens over na en denk er maar eens anders over. De mogelijkheden zijn zoals je ze zelf invult.

Geïnspireerd ging ik het nieuwe jaar in door het woord dat op een collegeslide voorbij kwam: paradigm. Of zoals we het als Nederlanders onder elkaar noemen: paradigma. Een visie, een kijk op iets. Een denkkader. Lekker abstract, lekker vrij interpreteerbaar. Mijn omschrijving komt ook voort vanuit een bepaald paradigma, dat slaat op een veel bredere toepasbaarheid dan waar het oorspronkelijk linguïstisch voor dient.

Paradigma’s beslaan voor mij op beoordelingssystemen, halfvolle glazen en normen en waarden. Natuurlijk is dat niet waarvoor ik het woord in de les voorbij zag komen. Dat ging over een nieuw onderzoeksparadigma waarmee men kon testen of een plastic arm kon worden ervaren als toebehorend aan het eigen lichaam. Maar die wetenschapsfilosofie terzijde; paradigma’s zijn overal. Ze beïnvloeden het denken en doen en omdat de meesten van ons denken en doen, zitten die achterliggende visies dus ook overal verscholen.

Het nog mooiere van paradigma’s is hun flexibiliteit. Paradigma’s zitten in onze bovenkamers, zo tastbaar als de elektrische signalen zelf die neuronen elkaar daarboven toesturen. En eenmaal van hun flexibiliteit bewust, nam ik een blik terug in de tijd en ontdekte verschillende periodieke paradigma’s. Vaker dan eens compleet in de ban van poker, andertijds vooral bezig met views scoren op Youtube. Tijdens schoolperiodes bezig om vrije tijd te realiseren, tijdens vakanties bezig om die vrije tijd zo memorabel mogelijk in te vullen. Een verfrissende kijk op vroegere kijkramen; meta-paradigmatisatie.
Dan nog even toegepast: mijn nieuwe uitdaging is om elke vorm van boosheid bij problemen als een gebrek aan creativiteit te zien. Als je immers de juiste paradigm-shifts kunt maken, is er altijd wel een denkkader waarbij je geen last van het probleem zou hebben. Of omdat je een oplossing kent, of die oplossing opzoekt (of niet eens opmerkt). Je zou het ook constructief denken kunnen noemen.

Als je van boosheid naar creativiteit kunt shiften, zou dat ook kunnen vanuit een angstig naar een humoristisch perspectief. Of van onzekerheid naar avonturistisch. Denk er maar eens over na en denk er maar eens anders over. De mogelijkheden zijn zoals je ze zelf invult.  





maandag, januari 11, 2016

koppelaar vindt match

http://www.msn.com/en-gb/news/world/schoolgirl-is-japan-trains-only-passenger/ar-CCllDQ?ocid=spartandhp


vriendin voor zoon oliesheik?

Toen ik bovenstaand bericht las moest ik denken aan de mop die Hub (?) ooit schreef of vertelde.
Zoon van rijke sheik stuurt zijn vader een brief om te melden hoe zijn start op de universiteit verloopt: "Pap, ik word nog niet erg opgenomen in de groep; ik val teveel op als ik met de Masarati op school kom terwijl anderen de trein nemen".
Vaders antwoord: "Beste zoon hier is 3 miljoen, koop ook een trein!"

Kortom: match?

woensdag, december 23, 2015

zomaar wat kerstgedachten :)

Gelukkig heb ik hier en daar een internationaal contactje (ja, ook met een los contactje of steekje :))

Op zoek naar Kerstkaarten in Duits of Engels kwam ik toch wel het een en ander tegen:

























dinsdag, december 22, 2015

Externe column: lecture-free lifestyle

Geschreven voor het magazine van de studievereniging. Hier de final draft, met op de foto's de versie van de commissie en de versie waarop ik kras waarmee ik het niet eens ben (ik was vergeten op tijd mijn bezwaren in te dienen). De waarheidsgetrouwheid verschilt per vak.

Lecture leaping: skipping classes with reason

Each quartile I attend the first lecture of each new course: a fair chance for the lecturer to convince me for coming back. After a couple of slides I already regret my attendance; the slides tell me what I already have read on Oase, and the lecturer reads out loud the exact same text to add up to a tripled introduction of the course. And the conclusion at the end is even worse: more information will follow.

Until the last lecture in which the final test and remaining questions are discussed, I probably won’t be found in class. Although I still end up in a class room once in a while; some classes are indirectly mandatory due to intermediate tests, or I’m afraid I miss out too much information from a specific course. But in the latter case it’s probably the same story as always: after 15 minutes I start getting restless, distracted or simply starting to fall asleep. So I’m either anti-relaxed or too relaxed to keep focused. In addition, having a lecture in the Auditorium can lead to special side effects like RA and claustrophobia from the small and uncomfortable seats you have to be isolated in for at least 45 minutes.

Other students also mention their lack of attention and the increasingly urge to take a nap while enjoying a hypnotic lecturer talk. But why should I check my phone in a class-room if I can do this comfortably at home? I’m simply not made for lectures. And since I got the most ECTS without resits, there is no need to abandon a lecture-free educational strategy. What do I do to compensate for the lost lessons in class? I just make multiple mind-maps of the materials, setting my own pace, and making test exams. Quite simple; nevertheless quite effective as-well.

Of course attending lectures still has an advantage over slide scraping at home. One is able to ask questions and get additional information about the content that the lecturer provides which isn’t mentioned in the slides. I don’t make use of this advantage though: due to my lack of focus I miss the additional information in the first place, and I dare not ask questions because I’m afraid the answer was the information I just missed out on.

I don’t argue that people shouldn’t go to lectures. At the contrary; I am amazed by those of you who get up early and leave out late to hear what experts got to say. Probs to you!  But with this old-fashioned way of teaching (which will not stand for long since there are good reasons for this) I am doomed by my lack of concentration to be an early adopter of becoming educated differently. Maybe I should start a new commission for this: the autodidaCie.



 

Nostalgiebieb

Eerder beschreef ik al de boektherapie waardoor ik met alles behalve de inhoud van een boek eventot rust kon komen. Zoals de boekenbaron voor wie ik blog het zelf additief verwoorde: “… een boek [is] als een orgel, het maakt mooie geluiden en als een goed schilderij, geweldig om naar te kijken. Lezen is wel het laatste waar je dan aan denkt.” Zijn dochter attendeerde me er daarnaast op dat ik niet eens de geur van een boek had genoemd, dat onmisbaar is voor de complete experience. Beiden bedankt. Afgelopen maandag had ik een soortgelijke ervaring, maar dan eentje die veel verder teruggaat in de tijd: een biebbezoekje.

Pas toen ik hoorde dat mijn huisgenoot een bibliotheekpas had, kwam ik op het idee om weer eens een bieb te bezoeken. Niet eens voor een leesboek, maar voor de Men’s Health, het tijdschrift dat ik dankzij zuslief gratis kon uitproberen omdat zij zelf geen tijd had om van haar tijdschriftentegoedbon gebruik te maken. De bandsessie ging niet door en ik wilde toch nog wel even de deur uit. Een kwestie van mijn huisgenoot overhalen, want zonder biebpas geen lesespaß. Gelukkig ging dat van een leien dakje aangezien hij nog een boek op het oog had. En zo liepen we al snel als twee jonge joggingsbroekdragende anti-stereotypen de Eindhovense bibliotheek binnen.

Eenmaal gearriveerd voelde ik me weer als dat kleine jochie van vroeger. Toentertijd ging ik vooral op jacht naar prentenboeken en strips. Kortom: ik kwam er voor de plaatjes. Nu kon ik helaas bij elk rek terecht. Helaas, omdat leesboeken veel meer tijd vergen en ik door alle kaften, titels en omslagteksten werd uitgelokt tot leen- en leesgedrag. Keuzestress die ik me niet kan herinneren uit de prentenboekhoektijd.


Ik had dus al snel een stapeltje met potentie. Allemaal van de “actueel”-rekken, omdat deze boeken nog niet geplastificeerd waren en dus qua nieuwigheid meer te bieden hadden. Toen realiseerde ik me dat boekbeslissingen in de bibliotheek niet cruciaal zijn. Met de fiets ben ik er binnen vijf minuten en uitlenen of terugbrengen is zo gebiept. Het is net zo vrijblijvend als beweerd wordt bij het aannemen van een gratis staatslot of een proefabonnement van de krant, maar dan zonder dat de bibliothecaresse je een paar dagen later opbelt om te vragen of je echt niet nog een ander boek wil lenen. Waar vind je die vrijheid tegenwoordig nog? 

En dit boek ligt al voor een prikkie te koop
Met Singaporekaart als leeswijzer




vrijdag, december 11, 2015

Bindende Bijbaan

Hechtende invaller / bindende bijbaan

Aan het eind van de vakantie werd ik door twee vrienden gevraagd wanneer ik nou eens ging werken. Erg gênant, en een goede reden had ik niet echt meer. Eerst wilde ik niet dat werkverplichtingen mijn studieprestatie in de weg zouden zitten, laat staan mijn avondactiviteiten: trainen en repeteren. Maar een nieuw tijdperkje was aangebroken. Ik was gestopt bij de voetbalvereniging in Rotterdam en ik had mijn Bachelor afgerond. Dus hoefde ik niet meer op vrijdag te reizen voor de training in Rotterdam en had ik qua studie even rust zodat het niet erg zou zijn als ik door werkzaamheden iets uit zou lopen. Bovendien had ik al een contract getekend voor een nieuwe en duurdere woning, dus dan is een extra zakcentje ook geen overbodige luxe.

In het begin van de vakantie waren er twee vacature deadlines op de TU/e. Ik reageerde tactisch dus een maand te laat zodat de eisende lat wat lager zou liggen, mochten ze nog niemand gevonden hebben. In beide gevallen was er nog dringend iemand nodig: een student-assistent voor Object Based Programming en een stand-in tutor voor een tweedejaars design-vak. Dus hoe onervaren ik mezelf ook presenteerde, ze wilden me toch hebben. En door de late aanmelding hoefde ik als “soon to be stand-in tutor” geen training van drie dagen te volgen, maar slechts eentje van twee uur.

Ik achtte de kans klein om als tutor in te moeten vallen, maar aangezien het vak gevolgd werd door 1400 studenten, werden klein geachte kansen al snel groot. Ik realiseerde me later dat invallen ideaal was in vergelijking tot het werk van de vaste tutoren; ik hoefde niet bij de vergaderingen van het vak te zijn, kreeg variërende groepen om te begeleiden en kon doen alsof mijn neus bloedde als ze iets van mij wilden weten; ik was immers slechts een invaller.

Sowieso was het onze taak om inhoudelijk niks bij te dragen aan de groep. Het ging er juist om de groep te begeleiden zodat ze zelf in gingen zien wat ze moesten weten. Wij benadrukten en stuurden het groepsproces, de samenwerking en niet de daadwerkelijke taakverdeling. Een beetje managen op afstand. Het grootste gedeelte van de vergaderingen was het dus vooral luisteren geblazen. Alleen ingrijpen als het echt compleet misliep. Pas op het eind nam ik het woord helemaal over. Dan is het de kunst om constructieve kritiek te geven zonder iemand voor het hoofd te stoten of als een betweter over te komen. Dat viel altijd heel erg mee. De stoerste jongens en schattigste meisjes waren altijd geïnteresseerd in wat ik te zeggen had.



Na die vijf minuten feedback was de meeting voorbij en was de kans klein dat ik die groep ooit nog eens zou begeleiden. Dan zat mijn werk er dus op, maar was ik stiekem wel benieuwd hoe het de groep verder af ging; wie met welke ideeën zou komen en hoe ze die zouden uitvoeren. Alsof ik er toch een beetje bij hoorde, bij kon dragen aan een praktisch project dat ik zelf nooit echt heb gedaan. Toen het vak voorbij was en ik niet meer opgeroepen kon worden voelde dat alsnog als een verlossing. Maar toch voelde het na elke meeting van slechts drie kwartier ook keer op keer als een bindende bijbaan.



En wat ook leuk was; ik kwam voor het eerst langs
het trainingsveld van de befaamde TU/e voetbalrobots
En andere werktuigbouwkundige activiteiten