Geen zorgen, het is fictief en is tot stand gekomen door het thema "afgunst".
vrijdag, januari 29, 2016
Anderen niet (gedichtenwedstrijdgedicht)
Met het volgende gedicht ben ik in de voorselectie gekomen van de gedichtenwedstrijd van het Bijbels Museum.
Geen zorgen, het is fictief en is tot stand gekomen door het thema "afgunst".
Geen zorgen, het is fictief en is tot stand gekomen door het thema "afgunst".
donderdag, januari 21, 2016
Periodieke paradigma's
Geïnspireerd ging
ik het nieuwe jaar in door het woord dat op een collegeslide voorbij kwam:
paradigm. Of zoals we het als Nederlanders onder elkaar noemen: paradigma. Een
visie, een kijk op iets. Een denkkader. Lekker abstract, lekker vrij interpreteerbaar.
Mijn omschrijving komt ook voort vanuit een bepaald paradigma, dat slaat op een
veel bredere toepasbaarheid dan waar het oorspronkelijk linguïstisch voor dient.
Paradigma’s beslaan voor mij op beoordelingssystemen, halfvolle glazen en normen en waarden. Natuurlijk is dat niet waarvoor ik het woord in de les voorbij zag komen. Dat ging over een nieuw onderzoeksparadigma waarmee men kon testen of een plastic arm kon worden ervaren als toebehorend aan het eigen lichaam. Maar die wetenschapsfilosofie terzijde; paradigma’s zijn overal. Ze beïnvloeden het denken en doen en omdat de meesten van ons denken en doen, zitten die achterliggende visies dus ook overal verscholen.
Het nog mooiere van paradigma’s is hun flexibiliteit. Paradigma’s zitten in onze bovenkamers, zo tastbaar als de elektrische signalen zelf die neuronen elkaar daarboven toesturen. En eenmaal van hun flexibiliteit bewust, nam ik een blik terug in de tijd en ontdekte verschillende periodieke paradigma’s. Vaker dan eens compleet in de ban van poker, andertijds vooral bezig met views scoren op Youtube. Tijdens schoolperiodes bezig om vrije tijd te realiseren, tijdens vakanties bezig om die vrije tijd zo memorabel mogelijk in te vullen. Een verfrissende kijk op vroegere kijkramen; meta-paradigmatisatie.
Paradigma’s beslaan voor mij op beoordelingssystemen, halfvolle glazen en normen en waarden. Natuurlijk is dat niet waarvoor ik het woord in de les voorbij zag komen. Dat ging over een nieuw onderzoeksparadigma waarmee men kon testen of een plastic arm kon worden ervaren als toebehorend aan het eigen lichaam. Maar die wetenschapsfilosofie terzijde; paradigma’s zijn overal. Ze beïnvloeden het denken en doen en omdat de meesten van ons denken en doen, zitten die achterliggende visies dus ook overal verscholen.
Het nog mooiere van paradigma’s is hun flexibiliteit. Paradigma’s zitten in onze bovenkamers, zo tastbaar als de elektrische signalen zelf die neuronen elkaar daarboven toesturen. En eenmaal van hun flexibiliteit bewust, nam ik een blik terug in de tijd en ontdekte verschillende periodieke paradigma’s. Vaker dan eens compleet in de ban van poker, andertijds vooral bezig met views scoren op Youtube. Tijdens schoolperiodes bezig om vrije tijd te realiseren, tijdens vakanties bezig om die vrije tijd zo memorabel mogelijk in te vullen. Een verfrissende kijk op vroegere kijkramen; meta-paradigmatisatie.
Dan nog even toegepast:
mijn nieuwe uitdaging is om elke vorm van boosheid bij problemen als een gebrek
aan creativiteit te zien. Als je immers de juiste paradigm-shifts kunt maken, is
er altijd wel een denkkader waarbij je geen last van het probleem zou hebben.
Of omdat je een oplossing kent, of die oplossing opzoekt (of niet eens opmerkt).
Je zou het ook constructief denken kunnen noemen.
Als je van boosheid naar creativiteit kunt shiften, zou dat ook kunnen vanuit een angstig naar een humoristisch perspectief. Of van onzekerheid naar avonturistisch. Denk er maar eens over na en denk er maar eens anders over. De mogelijkheden zijn zoals je ze zelf invult.
Als je van boosheid naar creativiteit kunt shiften, zou dat ook kunnen vanuit een angstig naar een humoristisch perspectief. Of van onzekerheid naar avonturistisch. Denk er maar eens over na en denk er maar eens anders over. De mogelijkheden zijn zoals je ze zelf invult.
Geïnspireerd ging
ik het nieuwe jaar in door het woord dat op een collegeslide voorbij kwam:
paradigm. Of zoals we het als Nederlanders onder elkaar noemen: paradigma. Een
visie, een kijk op iets. Een denkkader. Lekker abstract, lekker vrij interpreteerbaar.
Mijn omschrijving komt ook voort vanuit een bepaald paradigma, dat slaat op een
veel bredere toepasbaarheid dan waar het oorspronkelijk linguïstisch voor dient.
Paradigma’s beslaan voor mij op beoordelingssystemen, halfvolle glazen en normen en waarden. Natuurlijk is dat niet waarvoor ik het woord in de les voorbij zag komen. Dat ging over een nieuw onderzoeksparadigma waarmee men kon testen of een plastic arm kon worden ervaren als toebehorend aan het eigen lichaam. Maar die wetenschapsfilosofie terzijde; paradigma’s zijn overal. Ze beïnvloeden het denken en doen en omdat de meesten van ons denken en doen, zitten die achterliggende visies dus ook overal verscholen.
Het nog mooiere van paradigma’s is hun flexibiliteit. Paradigma’s zitten in onze bovenkamers, zo tastbaar als de elektrische signalen zelf die neuronen elkaar daarboven toesturen. En eenmaal van hun flexibiliteit bewust, nam ik een blik terug in de tijd en ontdekte verschillende periodieke paradigma’s. Vaker dan eens compleet in de ban van poker, andertijds vooral bezig met views scoren op Youtube. Tijdens schoolperiodes bezig om vrije tijd te realiseren, tijdens vakanties bezig om die vrije tijd zo memorabel mogelijk in te vullen. Een verfrissende kijk op vroegere kijkramen; meta-paradigmatisatie.
Paradigma’s beslaan voor mij op beoordelingssystemen, halfvolle glazen en normen en waarden. Natuurlijk is dat niet waarvoor ik het woord in de les voorbij zag komen. Dat ging over een nieuw onderzoeksparadigma waarmee men kon testen of een plastic arm kon worden ervaren als toebehorend aan het eigen lichaam. Maar die wetenschapsfilosofie terzijde; paradigma’s zijn overal. Ze beïnvloeden het denken en doen en omdat de meesten van ons denken en doen, zitten die achterliggende visies dus ook overal verscholen.
Het nog mooiere van paradigma’s is hun flexibiliteit. Paradigma’s zitten in onze bovenkamers, zo tastbaar als de elektrische signalen zelf die neuronen elkaar daarboven toesturen. En eenmaal van hun flexibiliteit bewust, nam ik een blik terug in de tijd en ontdekte verschillende periodieke paradigma’s. Vaker dan eens compleet in de ban van poker, andertijds vooral bezig met views scoren op Youtube. Tijdens schoolperiodes bezig om vrije tijd te realiseren, tijdens vakanties bezig om die vrije tijd zo memorabel mogelijk in te vullen. Een verfrissende kijk op vroegere kijkramen; meta-paradigmatisatie.
Dan nog even toegepast:
mijn nieuwe uitdaging is om elke vorm van boosheid bij problemen als een gebrek
aan creativiteit te zien. Als je immers de juiste paradigm-shifts kunt maken, is
er altijd wel een denkkader waarbij je geen last van het probleem zou hebben.
Of omdat je een oplossing kent, of die oplossing opzoekt (of niet eens opmerkt).
Je zou het ook constructief denken kunnen noemen.
Als je van boosheid naar creativiteit kunt shiften, zou dat ook kunnen vanuit een angstig naar een humoristisch perspectief. Of van onzekerheid naar avonturistisch. Denk er maar eens over na en denk er maar eens anders over. De mogelijkheden zijn zoals je ze zelf invult.
Als je van boosheid naar creativiteit kunt shiften, zou dat ook kunnen vanuit een angstig naar een humoristisch perspectief. Of van onzekerheid naar avonturistisch. Denk er maar eens over na en denk er maar eens anders over. De mogelijkheden zijn zoals je ze zelf invult.
maandag, januari 11, 2016
koppelaar vindt match
http://www.msn.com/en-gb/news/world/schoolgirl-is-japan-trains-only-passenger/ar-CCllDQ?ocid=spartandhp
vriendin voor zoon oliesheik?
Toen ik bovenstaand bericht las moest ik denken aan de mop die Hub (?) ooit schreef of vertelde.
Zoon van rijke sheik stuurt zijn vader een brief om te melden hoe zijn start op de universiteit verloopt: "Pap, ik word nog niet erg opgenomen in de groep; ik val teveel op als ik met de Masarati op school kom terwijl anderen de trein nemen".
Vaders antwoord: "Beste zoon hier is 3 miljoen, koop ook een trein!"
Kortom: match?
vriendin voor zoon oliesheik?
Toen ik bovenstaand bericht las moest ik denken aan de mop die Hub (?) ooit schreef of vertelde.
Zoon van rijke sheik stuurt zijn vader een brief om te melden hoe zijn start op de universiteit verloopt: "Pap, ik word nog niet erg opgenomen in de groep; ik val teveel op als ik met de Masarati op school kom terwijl anderen de trein nemen".
Vaders antwoord: "Beste zoon hier is 3 miljoen, koop ook een trein!"
Kortom: match?
woensdag, december 23, 2015
zomaar wat kerstgedachten :)
Gelukkig heb ik hier en daar een internationaal contactje (ja, ook met een los contactje of steekje :))
Op zoek naar Kerstkaarten in Duits of Engels kwam ik toch wel het een en ander tegen:
Op zoek naar Kerstkaarten in Duits of Engels kwam ik toch wel het een en ander tegen:
dinsdag, december 22, 2015
Externe column: lecture-free lifestyle
Geschreven voor het magazine van de studievereniging. Hier de final draft, met op de foto's de versie van de commissie en de versie waarop ik kras waarmee ik het niet eens ben (ik was vergeten op tijd mijn bezwaren in te dienen). De waarheidsgetrouwheid verschilt per vak.
Lecture leaping: skipping classes with reason
Each quartile I attend the first lecture of each new course: a fair chance for the lecturer to convince me for coming back. After a couple of slides I already regret my attendance; the slides tell me what I already have read on Oase, and the lecturer reads out loud the exact same text to add up to a tripled introduction of the course. And the conclusion at the end is even worse: more information will follow.
Until the last lecture in which the final test and remaining questions are discussed, I probably won’t be found in class. Although I still end up in a class room once in a while; some classes are indirectly mandatory due to intermediate tests, or I’m afraid I miss out too much information from a specific course. But in the latter case it’s probably the same story as always: after 15 minutes I start getting restless, distracted or simply starting to fall asleep. So I’m either anti-relaxed or too relaxed to keep focused. In addition, having a lecture in the Auditorium can lead to special side effects like RA and claustrophobia from the small and uncomfortable seats you have to be isolated in for at least 45 minutes.
Other students also mention their lack of attention and the increasingly urge to take a nap while enjoying a hypnotic lecturer talk. But why should I check my phone in a class-room if I can do this comfortably at home? I’m simply not made for lectures. And since I got the most ECTS without resits, there is no need to abandon a lecture-free educational strategy. What do I do to compensate for the lost lessons in class? I just make multiple mind-maps of the materials, setting my own pace, and making test exams. Quite simple; nevertheless quite effective as-well.
Of course attending lectures still has an advantage over slide scraping at home. One is able to ask questions and get additional information about the content that the lecturer provides which isn’t mentioned in the slides. I don’t make use of this advantage though: due to my lack of focus I miss the additional information in the first place, and I dare not ask questions because I’m afraid the answer was the information I just missed out on.
I don’t argue that people shouldn’t go to lectures. At the contrary; I am amazed by those of you who get up early and leave out late to hear what experts got to say. Probs to you! But with this old-fashioned way of teaching (which will not stand for long since there are good reasons for this) I am doomed by my lack of concentration to be an early adopter of becoming educated differently. Maybe I should start a new commission for this: the autodidaCie.
Each quartile I attend the first lecture of each new course: a fair chance for the lecturer to convince me for coming back. After a couple of slides I already regret my attendance; the slides tell me what I already have read on Oase, and the lecturer reads out loud the exact same text to add up to a tripled introduction of the course. And the conclusion at the end is even worse: more information will follow.
Until the last lecture in which the final test and remaining questions are discussed, I probably won’t be found in class. Although I still end up in a class room once in a while; some classes are indirectly mandatory due to intermediate tests, or I’m afraid I miss out too much information from a specific course. But in the latter case it’s probably the same story as always: after 15 minutes I start getting restless, distracted or simply starting to fall asleep. So I’m either anti-relaxed or too relaxed to keep focused. In addition, having a lecture in the Auditorium can lead to special side effects like RA and claustrophobia from the small and uncomfortable seats you have to be isolated in for at least 45 minutes.
Other students also mention their lack of attention and the increasingly urge to take a nap while enjoying a hypnotic lecturer talk. But why should I check my phone in a class-room if I can do this comfortably at home? I’m simply not made for lectures. And since I got the most ECTS without resits, there is no need to abandon a lecture-free educational strategy. What do I do to compensate for the lost lessons in class? I just make multiple mind-maps of the materials, setting my own pace, and making test exams. Quite simple; nevertheless quite effective as-well.
Of course attending lectures still has an advantage over slide scraping at home. One is able to ask questions and get additional information about the content that the lecturer provides which isn’t mentioned in the slides. I don’t make use of this advantage though: due to my lack of focus I miss the additional information in the first place, and I dare not ask questions because I’m afraid the answer was the information I just missed out on.
I don’t argue that people shouldn’t go to lectures. At the contrary; I am amazed by those of you who get up early and leave out late to hear what experts got to say. Probs to you! But with this old-fashioned way of teaching (which will not stand for long since there are good reasons for this) I am doomed by my lack of concentration to be an early adopter of becoming educated differently. Maybe I should start a new commission for this: the autodidaCie.
Nostalgiebieb
Eerder beschreef
ik al de boektherapie waardoor ik met alles behalve de inhoud van een boek eventot rust kon komen. Zoals de boekenbaron voor wie ik blog het zelf additief
verwoorde: “… een boek [is] als een orgel, het maakt mooie geluiden en als een
goed schilderij, geweldig om naar te kijken. Lezen is wel het laatste waar je
dan aan denkt.” Zijn dochter attendeerde me er daarnaast op dat ik niet eens de
geur van een boek had genoemd, dat onmisbaar is voor de complete experience.
Beiden bedankt. Afgelopen maandag had ik een soortgelijke ervaring, maar dan eentje
die veel verder teruggaat in de tijd: een biebbezoekje.
Pas toen ik
hoorde dat mijn huisgenoot een bibliotheekpas had, kwam ik op het idee om weer
eens een bieb te bezoeken. Niet eens voor een leesboek, maar voor de Men’s
Health, het tijdschrift dat ik dankzij zuslief gratis kon uitproberen omdat zij
zelf geen tijd had om van haar tijdschriftentegoedbon gebruik te maken. De
bandsessie ging niet door en ik wilde toch nog wel even de deur uit. Een kwestie
van mijn huisgenoot overhalen, want zonder biebpas geen lesespaß. Gelukkig ging
dat van een leien dakje aangezien hij nog een boek op het oog had. En zo liepen
we al snel als twee jonge joggingsbroekdragende anti-stereotypen de Eindhovense
bibliotheek binnen.
Eenmaal gearriveerd voelde ik me weer als dat kleine jochie van vroeger. Toentertijd ging ik vooral op jacht naar prentenboeken en strips. Kortom: ik kwam er voor de plaatjes. Nu kon ik helaas bij elk rek terecht. Helaas, omdat leesboeken veel meer tijd vergen en ik door alle kaften, titels en omslagteksten werd uitgelokt tot leen- en leesgedrag. Keuzestress die ik me niet kan herinneren uit de prentenboekhoektijd.
Eenmaal gearriveerd voelde ik me weer als dat kleine jochie van vroeger. Toentertijd ging ik vooral op jacht naar prentenboeken en strips. Kortom: ik kwam er voor de plaatjes. Nu kon ik helaas bij elk rek terecht. Helaas, omdat leesboeken veel meer tijd vergen en ik door alle kaften, titels en omslagteksten werd uitgelokt tot leen- en leesgedrag. Keuzestress die ik me niet kan herinneren uit de prentenboekhoektijd.
Ik had dus al
snel een stapeltje met potentie. Allemaal van de “actueel”-rekken, omdat deze boeken nog
niet geplastificeerd waren en dus qua nieuwigheid meer te bieden hadden. Toen
realiseerde ik me dat boekbeslissingen in de bibliotheek niet cruciaal zijn. Met de
fiets ben ik er binnen vijf minuten en uitlenen of terugbrengen is zo gebiept. Het
is net zo vrijblijvend als beweerd wordt bij het aannemen van een gratis
staatslot of een proefabonnement van de krant, maar dan zonder dat de bibliothecaresse
je een paar dagen later opbelt om te vragen of je echt niet nog een ander boek
wil lenen. Waar vind je die vrijheid tegenwoordig nog?
![]() |
| En dit boek ligt al voor een prikkie te koop |
![]() |
| Met Singaporekaart als leeswijzer |
vrijdag, december 11, 2015
Bindende Bijbaan
Hechtende invaller / bindende bijbaan
Aan het eind van de vakantie werd ik door twee vrienden gevraagd wanneer ik nou eens ging werken. Erg gênant, en een goede reden had ik niet echt meer. Eerst wilde ik niet dat werkverplichtingen mijn studieprestatie in de weg zouden zitten, laat staan mijn avondactiviteiten: trainen en repeteren. Maar een nieuw tijdperkje was aangebroken. Ik was gestopt bij de voetbalvereniging in Rotterdam en ik had mijn Bachelor afgerond. Dus hoefde ik niet meer op vrijdag te reizen voor de training in Rotterdam en had ik qua studie even rust zodat het niet erg zou zijn als ik door werkzaamheden iets uit zou lopen. Bovendien had ik al een contract getekend voor een nieuwe en duurdere woning, dus dan is een extra zakcentje ook geen overbodige luxe.
Aan het eind van de vakantie werd ik door twee vrienden gevraagd wanneer ik nou eens ging werken. Erg gênant, en een goede reden had ik niet echt meer. Eerst wilde ik niet dat werkverplichtingen mijn studieprestatie in de weg zouden zitten, laat staan mijn avondactiviteiten: trainen en repeteren. Maar een nieuw tijdperkje was aangebroken. Ik was gestopt bij de voetbalvereniging in Rotterdam en ik had mijn Bachelor afgerond. Dus hoefde ik niet meer op vrijdag te reizen voor de training in Rotterdam en had ik qua studie even rust zodat het niet erg zou zijn als ik door werkzaamheden iets uit zou lopen. Bovendien had ik al een contract getekend voor een nieuwe en duurdere woning, dus dan is een extra zakcentje ook geen overbodige luxe.
In het begin van
de vakantie waren er twee vacature deadlines op de TU/e. Ik reageerde tactisch
dus een maand te laat zodat de eisende lat wat lager zou liggen, mochten ze nog
niemand gevonden hebben. In beide gevallen was er nog dringend iemand nodig:
een student-assistent voor Object Based Programming en een stand-in tutor voor
een tweedejaars design-vak. Dus hoe onervaren ik mezelf ook presenteerde, ze
wilden me toch hebben. En door de late aanmelding hoefde ik als “soon to be
stand-in tutor” geen training van drie dagen te volgen, maar slechts eentje van
twee uur.
Ik achtte de kans klein om als tutor in te moeten vallen, maar aangezien het vak gevolgd werd door 1400 studenten, werden klein geachte kansen al snel groot. Ik realiseerde me later dat invallen ideaal was in vergelijking tot het werk van de vaste tutoren; ik hoefde niet bij de vergaderingen van het vak te zijn, kreeg variërende groepen om te begeleiden en kon doen alsof mijn neus bloedde als ze iets van mij wilden weten; ik was immers slechts een invaller.
Sowieso was het onze taak om inhoudelijk niks bij te dragen aan de groep. Het ging er juist om de groep te begeleiden zodat ze zelf in gingen zien wat ze moesten weten. Wij benadrukten en stuurden het groepsproces, de samenwerking en niet de daadwerkelijke taakverdeling. Een beetje managen op afstand. Het grootste gedeelte van de vergaderingen was het dus vooral luisteren geblazen. Alleen ingrijpen als het echt compleet misliep. Pas op het eind nam ik het woord helemaal over. Dan is het de kunst om constructieve kritiek te geven zonder iemand voor het hoofd te stoten of als een betweter over te komen. Dat viel altijd heel erg mee. De stoerste jongens en schattigste meisjes waren altijd geïnteresseerd in wat ik te zeggen had.
Ik achtte de kans klein om als tutor in te moeten vallen, maar aangezien het vak gevolgd werd door 1400 studenten, werden klein geachte kansen al snel groot. Ik realiseerde me later dat invallen ideaal was in vergelijking tot het werk van de vaste tutoren; ik hoefde niet bij de vergaderingen van het vak te zijn, kreeg variërende groepen om te begeleiden en kon doen alsof mijn neus bloedde als ze iets van mij wilden weten; ik was immers slechts een invaller.
Sowieso was het onze taak om inhoudelijk niks bij te dragen aan de groep. Het ging er juist om de groep te begeleiden zodat ze zelf in gingen zien wat ze moesten weten. Wij benadrukten en stuurden het groepsproces, de samenwerking en niet de daadwerkelijke taakverdeling. Een beetje managen op afstand. Het grootste gedeelte van de vergaderingen was het dus vooral luisteren geblazen. Alleen ingrijpen als het echt compleet misliep. Pas op het eind nam ik het woord helemaal over. Dan is het de kunst om constructieve kritiek te geven zonder iemand voor het hoofd te stoten of als een betweter over te komen. Dat viel altijd heel erg mee. De stoerste jongens en schattigste meisjes waren altijd geïnteresseerd in wat ik te zeggen had.
Na die vijf
minuten feedback was de meeting voorbij en was de kans klein dat ik die groep
ooit nog eens zou begeleiden. Dan zat mijn werk er dus op, maar was ik stiekem
wel benieuwd hoe het de groep verder af ging; wie met welke ideeën zou komen en
hoe ze die zouden uitvoeren. Alsof ik er toch een beetje bij hoorde, bij kon
dragen aan een praktisch project dat ik zelf nooit echt heb gedaan. Toen het
vak voorbij was en ik niet meer opgeroepen kon worden voelde dat alsnog als een
verlossing. Maar toch voelde het na elke meeting van slechts drie kwartier ook keer
op keer als een bindende bijbaan.
![]() |
| En wat ook leuk was; ik kwam voor het eerst langs het trainingsveld van de befaamde TU/e voetbalrobots |
![]() |
| En andere werktuigbouwkundige activiteiten |
zaterdag, november 21, 2015
Een toestandelijke eenwieler
Eind mei liet ik weten dat ik toch graag een fixie-fiets wilde, ondanks ik daar eerder niets voor voelde. En als je vader een voorliefde heeft voor doortrappers met 22 juni op komst, weet je eigenlijk al genoeg. Mijn wens was een fiets zonder rinkelende, aanlopende of kapotte onderdelen om toestanden te voorkomen. Niet per se een fixie, maar die heeft nou eenmaal de minste onderdelen nodig. Hoewel ik er erg naar uitkeek om moeite- en geruisloos te kunnen fietsen, twijfelde ik toch even. Want waar moest ik die mooie fiets laten? Extra toestanden om de fiets steeds binnen en buiten te zetten en op de veiligste manier te stallen, wilde ik ook voorkomen. Dan is een oude stadsfiets nog efficiënter. Gelukkig is een fiets nooit weg in huize Coumans (alhoewel dat soms ook juist een probleem is). Dus mocht ik de fiets toch niet willen, zou die eerdergenoemde vader met alle liefde zijn gegeven cadeau zelf toe eigenen.
Helaas kreeg ik niet
zomaar een fiets zonder fratsen, want het idee was dat ik hem zelf in elkaar
ging zetten. Ik vind het leuk om te creëren, maar minder als ik juist iets wil
hebben om sleutelgedoe te voorkomen. Goed dan, ik hielp mee en had nog voor de
introductieweek mijn geflanste fiets in Eindhoven staan. Die week durfde ik de stier
(vernoemd naar het stuur) nog niet te gebruiken in verband met de drukte. Het
eerste ritje werd er één naar de Albert Heijn. Zelfs na vijf minuten winkelen
stond mijn hart eventjes stil omdat ik dacht dat de stier al gestolen was. Ik
had me verkeken, maar wilde toen per se een dikker slot hebben zodat ik ook
mijn boodschappen kon doen zonder (mentale) toestanden.
Durfde ik de
fiets met steviger slot eindelijk te gebruiken, ging de achterband lek. Geen
klein gaatje, of beter gezegd, gaatjes. Ik had er namelijk gelijk twee te
pakken. Het was blijkbaar gebeurd terwijl de fiets binnen stond. Toen had er al
een lampje moeten gaan branden. Na 4 extra plakkertjes zonder dat de band ook nog
maar een straattegel had aangeraakt, concludeerde ik pas dat het velglint niet
deugde. Dat van de fabrikant dus.
Met een nieuw
velglint en een nieuwe binnenband leek de achterbandse luchtdruk eindelijk weer
stabiel te blijven. Dus mocht de fiets weer naar beneden, klaar voor gebruik.
De volgende dag moest ik snel weg, enthousiast om weer op de stier te kunnen
klimmen. Voor de vorm voelde ik nog even aan de banden. Maar goed ook, want de
voorband was ditmaal niet in vorm. Ook weer lek. Voorwiel naar boven, nieuw
lintje erin, bandje geplakt en opgepompt. Na twee weken een niet zo trotse
eigenaar van een eenwieler te zijn geweest, leek het eindelijk weer allemaal op
orde.
Met het wiel weer
in het frame stond er zowaar een gefixte fixie in de gang. Voor de zekerheid
bleef ik er 2 dagen vanaf om wel steeds de bandenspanning te controleren, maar
het leek in orde. Bij de eerste testrit reed ik niet lek, maar merkte ik dat er
toch nog iets niet helemaal lekker zit in het achterwiel. Hierdoor is 100%
soepel rijden niet mogelijk. Het is dus nog steeds niet de droomfiets die ik in
gedachten had. Ook al komt het nog uit zo’n goed hart: kijk een gegeven fiets
altijd in het wiel.
![]() |
| Zelfs een hartvormig gaatje kan de pret aardig drukken |
woensdag, november 11, 2015
Wut Zimmer: uitrazen in Lauenstein
Het is blijkbaar helemaal hip om je af te reageren in een afgesloten ruimte. Er is namelijk een nieuw concept voor bedacht: de rage room. Dat is een kamer waar iemand zich geoorloofd uit kan leven in poging tot het verlichten van boze en angstige gevoelens. Er is ook de mogelijkheid om je eigen inrichting en hetgeen je kapot wil maken te kiezen, mocht je persoonlijke voorkeuren hebben. Ga bijvoorbeeld voor bros en lawaaierig servies of voor een het stilletjes verscheuren van een pak kaarten in een woonkamersetting. Dat laatste werd geprefereerd door een man om zo zijn slechte herinneringen te verwerken. Maar dat was toch echt wel een uitzondering.
Gewoon lekker losgaan, daar heeft menig mens wel oren naar. Goede business dus voor iemand die nog ergens een rage-proof plekje vrij heeft. Zou de Lauensteinse zolder daar niet geschikt voor zijn? Van gat in het dak naar gat in de markt. Alle driftige Duitsers die hun ei kwijt willen staan vast te springen om wat versleten spullen als afreageermateriaal te mogen gebruiken. En met het koude weer in combinatie met de slechte isolatie kunnen ze gelijk even afkoelen. Win-win situatie!
Let wel, het gebruik van rage rooms wordt niet aangeraden door psychologen: mensen leren zo juist dat agressief gedrag in een leefomgeving wordt geaccepteerd. Is dat een jaloerse bewering van psychologen die anders een deel van hun patiënten kwijtraken, of is ragen in een room echt een no-go? Het lijkt een beetje op de discussie die er heerst over de goede/negatieve effecten van “violent gaming”.
Ik heb daarover
ooit voor Engels een betoog geschreven en kwam tot de conclusie dat als
kinderen agressief worden van video games, het aan de opvoeding ligt. Ouders zijn
verantwoordelijk voor het duidelijk maken van de grens tussen een scherm en de
echte wereld. Maar voor volwassenen is het daarvoor al te laat en dus geldt er
voor de lucratieve Lauensteinse Wut Zimmer: hopen dat de bezoekers niet
doorslaan.
vrijdag, oktober 09, 2015
Terug in Lau
Poe, een lange trip die net even te lang duurde omdat we toch weer eindigden met een dag vertraging vanwege panne. Geen ramp, snel opgelost maar wel 7 uur wachten op de monteur...
Dus nu wat snelheid gevraagd omdat morgen een groep tsjechen op bezoek komt en we dus amper 24 uur binnen zijn en erger, de vriezer leeg is :)
Maar wat een geweldige reis maakten we! Bijna 6 weken onderweg, amper km gemaakt maar heel veel gezien!
Begonnen in Havirov of eigenlijk een meer op 5 km afstand, daar was zowel de camping als het hotel waarin Magda en Richard hun huwelijksfeest gaven. Prima locatie, camping hoorde bij het (sport)hotel en wij stonden er met 2 campers: de moeder van Richard en de onze, Jolly dus. Decadent tot en met want we hadden samen 3 elektrische fietsen en 1 gewone, de vriend van Richards moeder was de enige die de bergen daar zo aandurfde... En... even later bleek dat ook John dat moest omdat hij maar 1 nieuw fietsje gecontroleerd had en het andere niet en inderdaad, dat deed het dan ook niet :)
Mooi feest, veel gasten en zowaar de helft uit Nederland, veel mensen maakten de lange reis om hun favorietjes daar te zien trouwen. Ook hun erg leuke bridgenevenpaar waarmee ik 25 jaar geleden aan tafel al lol had. Geon Steenbakkers en Peter IJsselmuiden. Allebei van ongeveer mijn leeftijd dus Peter en ik vonden muurbloem uitstekend bij de hitte van 32 graden maar Geon sprong als een jonge hond tussen de dansers. Wat een uithoudingsvermogen heeft die knul maar eerlijk gezegd heeft hij dan ook maar de helft van het gewicht dat Peter en ik vertolken (uhm, per stuk vrees ik). Hele leuke dag, traditioneel begin maar het avondfeest was gezellig druk met veel dansers uit alle landen die vertegenwoordigd waren.
Na het huwelijk brachten wij nog een paar dagen door met de moeder van Richard, Marguerite, en haar vriend Jaap. Het weer was geweldig en het meer heerlijk en schoon. Fietsen was vooral voor Jaap en John afzien (heerlijk die ondersteuning :)) maar gebroederlijk zaten we 's avonds aan de Birell, het tsjechische alcoholvrije bier. Vocht hadden we wel nodig, pffff het bleef een week flink heet. Zij vertrokken naar een camping vlakbij Brno en wij er later achteraan. De campingbeheerster daar spreekt tig talen, gewoon geleerd van de gasten en jawel, ook haar NL was vrijwel perfect! Bijzonder! En dat is in Tsjechie een zegen, er zijn weinig mensen die een tweede taal spreken behalve de jeugd dan. Vanaf die camping ging een bootdienst om de 14 km naar Brno te overbruggen, een riante elektrische grote ferry die er een uur over tufte over een prachtige brede rivier met hier en daar riante huizen en zelfs een kasteel aan de kust. Daar aagekomen nog een tram en dan kon je het prachtige, niet te grote centrum van Brno bewonderen. Eventueel via een houten trammetje maar wij wandelden gewoon. Een tweede dag weer de boot genomen, dit keer om de dierentuin van Brno te bezoeken, de mooste die ik ooit zag! Die ligt nl op de top van een heuvel en is heel natuurlijk aangelegd in een bos met flinke steile paden waarbij je dan her en der grote verblijven van dieren tegenkomt op een hele natuurlijke en riante manier aangelegd. Hele grote dierentuin en vooral de grote hoogteverschillen maakten het een verhitte vermoeiende dag. Sja, de Brno foto's staan op mijn nieuwe smartfoon waar ik ze tot nog toe met geen mogelijkheid af krijg... Ja, als ik het kaartje eruit ga frotten maar dat is mijn eer te na. Bluetooth vertikt ie en aan het lijntje zegt mijn laptop dat de kaart onleesbaar is. Fijn. Maar niet getreurd, ooit gaat het lukken. Had iedereen maar Whatsapp :) want daarmee lukt de verzending uiteraard wel.
Niet alleen Brno was een geweldige ervaring, ook vertelde Hana (de beheerster) dat in Tisnov een engelssprekende fietsenmaker was die goed was met alle soorten ebikes. Jaja, in Duitsland en NL weigeren ze alle ebikes die niet bij hun gekocht zijn en in tsjechie zouden ze zo'n buitenlands ding aan de praat krijgen? Arme John want de "maar" 11 km waren erg pittig zonder ondersteuning. En we waren knap laat want het was vrijwel 5 uur voor we er aankwamen. Maar jawel, ze wilden ernaar kijken en ze gaven ons nog voorrang ook. Een uurtje later kwamen we terug om te ontdekken dat ze een chip vervangen hadden en ook nog allerlei afstellingen hadden aangepast en vervolgens mijn fietsje ook maar even onder handen namen. Fooi weigerden ze, de totale som voor een uur werken en het chipje was minder dan 20 euro! Werkelijk geweldige service en dat voor 2 onbekende buitenlanders. En ja, John kon fietsenfluitend naar de camping terugfietsen :)
Eindelijk werd het weer iets minder maar Wenen wilde ik toch eindelijk wel eens zien en dat was amper 250 km verderop. Onderweg had John nog een Mikulov ontdekt (daarvan zijn er meer, oa vlakbij Lauenstein een skigebied) dat mogelijk de moeite waard zou zijn. En OF! We besloten er toch maar een nacht te kamperen om het de volgende dag nog eens te bekijken, ook omdat er een kruistocht was (of hoe die galerij van huisjes en beelden ook heet) die wederom een pittige berg op ging. Want tja, kerken moeten dichtbij God zijn helaas dus altijd gruwelijk hoog :)
Er was een prachtig slot dat geweldig onderhouden was, een mooi Joods kerkhof bij de synagoge (gek dat die grafstenen altijd heel scheef en ongeordend staan, geen idee waarom), en natuurlijk de kruisgang naar de top. Hoogtevrees was gelukkig maar op een paar punten aan de orde, alles was netjes aangelegd en waar het spannend werd waren afbakeningen/hekken.
Na 2 bezoeken aan Mikulov eindelijk naar Wenen maar dat was voor mij net even teveel. Niet zozeer omdat we de 15 km op de fiets vanaf de camping drie keer ondernamen (en natuurlijk ook terug) maar ook in Wenen zelf fietsten we alles want er zijn geweldige mooie fietspaden door de hele stad en het verkeer is er uiterst beleefd. Ebike of niet, er is een beperking op mijn energie dus we besloten tot afwisseling van actieve dagen en tuttendagen (waarop John er soms alleen op uit trok). Op de tuttendag was er genoeg te beleven want ook de plaats Klosterneuburg waar de camping was (en wat een luxe camping, de badkamers boden meer luxe dan thuis en waren brandschoon!) bleek een prachtige grote "Stift" te hebben (blijkbaar ook een NL woord volgens de vertaling), een mooi onderhouden complex met kerk, klooster en wijnafdeling (brouwen deden ze allemaal :)). Jaja, die staan ook op mijn foon dus voorlopig niet bereikbaar. Ook een rondleiding in Klosterneuburg, gewoon via borden langs de wegen.
En tja, Wenen, daarover kan veel teveel verteld worden... Pffff, het enge gebouw is nog indrukwekkender dan het andere... Alles groot, grootS. Maar ook veel poeha en vooral Schloss Schoenbrunn stond me snel tegen, propvol toeristen en elke scheet moest betaald worden en flink ook! Het allermooiste vond ik nog de Vojtiv kerk, geweldig sereen en mooi ingericht. Ja, die foto's komen er hier aan, alles wat we in Wenen maakten:
https://onedrive.live.com/?id=5D89F8F8532A9B43%2113439&cid=5D89F8F8532A9B43&group=0
O ja, eindelijk ook de Lipizzaners gezien maar dat viel enorm tegen. Kaartjes a 130 euro per stuk en de show bleek maar een uur te zijn waarvan de helft steeds uitleg in 2 talen. Dan nog een deel dat de Sangerknaben volzongen (zeker geweldig mooi, dat wel) dus de paarden zagen we hooguit een kwartier. A tribute to Vienna heette de show, een combinatie van beide oude tradities van/aan het hof, want ook Sissi zelf bereed de grote schimmelhengsten. De andere traditie is het koor van de Wiener Saengerknaben.
Het Sissimuseum maakte meteen een eind aan de Sissimythe, want ze was bepaald geen lieverdje zoals de kerstilm ons liet geloven. Ze haatte het stijve hofleven en was zoveel mogelijk de hort op.
Sisi schrijven ze trouwens overal, hoe wij aan de 2e S komen, geen idee.
Wenen is indrukwekkend en mooi maar het wordt ook totaal uitgebuit, heel duur en alles moet apart betaald worden. Dat staat me tegen maar och, genoten hebben we toch hoewel ik niet denk er nog eens terug te komen. Doe mij die kleinere plaatsen maar, die hebben voor mij nog meer charme.
Zoals, hoewel ook iets te gelikt, Czecky Krumlov, het laatste plaatsje dat we vanaf Wenen bezochten, onderweg naar Lauenstein. Gekampeerd bij de Lipnomeren (geweldige mooie plekken aan het meer) en een dagtocht naar C. Krumlov gemaakt met de camper zelf (weliswaar maar 20 km verderop maar fietsen was daar geen optie via de drukke weg zonder fietsmogelijkheden). Krumlov kun je het beste vergelijken met Valkenburg :), heel veel toeristen die een net onderhouden centrum met historische gebouwen bewonderen. En die wederom af en toe flink in de buidel moeten tasten hoewel de prijzen zeker niet vergelijkbaar waren met Wenen. Maar wel bv een terras waar je verplicht werd te eten, alleen een drankje mocht niet! Vooruit dan maar :)
We bekommen het slot, hoge galerij bovenlangs (slik) en maakten een complete ronde want het centrum was niet al te groot. Mooi, te mooi misschien en nee, niet helemaal mijn ding (te gelikt).
Kortom: de dierentuin van Brno en Mikulov zijn de twee mooiste plekken die ik in deze 6 weken zag, althans die IK het mooiste vond. Maar die foto's komen later als ik ze eindelijk kan plukken.
Wel nog drie beren IN het slot van Krumlov, die hadden een ruime berenkuil onderaan. Niet om het slot te beschermen maar omdat de naam van de kasteelheer in een andere taal "beer" betekende, sja.
Ze wonen er hun leven lang, onder in die grote kuil, krijgen prima verzorging en als ze van ouderdom sterven wordt hun huid in het kasteel als decoratie gebruikt. Rare gewoontes.
Foto's van Krumlov:
https://onedrive.live.com/?id=5D89F8F8532A9B43%2113718&cid=5D89F8F8532A9B43&group=0
OK, tot de volgende reis! Jolly bevalt prima!
John en Ine
Dus nu wat snelheid gevraagd omdat morgen een groep tsjechen op bezoek komt en we dus amper 24 uur binnen zijn en erger, de vriezer leeg is :)
Maar wat een geweldige reis maakten we! Bijna 6 weken onderweg, amper km gemaakt maar heel veel gezien!
Begonnen in Havirov of eigenlijk een meer op 5 km afstand, daar was zowel de camping als het hotel waarin Magda en Richard hun huwelijksfeest gaven. Prima locatie, camping hoorde bij het (sport)hotel en wij stonden er met 2 campers: de moeder van Richard en de onze, Jolly dus. Decadent tot en met want we hadden samen 3 elektrische fietsen en 1 gewone, de vriend van Richards moeder was de enige die de bergen daar zo aandurfde... En... even later bleek dat ook John dat moest omdat hij maar 1 nieuw fietsje gecontroleerd had en het andere niet en inderdaad, dat deed het dan ook niet :)
Mooi feest, veel gasten en zowaar de helft uit Nederland, veel mensen maakten de lange reis om hun favorietjes daar te zien trouwen. Ook hun erg leuke bridgenevenpaar waarmee ik 25 jaar geleden aan tafel al lol had. Geon Steenbakkers en Peter IJsselmuiden. Allebei van ongeveer mijn leeftijd dus Peter en ik vonden muurbloem uitstekend bij de hitte van 32 graden maar Geon sprong als een jonge hond tussen de dansers. Wat een uithoudingsvermogen heeft die knul maar eerlijk gezegd heeft hij dan ook maar de helft van het gewicht dat Peter en ik vertolken (uhm, per stuk vrees ik). Hele leuke dag, traditioneel begin maar het avondfeest was gezellig druk met veel dansers uit alle landen die vertegenwoordigd waren.
Na het huwelijk brachten wij nog een paar dagen door met de moeder van Richard, Marguerite, en haar vriend Jaap. Het weer was geweldig en het meer heerlijk en schoon. Fietsen was vooral voor Jaap en John afzien (heerlijk die ondersteuning :)) maar gebroederlijk zaten we 's avonds aan de Birell, het tsjechische alcoholvrije bier. Vocht hadden we wel nodig, pffff het bleef een week flink heet. Zij vertrokken naar een camping vlakbij Brno en wij er later achteraan. De campingbeheerster daar spreekt tig talen, gewoon geleerd van de gasten en jawel, ook haar NL was vrijwel perfect! Bijzonder! En dat is in Tsjechie een zegen, er zijn weinig mensen die een tweede taal spreken behalve de jeugd dan. Vanaf die camping ging een bootdienst om de 14 km naar Brno te overbruggen, een riante elektrische grote ferry die er een uur over tufte over een prachtige brede rivier met hier en daar riante huizen en zelfs een kasteel aan de kust. Daar aagekomen nog een tram en dan kon je het prachtige, niet te grote centrum van Brno bewonderen. Eventueel via een houten trammetje maar wij wandelden gewoon. Een tweede dag weer de boot genomen, dit keer om de dierentuin van Brno te bezoeken, de mooste die ik ooit zag! Die ligt nl op de top van een heuvel en is heel natuurlijk aangelegd in een bos met flinke steile paden waarbij je dan her en der grote verblijven van dieren tegenkomt op een hele natuurlijke en riante manier aangelegd. Hele grote dierentuin en vooral de grote hoogteverschillen maakten het een verhitte vermoeiende dag. Sja, de Brno foto's staan op mijn nieuwe smartfoon waar ik ze tot nog toe met geen mogelijkheid af krijg... Ja, als ik het kaartje eruit ga frotten maar dat is mijn eer te na. Bluetooth vertikt ie en aan het lijntje zegt mijn laptop dat de kaart onleesbaar is. Fijn. Maar niet getreurd, ooit gaat het lukken. Had iedereen maar Whatsapp :) want daarmee lukt de verzending uiteraard wel.
Niet alleen Brno was een geweldige ervaring, ook vertelde Hana (de beheerster) dat in Tisnov een engelssprekende fietsenmaker was die goed was met alle soorten ebikes. Jaja, in Duitsland en NL weigeren ze alle ebikes die niet bij hun gekocht zijn en in tsjechie zouden ze zo'n buitenlands ding aan de praat krijgen? Arme John want de "maar" 11 km waren erg pittig zonder ondersteuning. En we waren knap laat want het was vrijwel 5 uur voor we er aankwamen. Maar jawel, ze wilden ernaar kijken en ze gaven ons nog voorrang ook. Een uurtje later kwamen we terug om te ontdekken dat ze een chip vervangen hadden en ook nog allerlei afstellingen hadden aangepast en vervolgens mijn fietsje ook maar even onder handen namen. Fooi weigerden ze, de totale som voor een uur werken en het chipje was minder dan 20 euro! Werkelijk geweldige service en dat voor 2 onbekende buitenlanders. En ja, John kon fietsenfluitend naar de camping terugfietsen :)
Eindelijk werd het weer iets minder maar Wenen wilde ik toch eindelijk wel eens zien en dat was amper 250 km verderop. Onderweg had John nog een Mikulov ontdekt (daarvan zijn er meer, oa vlakbij Lauenstein een skigebied) dat mogelijk de moeite waard zou zijn. En OF! We besloten er toch maar een nacht te kamperen om het de volgende dag nog eens te bekijken, ook omdat er een kruistocht was (of hoe die galerij van huisjes en beelden ook heet) die wederom een pittige berg op ging. Want tja, kerken moeten dichtbij God zijn helaas dus altijd gruwelijk hoog :)
Er was een prachtig slot dat geweldig onderhouden was, een mooi Joods kerkhof bij de synagoge (gek dat die grafstenen altijd heel scheef en ongeordend staan, geen idee waarom), en natuurlijk de kruisgang naar de top. Hoogtevrees was gelukkig maar op een paar punten aan de orde, alles was netjes aangelegd en waar het spannend werd waren afbakeningen/hekken.
Na 2 bezoeken aan Mikulov eindelijk naar Wenen maar dat was voor mij net even teveel. Niet zozeer omdat we de 15 km op de fiets vanaf de camping drie keer ondernamen (en natuurlijk ook terug) maar ook in Wenen zelf fietsten we alles want er zijn geweldige mooie fietspaden door de hele stad en het verkeer is er uiterst beleefd. Ebike of niet, er is een beperking op mijn energie dus we besloten tot afwisseling van actieve dagen en tuttendagen (waarop John er soms alleen op uit trok). Op de tuttendag was er genoeg te beleven want ook de plaats Klosterneuburg waar de camping was (en wat een luxe camping, de badkamers boden meer luxe dan thuis en waren brandschoon!) bleek een prachtige grote "Stift" te hebben (blijkbaar ook een NL woord volgens de vertaling), een mooi onderhouden complex met kerk, klooster en wijnafdeling (brouwen deden ze allemaal :)). Jaja, die staan ook op mijn foon dus voorlopig niet bereikbaar. Ook een rondleiding in Klosterneuburg, gewoon via borden langs de wegen.
En tja, Wenen, daarover kan veel teveel verteld worden... Pffff, het enge gebouw is nog indrukwekkender dan het andere... Alles groot, grootS. Maar ook veel poeha en vooral Schloss Schoenbrunn stond me snel tegen, propvol toeristen en elke scheet moest betaald worden en flink ook! Het allermooiste vond ik nog de Vojtiv kerk, geweldig sereen en mooi ingericht. Ja, die foto's komen er hier aan, alles wat we in Wenen maakten:
https://onedrive.live.com/?id=5D89F8F8532A9B43%2113439&cid=5D89F8F8532A9B43&group=0
O ja, eindelijk ook de Lipizzaners gezien maar dat viel enorm tegen. Kaartjes a 130 euro per stuk en de show bleek maar een uur te zijn waarvan de helft steeds uitleg in 2 talen. Dan nog een deel dat de Sangerknaben volzongen (zeker geweldig mooi, dat wel) dus de paarden zagen we hooguit een kwartier. A tribute to Vienna heette de show, een combinatie van beide oude tradities van/aan het hof, want ook Sissi zelf bereed de grote schimmelhengsten. De andere traditie is het koor van de Wiener Saengerknaben.
Het Sissimuseum maakte meteen een eind aan de Sissimythe, want ze was bepaald geen lieverdje zoals de kerstilm ons liet geloven. Ze haatte het stijve hofleven en was zoveel mogelijk de hort op.
Sisi schrijven ze trouwens overal, hoe wij aan de 2e S komen, geen idee.
Wenen is indrukwekkend en mooi maar het wordt ook totaal uitgebuit, heel duur en alles moet apart betaald worden. Dat staat me tegen maar och, genoten hebben we toch hoewel ik niet denk er nog eens terug te komen. Doe mij die kleinere plaatsen maar, die hebben voor mij nog meer charme.
Zoals, hoewel ook iets te gelikt, Czecky Krumlov, het laatste plaatsje dat we vanaf Wenen bezochten, onderweg naar Lauenstein. Gekampeerd bij de Lipnomeren (geweldige mooie plekken aan het meer) en een dagtocht naar C. Krumlov gemaakt met de camper zelf (weliswaar maar 20 km verderop maar fietsen was daar geen optie via de drukke weg zonder fietsmogelijkheden). Krumlov kun je het beste vergelijken met Valkenburg :), heel veel toeristen die een net onderhouden centrum met historische gebouwen bewonderen. En die wederom af en toe flink in de buidel moeten tasten hoewel de prijzen zeker niet vergelijkbaar waren met Wenen. Maar wel bv een terras waar je verplicht werd te eten, alleen een drankje mocht niet! Vooruit dan maar :)
We bekommen het slot, hoge galerij bovenlangs (slik) en maakten een complete ronde want het centrum was niet al te groot. Mooi, te mooi misschien en nee, niet helemaal mijn ding (te gelikt).
Kortom: de dierentuin van Brno en Mikulov zijn de twee mooiste plekken die ik in deze 6 weken zag, althans die IK het mooiste vond. Maar die foto's komen later als ik ze eindelijk kan plukken.
Wel nog drie beren IN het slot van Krumlov, die hadden een ruime berenkuil onderaan. Niet om het slot te beschermen maar omdat de naam van de kasteelheer in een andere taal "beer" betekende, sja.
Ze wonen er hun leven lang, onder in die grote kuil, krijgen prima verzorging en als ze van ouderdom sterven wordt hun huid in het kasteel als decoratie gebruikt. Rare gewoontes.
Foto's van Krumlov:
https://onedrive.live.com/?id=5D89F8F8532A9B43%2113718&cid=5D89F8F8532A9B43&group=0
OK, tot de volgende reis! Jolly bevalt prima!
John en Ine
Abonneren op:
Posts (Atom)




































